Opinie

Een beetje integer bestaat niet

Formatie Terwijl de formatie zich voortsleept, zoekt het kabinet de randen van de wet op. Op een dag loopt de emmer van onbehagen over, vreest .
VVD-leider Mark Rutte op het Haagse Binnenhof na afloop van een gesprek met informateur Mariëtte Hamer.
VVD-leider Mark Rutte op het Haagse Binnenhof na afloop van een gesprek met informateur Mariëtte Hamer. Foto BART MAAT / ANP

En nu mag VVD-politicus Johan Remkes dus proberen de kar uit de modder te trekken. Zijn komst als nieuwe informateur is in elk geval in lijn met de al maanden durende formatie: slordig en met minachting voor het grootste deel van het parlement dat formeel de regie heeft over de vorming van een nieuw kabinet. Remkes werd begin deze week achter de schermen door partijgenoten aangezocht, terwijl informateur Mariëtte Hamer (SER-voorzitter en PvdA-lid) aan de hand van gesprekken met de hoofdrolspelers nog moest vaststellen dat haar taak was beëindigd. Tegelijk verlaat tegen de geest van de regels in een minister het kabinet voortijdig om als lobbyist aan de slag te gaan. Tot zover de alom aan het Binnenhof gepredikte nieuwe bestuurscultuur.

Remkes is de man die drie jaar geleden als voorzitter van een staatscommissie het licht zag en in een lijvig rapport waarschuwde voor erosie van de instituties van de democratische rechtsstaat. Kortom, voor het proces dat momenteel volop gaande is. Want geleerd van alle sombere analyses en daaraan gekoppelde noodkreten over het staatsbestel is er nog steeds niet. De sloop gaat alleen maar door.

Geschiedschrijving

Ooit zal in het kader van de wetenschappelijke parlementaire geschiedschrijving van Nederland de huidige episode aan bod komen. Hoe zal het tenenkrommende getreuzel, gechicaneer en gemarchandeer dat al bijna een half jaar gaande is, dan worden beoordeeld? Als er dan tenminste nog ruimte is voor een onafhankelijk wetenschappelijk oordeel. Daarvoor is immers een rechtsstaat nodig en juist deze wordt op allerlei manieren zwaar op de proef gesteld.

Het „gave land” van Mark Rutte laat zich al enige tijd van zijn slechtste kant zien. Vraag het de slachtoffers van de Toeslagenaffaire, vraag het de gedupeerden in Groningen van de aardbevingsschade, vraag het de in Afghanistan achtergelaten helpers van de Nederlandse militairen, vraag het de woningzoekenden, vraag het de wachtenden in de jeugdzorg. Vraag het… Nee, de overheid is geen geluksmachine, maar staat het ‘schild voor de zwakken’ nog ergens op Ruttes rommelzolder?

Lees ook: Het kabinet gebruikt de Kamer als stempelmachine

Natuurlijk, de politieke chaos en het bestuurlijk onvermogen bestaat uit verschillende grootheden, maar het komt wel allemaal samen en het telt op. En dan is er geen plaats voor zelfingenomenheid. Wel voor schaamte. Schaamte dat er blijkbaar geen enkel gevoel van urgentie is om bijvoorbeeld in de kabinetsformatie conform het rijke Nederlandse spreekwoordenarsenaal spijkers met koppen te slaan, over eigen schaduwen heen te springen dan wel door zure appels te bijten. Integendeel. We gaan er rustig voor zitten, met de deuren hermetisch gesloten voor de buitenwereld. Zo doen we dat toch altijd in Nederland? Dank kiezer, voor uw stem, u hoort nog wel eens een keer van ons.

De zaak is complex, inderdaad. Maar dat is deze al sinds de avond van 17 maart toen de verkiezingsuitslag bekend was. Natuurlijk kan dan geheel volgens de wetten van het oud-Hollandsch formatiespel van ver uit de vorige eeuw ruim de tijd worden genomen om te informeren, te faseren, te proberen en te elimineren. Maar om het hilarische begrip van Simon Carmiggelt te gebruiken: het is toch vooral epibreren. Er gebeurt helemaal niets, onder het mom van ‘de tijd zijn werk laten doen’.

Politici die geacht worden keuzes te maken, gaan deze angstvallig uit de weg

Het land kan het zich permitteren. Zie de jongste uitdraai van het Centraal Planbureau. De tijdelijk door corona aangetaste economie draait weer als een tierelier.

Politici die geacht worden keuzes te maken, dat is namelijk hun vak, gaan deze angstvallig uit de weg. Ze bedienen zich van nietszeggende en vooral lachwekkende platitudes die dan ook nog eens eindeloos herhaald worden: „Langs de lijnen van de inhoud”. Of : „Constructief”. Dat werk. Elke dag neemt hun gezag bij de buitenwereld verder af. Maar verblind door hun eigen gelijk en ambities zien de hoofdrolspelers die buitenwereld niet. Zo gaat het gefröbel in de marge door.

