Zo maak je wél effectief ruzie (in vijf stappen)

De vrede bewaren Flinke ruzies hoeven helemaal niet zo erg te zijn, zolang problemen maar écht worden opgelost. Hoe doe je dat? Een cursus ‘effectief ruziemaken’ in vijf stappen.

Illustratie Frann de Bruin

Een goede vriendin van mij en haar man hadden flink ruzie. Hij liep weg, het huis uit. Zij gooide de voordeur achter hem dicht, draaide de deur op slot en liet de sleutel zitten zodat hij er niet meer in kon. In de meterkast trok ze alle draadjes uit de intercom. Zo, dacht ze, die hoor ik voorlopig niet meer.

Toen hij de volgende ochtend thuiskwam voor het ontbijt met de kinderen, liet ze hem binnen, maar gaf hem nog twee dagen the silent treatment.

Een week later, in een koffietentje, vertelde ze over het conflict. En ook over de dynamiek tussen haar en haar man. „Ik ben waardeloos in ruziemaken”, zei ze. „Ik ontplof, word totaal onredelijk, we schreeuwen tegen elkaar, hij loopt weg en later hebben we allebei geen zin meer om het uit te praten.”

Dit moet beter kunnen, dachten we allebei. Maar hoe?

De meeste mensen zijn slecht in ruziemaken, zegt psycholoog Dave Niks. Hij is familiepsycholoog en begeleidt in zijn praktijk veel stellen. „Van onze ouders leren we er niet over. Ruzies gebeuren en worden weer opgelost, maar aandacht voor hoe je effectief ruziemaakt is er in de opvoeding vaak niet.”

Mensen hebben meestal nare associaties bij keet, maar ruzie is juist „een kans om de relatie te verbeteren”, zegt Esther Kluwer, hoogleraar duurzame relaties aan de Radboud Universiteit. „Schreeuwen en weglopen zijn geen ramp, als je maar terugkomt en samen tot een oplossing komt. Het gesprek wordt vaak niet afgemaakt. Zonde, want je kunt de situatie aangrijpen om de relatie te verbeteren. Of er verandering plaatsvindt, hangt af van hoe je met de ruzie omgaat.”

Beide deskundigen zeggen: ja, effectief ruziemaken kun je leren. Het is alleen niet makkelijk. Elke gedragsverandering kost aandacht, tijd, oefening. Ondanks goede voornemens, zul je aanvankelijk best een paar keer in je oude gedrag vervallen. Psycholoog Niks: „Het is vallen en opstaan, reflecteren op hoe het ging en bij de volgende ruzie opnieuw proberen.”

Ruziemaken kun je leren, kortom. Een korte cursus in vijf stappen.

1. Leer zien waar een ruzie onder de oppervlakte over gaat

Een ruzie over de vaatwasser uitruimen, gaat niet over de vaatwasser uitruimen, zegt Dave Niks. „De kunst is: ontdekken wat het daadwerkelijke pijnpunt is, waar de ruzie nou écht over gaat.” Om te laten zien hoe dat kan, haalt hij een voorbeeld aan uit zijn spreekkamer.

Een man is boos omdat zijn vrouw haar vuile was niet in de wasmand stopt, haar ontbijtbord elke morgen op tafel laat staan en na het koken de pannen laat aankoeken op het aanrecht. Daar maken ze vaak ruzie over. Daarbij verbaast hij zich dat er na een ruzie steeds niets verandert. Niks: „Haar houding verandert niet omdat zij denkt: een gebruikt koffiekopje op tafel, so what? Er zijn grotere problemen in de wereld. Maar dat kopje staat symbool voor de hygiëne die hij belangrijk vindt, en telkens wanneer hij een vies koffiekopje ziet, voelt hij zich niet serieus genomen. Zijn verzoek om het op te ruimen negeren, staat gelijk aan hem negeren. Daar gaat zijn boosheid over, niet zozeer over rondslingerende kopjes.”

Dát moet je dus aan de ander overbrengen, in plaats van te blijven hameren op het kopje in de vaatwasser zetten. Zodra je dat onderscheid maakt, kun je op een ander niveau de discussie aangaan en zal de ander je punt beter begrijpen, zegt Niks. „Als het de vrouw duidelijk wordt dat haar man zich genegeerd voelt, lukt het haar beter te letten op wat ze doet. Zij kan zich dan verplaatsen in wat hij voelt, ze zou zelf ook niet continu genegeerd willen worden.”

2. Hou op met beschuldigen

Waar ook winst te behalen valt voor wie effectiever ruzie wil maken: geef niemand anders de schuld van jouw probleem. Hoogleraar Kluwer: „Opmerkingen als ‘jij zet het vuilnis nooit buiten’ en ‘jij kookt nooit’, betekenen eigenlijk: ‘Ik vind het zwaar om het huishouden alleen te doen.’” Door dat te verpakken in een beschuldiging, lok je bij de ander een vijandige reactie uit én wordt je eigenlijke boodschap niet begrepen. Kluwer: „Je kunt beter zeggen: ‘Het is veel werk om zowel de boodschappen te doen als te koken en af te wassen. Wil jij de vaat opruimen op de avonden dat ik kook?’”

