Met 300 km/u door de steile, nieuwe bocht die spektakel moet opleveren in Zandvoort

Formule 1 Op het krappe circuit van Zandvoort is de Arie Luyendijkbocht cruciaal. De kombocht moet een optocht voorkomen.

De Red Bull van Max Verstappen vrijdag tijdens de tweede vrije training op het circuit van Zandvoort.
De Red Bull van Max Verstappen vrijdag tijdens de tweede vrije training op het circuit van Zandvoort. Foto Andreas Terlaak

Als Max Verstappen de baan oprijdt – langs tienduizenden oranjefans, over heuveltoppen en door duinpannen – wacht hem op het einde van de ronde over het circuit van Zandvoort een muur van asfalt.

Het is de laatste bocht van het circuit, rechtsaf richting de finish, waar de weg plotseling de vorm aanneemt van een grote beslagkom, schuin aflopend van buiten naar binnen. En niet zo’n klein beetje ook. De Arie Luyendijkbocht, zoals hij officieel heet, heeft een stijgingspercentage van 34; drie keer zo steil als het steilste stuk op de Alpe d’Huez.

Verstappen raast volgas op de kombocht af. Hij laat zijn Red Bull erin vallen, van de hoge buitenkant precies naar de oranjewitte markeringen aan de binnenzijde. Fijn duinzand waait op, vonken spatten onder de auto vandaan. In een oogwenk is hij voorbij.

Op het voor de Formule 1 vernieuwde circuit van Zandvoort is de snelle slinger richting start/finish de grote blikvanger. Geen enkele baan op de F1-kalender beschikt over zo’n kombocht. Dat Zandvoort er als enige wel een heeft, is geen toeval; de Arie Luyendijkbocht moet ervoor zorgen dat de terugkeer van de Formule 1 naar Nederland niet uitloopt op een slaapverwekkende optocht.

De bocht is bedoeld als remedie voor een probleem waar de Formule 1 al tijden mee worstelt: het gebrek aan inhaalacties. Moderne F1-wagens kunnen dankzij de neerwaartse druk die hun geavanceerde vleugels opwekken heel snel door de bochten. Maar als ze in de turbulente lucht van een voorligger rijden, werken de vleugels niet goed meer. Vlak achter je concurrent door de bocht scheuren is dus lastig, waarna je op het rechte stuk eerst het gat moet dichtrijden voordat je überhaupt over een inhaalmanoeuvre kunt nadenken.

Alleen aan het einde van heel lange rechte stukken kunnen de rijders elkaar nog voorbij. Daarvan heeft Zandvoort er precies nul. Het circuit is krap en bochtig, uitdagend voor de coureurs, maar passeren is er in principe onmogelijk.

De oplossing die het team achter de renovatie van het circuit in 2019 bedacht, kwam hierop neer: zorgen dat de laatste bocht voor start/finish eigenlijk geen bocht meer is. Dan wordt het rechte stuk in feite langer, waardoor de rijders elkaar hopelijk wel kunnen aanvallen.

Probleemloos volgas

Kortom, Zandvoort had een kombocht nodig. Het is middelbareschoolnatuurkunde: de middelpuntvliedende krachten die de auto in een normale, platte bocht naar buiten willen duwen, drukken de auto juist extra hard op de baan als het wegduik schuin afloopt. Gevolg is dat coureurs een bocht waar ze normaal voor moeten remmen, opeens probleemloos volgas kunnen nemen.

Zandvoort kreeg niet één, maar twee kombochten. Ook bocht drie, de Hugenholtzbocht achter de pits, is schuin. Maar die is scherper en dus langzamer. In de Arie Luyendijkbocht gaat de snelheidsmeter richting de 300 kilometer per uur.

De vangrail resoneert mee met het diepe, raspende motorgeluid als de twintig F1-coureurs hun auto’s vrijdagmiddag door de Arie Luyendijkbocht jagen. Sommigen snijden hem iets scherper aan dan anderen, allemaal houden ze hun rechtervoet stevig naar beneden.