Een enkele keer merkt een van de betrokken politici nog wel eens op dat de grote problemen van deze tijd snel moeten worden aangepakt, waarna het bekende lijstje volgt: corona, klimaat, migratie. Stuk voor stuk belangrijke zaken maar tevens stuk voor stuk zaken waar ‘Den Haag’ in zeer beperkte mate over gaat. Overal zijn internationale afspraken over gemaakt waar Nederland als medeondertekenaar aan dient te voldoen. Zeggenschap is er hooguit en dan nog in beperkte mate over de kleur van het pakpapier. Deze wetenschap zou tot bescheidenheid moeten leiden bij degenen die willen regeren, maar het tegendeel is het geval.

Oefeninterland

Terwijl de processie van Echternach aan het Binnenhof voortschrijdt, wordt gesold met de staatsrechtelijke mores. De – naar te hopen valt – ironisch bedoelde opmerking van premier Rutte in de Tweede Kamer dat het in demissionaire staat makkelijk regeren is („u kunt ons niet meer wegsturen”), klinkt steeds wranger naar mate de formatie langer duurt.

De betekenis van toevoeging ‘demissionair’ die het kabinet in januari kreeg na zijn als gevolg van de Toeslagenaffaire voortijdige ontslagaanvrage, wordt een steeds verder uitgehold. Alsof het een oefeninterland betreft wisselt Rutte ministers en staatssecretarissen. Tweede Kamerleden mogen zonder hun positie als volksvertegenwoordiger op te geven, meedraaien in het kabinet. Dat daarmee grondwettelijke grenzen in het geding zijn wordt voor lief genomen.

„Een ongelukkige gang van zaken”, oordeelde de Raad van State deze week. De boodschap is bij het dubbelbaantrio aangekomen. Ze hebben hun Kamerlidmaatschap afgelopen week alsnog opgezegd. Maar het blijft onbegrijpelijk dat het drietal dit eerder niet zelf heeft ingezien en dat Rutte kritiek op de constructie wegwuifde.

Politici die geacht worden keuzes te maken, gaan deze angstvallig uit de weg

Het kabinet, zo is al eerder gebleken, zoekt nu eenmaal liever de randen van de wet op dan dat het de wet ruimhartig nakomt. Wat dit betreft maakte minister Cora van Nieuwenhuizen (Infrastructuur en Waterstaat, VVD) het deze week het bontst. Zij stapte op om per 1 oktober voorzitter van de branchevereniging van energiebedrijven te worden. Van Nieuwenhuizen bevindt zich in goed gezelschap want in juli stapte ook al haar staatssecretaris Stientje van Veldhoven (D66) op voor een functie elders. Welk signaal geven de voortijdige vertrekkers af? In elk geval niet dat zij de plichten die het ambt hem oplegt ‘getrouw hebben vervuld’, zoals dat in de ambtseed staat.

Lees ook: ‘Het kabinet zoekt de randjes op’

Inhoudelijk is de overstap van Van Nieuwenhuizen naar de energiesector ronduit dubieus. Dat deze lobbybaan enig raakvlak zou hebben met haar functie als minister waar zij volop betrokken was bij de klimaatplannen, kon zij zich niet voorstellen. Alsof zij niet was benaderd voor de functie juist vanwege haar contactenlijst waardoor deuren kunnen worden geopend die anders gesloten blijven. Om dit te voorkomen is in 2017 een regeling in het leven geroepen waarmee belangenverstrengeling kon worden tegengegaan. Een regeling die zo hybride bleek dat deze in 2020 zonder ruchtbaarheid weer werd ingetrokken.

Wachtgeld

Zo kan Van Nieuwenhuizen gelegitimeerd en zonder scrupules in het grijze gebied opereren. Van premier Rutte mag het allemaal. Ze maakt op deze manier in elk geval niet te lang gebruik van wachtgeld, stelt hij. Inderdaad, zo kan de smoezelige handelwijze ook worden verdedigd. En vooral niet letten op wat anderen buiten Nederland zeggen. Niet voor niets concludeerde Greco, de anticorruptiewaakhond van de Raad van Europa, eerder dit jaar in een rapport dat van de zestien aanbevelingen die het orgaan aan Nederland had gedaan om de situatie te verbeteren er niet één volledig was opgevolgd.

Het was minister Ien Dales (Binnenlandse Zaken, PvdA) die in 1992 tijdens een toespraak op een congres van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) de later nog vaak aangehaalde woorden sprak dat de overheid wel of niet integer is. „Een beetje integer kan niet”, aldus Dales. Want, zo zei zij, „aantasting van de integriteit betekent niet minder dan dat de overheid het vertrouwen van de burgers verliest”. Om hieraan toe te voegen dat de democratie niet zonder dat vertrouwen kan. „Dan is er geen democratie meer.”

Waarschuwende woorden, onheilspellende woorden. Ze worden aangehoord en terzijde gelegd. Wat nog wel adequaat regeert is de onverschilligheid. Woorden over integriteit, woorden over bestuurscultuur, woorden over politieke cultuur. Ze vallen allemaal in de emmer van onbehagen die ooit zal overlopen.