Opinie

Onvergetelijk dierenleed

Frits Abrahams

Gevallen vrouwen zijn al erg genoeg, maar gevallen dieren zijn onverdraaglijk, vooral als het er meer dan twee op één dag zijn. Mij overkwam het persoonlijk, niet als ooggetuige, maar achtereenvolgens als lezer en luisteraar.

Volkomen argeloos was ik de dag begonnen met de verhalenbundel De beren van de Russische schrijver Vsevolod Garsjin (1855-1888). Ik had het boek in de ramsj gekocht. Het bevat in de zeer leesbare vertaling van Hans Boland prachtige korte verhalen, onder meer over (eigen) ervaringen op het slagveld van de Russisch-Turkse oorlog. In twee verhalen, het titelverhaal en ‘De bereisde kikker’, sterven dieren op een manier die je niet snel zult vergeten.

In het verhaal ‘De beren’ worden op last van de overheid de beren van zigeuners afgeschoten. „De zigeuners dienden zich te melden op de daartoe aangewezen verzamelpunten om hun eigen kostwinners af te maken.” De zigeuners reisden langs de dorpen om de ‘artistieke kunsten’ (dansen, worstelen) van hun beren te vertonen. Na dit onthutsende verhaal zullen beren voor mij voortaan stervende beren zijn.

Ogenschijnlijk luchtiger is het verhaal ‘De bereisde kikker’, uiteindelijk blijkt het een sprookje met een wreed einde. Het lijkt een kikker interessant om, gedragen door eenden, mee te vliegen naar het Zuiden. Dat lukt aanvankelijk, maar de kikker is zo trots op zijn idee dat hij roekeloos wordt, een fout maakt en neerstort. De kikker overleeft het, maar belandt in een gebied waar niemand hem kent.

Ook Garsjin zelf kwam uiterst ongelukkig aan zijn einde: uitgeput door depressies stortte hij zich op 33-jarige leeftijd in het trapgat van de huurkazerne waar hij met zijn vrouw woonde.

Al dit gelezen leed had ik nog maar net verwerkt toen ik van vrienden het verhaal hoorde over een kat, die in Amsterdam van zeven hoog uit een flatgebouw was gevallen. Nee! Dit verdriet kon er niet meer bij. (Ik herinnerde van lang geleden het geval van een kat die morsdood was na een val van twaalf hoog.)

Tegelijkertijd besefte ik dat het wel erg egoïstisch was om me hiervoor af te sluiten. Ik besloot de ongelukkige eigenaar te bellen. Hij was er niet zelf getuige van geweest, vertelde hij; het was gebeurd in de flat van de vriendin met wie hij de zorg voor de kat deelt. Omstreeks middernacht was hun 3-jarige poes van zeven hoog van het balkon gevallen. De vriendin zat binnen, hoorde kreetjes en haastte zich naar beneden. Haar kat was nog springlevend, al is dat woord in dit verband enigszins misleidend: springen kon ze niet meer, maar leven deed ze nog volop.

In het dierenziekenhuis bleken alleen de middenvoetsbeentjes van de achterpoten gebroken. Ze was met haar neus op de grond beland, wat haar later een donker korstje, een soort Hitler-snorretje, op haar bovenlip bezorgde. Het was allemaal pijnlijk en lastig, maar vermoedelijk niet onoverkomelijk. Pijnstillers maakten haar slaperig en bewegen mocht ze voorlopig niet meer – ze moet thuis zes weken lang in een gesloten hondenbench doorbrengen. Het is niet zeker of er volledige genezing zal volgen, maar de kans daarop is groot.

Een kat opgesloten in een hondenbench – ik benijd de twee eigenaren niet, maar prijs toch Onze-Lieve-Heer voor het feit dat Hij kennelijk niet alleen mededogen heeft met onzelieveheersbeestjes.