Opinie

Grand Prix toont waar grenzen liggen van grote evenementen

Formule 1

Commentaar

Na een afwezigheid van 36 jaar keert dit weekeinde het Formule 1-circus terug op Circuit Zandvoort. Weinig sportevenementen hebben de gemoederen – voor- en tegenstanders – de afgelopen jaren zo beziggehouden als de Dutch Grand Prix. Van geërgerde omwonenden en boze milieuactivisten tot extatische racefans en hunkerende horeca-uitbaters: iedereen heeft luid en duidelijk van zich laten horen.

Argumenten over geluidsoverlast, energieverspilling, luchtvervuiling en aantasting van het kwetsbare duingebied werden in stelling gebracht tegenover de ultieme spanning van een gevecht tussen de snelste auto’s op aarde, het unieke talent van Max Verstappen, de promotiekansen van Nederland en Zandvoort – nog afgezien van het betoverende effect van een internationaal sportfeest dat jaarlijks 500 miljoen tv-kijkers trekt.

Dat de rentree van Zandvoort op de Formule 1-kalender samenvalt met een pandemie maakte de discussie er niet makkelijker op. Het lange raceweekend lokt tienduizenden toeschouwers naar het historische circuit aan de Noordzee, terwijl andere, niet-sportieve festivals al anderhalf jaar verboden zijn, onder meer wegens het ontbreken van vaste zitplaatsen. Het contrast voelt inderdaad ongemakkelijk.

De Dutch Grand Prix toont ondertussen wel aan waar tegenwoordig de grenzen liggen van grootschalige internationale evenementen in Nederland. De ambitie van het binnenhalen van de heilige graal, de Olympische Spelen, werd enkele jaren geleden al officieel opgegeven; te groot, te kostbaar, te ontwrichtend voor de samenleving van een klein land. Hoeveel levert het neerstrijken van zo’n kolossaal circus werkelijk op voor de bevolking?

Nederland is niet het enige land dat zich buigt over zulke vragen. Burgers in de meeste Europese democratieën eisen uitleg en nemen geen genoegen met gelikte animaties en juichende kosten-baten-analyses over het land dat nog maar één dapper besluit af is van een plek op de wereldkaart.

De kritische consument heeft geleerd door dergelijke bidbooks heen te prikken. Niet voor niets werd het EK voetbal dit jaar uitgesmeerd over heel Europa. En het lijkt geen toeval dat grootschalige sportevenementen steeds vaker worden toegewezen aan landen waarin de gang naar het klachtenloket minder strak is geregeld.

Een Formule 1-weekend, de TT in Assen, een Tour-start of – na de pandemie – een muziek- of dancefestival van enkele dagen; het is de vraag of evenementen groter dan dat toekomst hebben in Nederland.

Nu de Grand Prix van Nederland, alle argumenten gehoord hebbende, op het punt staat te worden verreden is het tijd de strijdbijl te begraven. Het woord is aan de organisatie in Zandvoort om er het sportieve feest van te maken dat in het vooruitzicht is gesteld. Een zege van Max Verstappen, en de herovering van de koppositie in het WK-klassement, kan wellicht zelfs een handvol milde tegenstanders een glimlach ontlokken, tijdens het oranjefeest op zondagmiddag.

Voor de bewoners van Zuid-Kennemerland is niet zo veel veranderd in de afgelopen 36 jaar, behalve de toegenomen aandacht voor natuur en milieu. Ook in de jaren tachtig klaagden omwonenden tot diep in Bloemendaal, Aerdenhout en zelfs Haarlem over geluidsoverlast, een volgelopen Zandvoortselaan en verkeersopstoppingen op sluipwegen in de wijde omgeving. Velen planden, zodra de motoren begonnen te brullen, een weekendje elders. Maar ook zij wisten: na drie dagen herrie en ongemakken keert de rust bij de kust terug.