Opinie

De os die alles trekt

Tommy Wieringa

Onze politici passen misschien niet zo goed bij dit land. Een land met existentiële problemen, waar je op de nationale luchthaven wordt begroet met een monter ‘welcome below sealevel’. Maar ze turen naar die problemen door de verkeerde kant van een verrekijker. Alleen maar kleinigheden zien ze, bagatellen om later nog eens te bestuderen. Het stikstofdossier, de klimaatcatastrofe, de vertrouwenscrisis tussen burger en overheid, het is ze allemaal niet belangrijk genoeg om hun belangen en bezwaren voor opzij te zetten. Zelden was visionair, daadkrachtig leiderschap meer nodig dan nu, en zelden het ontbreken ervan schadelijker. Er wordt brede samenwerking gevraagd, de klimaatcrisis doet niet aan partijpolitiek maar raakt alles en iedereen. Iedere politieke partij zou na het recente IPCC-rapport een single-issue party moeten zijn, maar Rutte en Hoekstra doen alsof het dertig jaar geleden is. We moeten er samen met het bedrijfsleven uitkomen (Hoekstra) en het moet wel betaalbaar blijven (Rutte): politiek van de zalige onwetendheid. We moeten niet overtoepen in klimaatmaatregelen, zei de laatste in mei nog bij Op1, een beeld dat hij had geleend van zijn partijgenoot Mark Harbers, die eerder al een pauze voorstelde in de noodzakelijke maatregelen. Alsof het een gezelschapsspel is dat je naar believen kunt stilleggen. Je zou ze met de oren aan de muur spijkeren en ze het IPCC-rapport integraal in het gezicht toeteren.

Er is de afgelopen maanden niets tot stand gebracht in de formatie, niets dan een vermenigvuldiging van incompetentie en wantrouwen. We zijn terug bij af, en het kneepje luchtverfrisser dat nieuwe politiek beloofde was voor de zomer al vervluchtigd. We herinneren ons Ruttes deemoed toen hij in mei verklaarde diep te hebben nagedacht en met radicale ideeën voor een nieuwe bestuurscultuur te komen. Bij Nieuwsuur zou hij ze onthullen. Verbijsterd zag Mariëlle Tweebeeke hoe hij tevoorschijn kwam met, tsja, niets. Een goochelaar zonder truc, die vernieuwing had beloofd met het aplomb van een circusdirecteur. Tweebeeke probeerde hem te omcirkelen, er vat op te krijgen, maar ving niets dan lucht en leegte. De man is etherisch van nature, ze was verslagen door lucht.

En zo sukkelt de formatie haar zesde maand in. Door twee inschikkelijke, verantwoordelijke partijen de voet dwars te zetten hebben Rutte en Hoekstra hun demissionaire status verlengd. ‘U kunt ons niet meer wegsturen, strikt genomen hebben we nu meer macht dan voor vorige week vrijdag’, zei Rutte een paar dagen na de val van zijn kabinet in de Kamer. Een mislukte grap, maar met een echo die een halfjaar later schril weerklinkt.

Niet dat er iets goeds te verwachten valt van Rutte IV. Niet voor niets wordt hier en daar de aan Einstein toegeschreven uitspraak aangehaald dat je problemen niet kunt oplossen met de denkwijze die ze heeft veroorzaakt. In een poging in sync te zijn met de tijd, zei Rutte daags na de verschijning van het IPCC-rapport: ‘We hebben net enorm goed gepresteerd op de Olympische Spelen, ik denk dat we dat op de Olympische Spelen van het klimaat ook kunnen’. Hoe krijg je het verzonnen, hoe durf je het te zeggen, na tien verloren jaren voor het klimaat. Van ‘we moeten wel kunnen blijven barbecueën’ naar de Olympische Spelen van het klimaat; werkelijk, je zou de man nog niet het beheer van een kinderboerderij toevertrouwen.

Zoveel macht en invloed, en zo weinig verantwoordelijkheidsgevoel. En wij, bezorgde mensen, zijn ontheemden in een klimaatcrisis. Je past je leven aan, je vliegt nauwelijks meer en eet zoveel mogelijk vegetarisch, maar je bent de os die alles trekt en niets veroorzaakt. We zijn op onszelf teruggeworpen met nergens hulp in zicht. Eenzaam als in een gedicht van Ingmar Heytze zijn we: ‘Het is eenzaam. / Aan deze kant. / Van het papier. / Het is zo eenzaam hier’.

Dit was de laatste column van Tommy Wieringa op deze plaats. Hij is dit semester fellow aan het NIAS en geeft komend jaar ander schrijfwerk voorrang.