Opinie

De politie is boos en voelt zich grandioos in de steek gelaten

Binnen de politie heersen teleurstelling, cynisme en het gevoel in de steek te zijn gelaten. In de Veiligheidscolumn onderzoekt politie-expert Piet van Reenen een ‘gevaarlijke ontwikkeling’.
Honderden agenten bewijzen laatste eer aan een overleden motoragent in Rotterdam.
Honderden agenten bewijzen laatste eer aan een overleden motoragent in Rotterdam. ANP / Hollandse Hoogte / AS Media

„We zijn altijd bang” zei Mike Damen, de Rotterdamse motoragent die in het radioprogramma Met het oog op morgen vertelde over zijn omgekomen collega. Doodgereden, zei hij. „Altijd bang”. Die angst denk je, heeft te maken met de gevaren die politiemensen tegenkomen bij hun werk. Dat klopt en die gevaren groeien.

Maar de angst is breder en geniepiger. Het is ook de angst voor media, voor social media die tegengeluid (conflict, complot, hysterie) belonen met de meeste aandacht. Voor advocaten van verdachten die publiciteit zoeken. Het is de angst voor een verkeerde beslissing met grote gevolgen. Het is ook de angst voor „boven”, voor Kamervragen, voor media-optredens van politici die politieoptreden framen, voor politieke druk, voor een minister en voor de politieleiding die heeft geleerd te speuren naar media- en politieke risico’s. Behoedzaamheid is pasmunt geworden. Het zijn tot slot ook de fysieke risico’s, de bedreiging van agenten, de intimidatie op het privé adressen van familieleden, die ook Mike Damen meldt, die doordreunen.

Korpseer

We zijn ook boos. We zijn heel boos. Ook dat was de boodschap die ik voelde in het interview met Mike Damen en meer nog in de massale steunbetuigingen voor de gestorven motoragent. Steunbetuigingen op social media en bij de begrafenis een groot escorte van de motordienst, honderden politiemensen langs de route, politieboten in de Maas, waterwerpers en beredenen langs de route. Rijkelijk veel, zou je kunnen zeggen. Kan korpseer niet wat bescheidener?

Een terechte vraag. Maar niet als je het begrijpt als een ordelijke maar diep gevoelde boosheid van mensen die zich grandioos in de steek gelaten voelen. Die meer en meer onwil, weerstand, belediging en geweld meemaken op straat, die zien dat de reorganisatie van 2012 nauwelijks positieve invloed heeft gehad op hun werk. Die weten dat de tekorten van meer dan tienduizend mensen in 2009 bekend waren - en dat er niets mee gedaan is. Die verbijsterd meemaken dat de bezuinigingen van de financiële crisis niet zijn goedgemaakt, die zien dat er op de noodkreten van bestuurders, academici en politiebazen over de georganiseerde criminaliteit te weinig wordt gedaan. Die zich in de steek gelaten voelen door hun eigen leiding en door de politiek, die in het Parool lezen dat criminoloog Fijnaut de inhoudelijke expertise op het ministerie ver onder de maat vindt.

Wantrouwen

De boosheid is, denk ik, in de grote steden het sterkst. De maatregel dat in Amsterdam, waar preventief fouilleren weer wordt ingevoerd, in opdracht van de burgemeester externe waarnemers worden ingezet om te voorkomen dat politiemensen discrimineren bij dat fouilleren zet nu extra kwaad bloed: wantrouwen van de burgemeester tegen haar eigen politie.

De leidingen binnen de eenheden doen intussen pogingen om weer dichter naar de werkvloer toe te kruipen, weg van de spreadsheets en de verantwoordingen, terug naar de werkelijkheid en de mensen op straat. Het is een begin. Maar niet meer dan dat.

Er moet veel meer gebeuren binnen de politie en het bestuur. En wellicht moeten we langzamerhand ook eens de vraag gaan stellen wat hier eigenlijk de verantwoordelijkheid van de bevolking is? Burgers die hun politie in de steek laten en denken - het is mijn pakkie an niet, kunnen op den duur niet zo veel meer verwachten van die politie. Antwoorden zijn dringend nodig om er voor te zorgen dat de bovengemiddeld goede politie die we hier hebben, ook bovengemiddeld goed blijft. Zij moet van consument en onverschillig toeschouwer weer burger worden voor het behoud van een goede politie.

Vijandig

Maar voorlopig heersen de teleurstelling, de woede, het cynisme, de bitterheid en het verwijt door iedereen in de steek te worden gelaten. Dat is een zure constatering en meer nog een gevaarlijke ontwikkeling. Wie zijn omgeving vijandig vindt, sluit zich af, ontwikkelt vijandbeelden en reduceert ingewikkelde problemen tot eenvoudige wit-zwart keuzen. Wie zich afsluit staat niet meer open voor nieuwe ontwikkelingen. Wie te weinig steun ondervindt bij de bevolking verhardt in zijn optreden.

Wie zich in de steek gelaten voelt door bestuur en politiek ontwikkelt een weerzin tegen „elites” en tegen het systeem. Herkent U de tendens? Ongetwijfeld. Hij komt breder op en U kunt raden welke politieke partijen populair worden wanneer deze ontwikkelingen zich binnen de politie doorzetten.

De Veiligheidscolumn wordt geschreven door deskundigen uit de politiewereld. Piet van Reenen was politieman, onderzoeker, directeur van de Politieacademie en hoogleraar politie en mensenrechten.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.