Vermijd zinnen met ‘jij’ erin. ‘Jij doet nooit’ en ‘jij zegt altijd’. Begin zinnen liever met ‘ik’ of ‘wij’

Is dit niet makkelijker gezegd dan gedaan? Voor wie woedend is, kan het moeilijk zijn om afstand te nemen en te denken: ik moet niet beschuldigen. En ik moet zeggen waar ik precies moeite mee heb. Een praktische tip die kan helpen tijdens de ruzie: vermijd zinnen met ‘jij’ erin. ‘Jij doet nooit’ en ‘jij zegt altijd’. Meestal volgt namelijk kritiek. Begin zinnen met ‘ik’ of ‘wij’ en focus op oplossingen in plaats van beschuldigingen.

3. Vraag om hulp

Bij het beschuldigen van je partner (of een vriend of collega) gaat een discussie dus al snel de verkeerde kant op. Hoogleraar Kluwer: „Om hulp vragen geeft nog meer mogelijke oplossingen.” In het voorbeeld over boodschappen doen, koken en afwassen: als je om hulp vraagt, kan het werk worden verlicht door je partner, maar ook door je kinderen of met externe hulp – zoals de boodschappen online bestellen en laten bezorgen, een huishoudelijke hulp inschakelen, wekelijks een maaltijdbox laten komen of op een vaste avond eten bestellen.

Maar wat nou als je om hulp vragen lastig vindt? Therapeut Dave Niks merkt in zijn praktijk dat mensen vaak sterk willen zijn, zich niet willen laten kennen of hun partner niet willen opzadelen met huishoudelijke to do’s. Als je het moeilijk vindt om hulp te vragen, zegt hij, experimenteer dan eens met een kleine ergernis, om ervaring op te doen met hoe het gesprek dan verloopt. Bijvoorbeeld: ik loop continu achter met mijn werk omdat het brengen én halen van de kinderen naar sport en zwemles me veel tijd kost. Kan jij voortaan de logistiek rondom voetbal overnemen? Dan blijf ik zwemmen en karate doen.

Het helpt ook om irritaties niet op te stapelen. Niks: „Kleine onopgeloste conflicten komen op een hoop. En de gevolgen zijn uiteindelijk groter en het probleem onoverzichtelijker.” Hoe kun je jezelf hier in de praktijk aan helpen herinneren? Een goede metafoor is volgens hem de stempelkaart. Hou die voor ogen en zie elke kleine ruzie over hetzelfde onderwerp als een stempel. Stel jezelf ten doel dat die kaart niet volloopt: spreek irritaties tussentijds uit en kom via de hulpvraag samen tot een oplossing.

Illustratie Frann de Bruin

4. Ontdek wat je primaire reactie is

Iemands primaire reactie – weglopen, met de deuren slaan, niets meer zeggen – is lastig te veranderen, maar dat hoeft ook niet, zegt Niks. Je primaire reactie is een overlevingsstrategie, die zet je automatisch in als er paniek is. „Analyseer wat je primaire reactie is en accepteer die.” De verandering zit in je secundaire reactie. „Daar heb je controle over, dus daar kun je aan werken.”

Maar eerst moet je dus ontdekken wat je primaire reactie is. Denk aan een van je laatste ruzies en bekijk hoe je in eerste instantie reageerde. Het conflicthanteringsmodel van Thomas en Kilmann, twee professoren aan de Universiteit van Pittsburgh, is gebaseerd op veertig jaar onderzoek en in de psychologie leidend als het over dit onderwerp gaat. Het gedrag dat iemand tijdens een conflict vertoont, is in te delen in vijf verschillende stijlen: vechten (strijden voor je eigenbelang), vermijden (weglopen en conflicten uit de weg gaan), toegeven (de ander zijn zin geven) oplossen (het belang van beiden centraal stellen) en een compromis sluiten.

Op een rustig moment – als je geen ruzie hebt – bespreek je dit, zegt Dave Niks. Zeg bijvoorbeeld: ‘Ik ben erachter gekomen dat ik vlucht als we ruzie hebben. Ik loop niet weg omdat ik niet met je wil praten, maar omdat ik moeite heb met de situatie.’ Daarna volgt het voorstel om hier iets over af te spreken: ‘Als ik even moet gaan, laat me dan weglopen zodat ik rustig kan worden. Andersom beloof ik dat ik later terugkom om het uit te praten.’

5. Voeg een nieuwe ‘ruziemaakstijl’ toe

Om ervoor te zorgen dat ruzies een betere uitkomst hebben, is het belangrijk te werken aan je secundaire reactie. Psycholoog Niks: „Je voegt er een ruziemaakstijl aan toe.”

Hierboven zijn de vijf manieren waarop mensen met tegenstrijdige belangen omgaan al benoemd: strijden, vermijden, samenwerken, toegeven en een compromis sluiten. Niks: „Het is mooi als je alle stijlen beheerst. Dat noemen we ‘stijlflexibiliteit’.” Dat klinkt misschien niet haalbaar, maar het valt mee. Afhankelijk van de situatie, kies je welke aanpak je het meeste oplevert – zie het als een tool kit. Kluwer: „In een ruzie met je partner waarbij je wil dat beiden tevreden zijn met de oplossing, kies je voor oplossen of een compromis. In een conflict met een verzekeringsmaatschappij wil je vechten voor je recht. En als er bij de kassa iemand voordringt, hoef je daar geen punt van te maken. Toegeven is dan een prima keuze.”

Tot slot nog een kleine opsteker: in tegenstelling tot wat we vaak denken, kan ruzie onderdeel zijn van een positieve relatie. Psycholoog Niks: „Het betekent dat partners zich bekommeren om elkaar en hun relatie.”