Verstappen rijdt zijn oefenrondes in tandemformatie met teamgenoot Sergio Pérez – de Nederlander voorop, de Mexicaan erachteraan. In hun kielzog laten ze de buskruitachtige geur achter van uitlaatgassen en hete motoronderdelen. Verstappen zal de dag uiteindelijk afsluiten met de vijfde tijd, terwijl rivaal Lewis Hamilton met materiaalpech te maken krijgt.

Max Verstappen vrijdag tijdens een trainingsronde in de Arie Luyendijkbocht, de laatste bocht voor start/finish op het circuit van Zandvoort.

Foto Andreas Terlaak

Krankzinnige baan

Toepasselijker kon de naam van de Arie Luyendijkbocht niet zijn. De naamgever is de enige Nederlandse coureur die in de Verenigde Staten de Indianapolis 500 wist te winnen, de prestigieuze vijfhonderdmijlsrace die wordt verreden op een circuit dat enkel bestaat uit vier rechte stukken én vier angstaanjagend snelle kombochten.

Uit de Amerikaanse racewereld zijn kombochten niet weg te denken. Veel races vinden er plaats op ovals, hogesnelheidsbanen die praktisch één grote kombocht zijn.

In Formule 1, die zijn oorsprong heeft in Europa, zijn ze echter zeldzaam. Begin jaren 2000 waren er een paar races in Indianapolis. In de jaren vijftig en zestig had Monza een kombaan. En rond die tijd was er ook een Grand Prix op het AVUS-circuit, een krankzinnige baan bij Berlijn die bestond uit twee afgesloten snelwegen met aan één kant een circa twintig meter hoge, ultrasteile en volledig uit bakstenen opgetrokken kombocht. Een vangrail aan de bovenkant ontbrak. Wie spinde, werd tientallen meters door de lucht geslingerd.

Het overkwam de Nederlandse coureur Carel Godin de Beaufort tijdens een toerwagenrace in 1959. Als door een wonder landde hij op vier wielen, waarna hij met zijn gedeukte Porsche koeltjes terug de baan op reed.

Banden krijgen het zwaar

Weinig kombochten hebben zo’n hoge hellingshoek als de Arie Luyendijkbocht. 19 graden om precies te zijn, oftewel twee keer zo steil als de bochten op het beroemde circuit in Indianapolis. En hoe steiler de kombocht hoe hoger de krachten, die allemaal opgevangen moeten worden door de banden. Die krijgen het in Zandvoort dan ook zwaar.

McLaren-coureur Daniel Ricciardo had donderdag zo zijn eigen manier om de hellingsgraad te testen:

F1-bandenleverancier Pirelli was eerst van plan een speciale band voor Zandvoort te ontwerpen maar zag daar later toch vanaf. Het bedrijf koos er wel voor de hardste, meest robuuste rubbersoort te selecteren. Inhaalhulp DRS, die voor extra topsnelheid zorgt, moet dit jaar voor de zekerheid uitgeschakeld blijven in de Arie Luyendijkbocht.

Hoe dan ook stelt Zandvoort de coureurs fysiek behoorlijk op de proef. In een aantal bochten krijgen ze 5g of meer te verduren. De belasting zal het hoogst zijn in de kombocht, omdat de krachten daar anders op de rijders inwerken. „Dat schuine wegdek verdubbelt het effect eigenlijk”, zei McLaren-coureur Lando Norris vooraf tegen journalisten. „Je wordt meer in je stoel gedrukt dan naar links of rechts. Daar is heel erg moeilijk op te trainen.”

Blijft de vraag of de Arie Luyendijkbocht ook echt het gewenste effect gaat opleveren. Coureurs waren voorafgaand aan het raceweekend sceptisch. Verstappen denkt in de sectie vóór de kombocht al zoveel tijd te verliezen op eventuele voorliggers, dat het resultaat onderaan de streep hetzelfde zal zijn: amper inhaalmogelijkheden. „Dat zullen sommige mensen misschien jammer vinden”, zei Verstappen tegen de pers. „Maar mij maakt het niet zo uit.”

Zo zullen zijn fans er ook over denken. Als Verstappen zondag voor Hamilton rijdt en de Brit komt er met geen mogelijkheid voorbij, wordt het op de kolkende tribunes in elk geval geen moment saai.