Gijs van Lennep

Foto Olivier Middendorp

Interview

Voormalig Formule 1-coureur Gijs van Lennep: ‘Raceherrie? Een heleboel mensen willen dat graag horen!’

Autosport Gijs van Lennep (79) is ‘de beste Nederlandse coureur van de 20ste eeuw’. Dit weekeinde is hij een jubilerende vip op Zandvoort, waar bijna alles draait om Max Verstappen, Nederlands beste coureur van de 21ste eeuw.

„Pas als het fout gaat, heb je in de gaten hoe hard je rijdt.” Dik over de 300 kilometer per uur ging Gijs van Lennep op het lange rechte stuk in Le Mans, toen een voorband van zijn Porsche 917 klapte. „Je schrikt even maar ik ben gewoon rechtuit blijven rijden. Gas los en het stuur goed vastgehouden. Het duurde een eeuwigheid voordat ik van 320 naar 160 was afgezakt, en dan ben je nóg maar op de helft. Je kijkt naar de vangrails en die komt dan nog met een rotgang voorbij. Jonge jonge, wat duurde dat lang. Ik heb een beetje bijgeremd, maar niet te hard want ik had toch eindeloos de tijd op dat rechte stuk, en de auto aan de kant gezet. En zo vielen we uit.”

Het overkwam Van Lennep bij zijn debuut in de 24 Uur van Le Mans, in 1970, in de race waarin de opnamen begonnen van Steve McQueens filmklassieker Le Mans. Vlak voordat hij uitviel, was Van Lenneps teamgenoot David Piper in de regen gecrasht. „De boel was gerepareerd, met onder andere een nieuwe ophanging” en daarna nam Van Lennep de auto over, „met een stuur dat scheef stond – toen voelde ik al nattigheid”. Later dat jaar crashte Piper tijdens de opnamen van Le Mans opnieuw. Daarbij verloor hij een onderbeen. Maar dat weerhield de nu 90-jarige Brit er niet van zijn racecarrière te vervolgen – met een prothese.

In zijn carrière vestigde Van Lennep menig ronderecord, zoals op de uitdagende en levensgevaarlijke oude 25 kilometer lange Nürburgring in de Duitse Eifel, maar hij is naar eigen zeggen nooit verslaafd geweest aan snelheid. „Snelheid is niet zo interessant. Je went eraan.” Op de snelweg beleeft hij er vooral plezier aan om de ideale lijn te rijden. „Beter voor het milieu; je verbruikt minder benzine en doordat er minder wrijving is slijten je banden minder hard”, zegt Van Lennep. Het is medio juli op het circuit van Zandvoort, waar op dat moment de Race Classics worden gehouden. In de hospitalitytent van de Historische Auto Ren Club waarvan hij beschermheer is, verdampen zijn woorden soms in de decibellen van van de oude motoren. Hij hapt meteen na de opmerking dat die ‘herrie’ verleden tijd is als er alleen nog met elektrische auto’s wordt geraced. „Nou”, zegt hij quasi-verontwaardigd, „een heleboel mensen willen dat graag horen.”

Oude kameraden

Een jaar na zijn debuut op Le Mans had Van Lennep daar een teamgenoot die de Porsche 917 wél op de weg hield. Op 13 juni 1971 won hij als eerste Nederlander de roemruchte uithoudingsproef voor mens en machine, met de Oostenrijker Helmut Marko. Dezelfde man die Max Verstappen naar het Formule 1-team van Red Bull haalde en die nog steeds de mentor is van de 23-jarige Formule 1-coureur die zo dicht bij zijn eerste wereldtitel is. Komend weekend, als Van Lennep eregast is bij de Dutch Grand Prix, treffen de oude kameraden elkaar weer in de paddock. Met dank aan de veel bekritiseerde prins Bernhard jr., die het mogelijk maakte dat het circuit werd opgeknapt en weer Formule 1-waardig werd. „Zakelijk gezien is het een goeie zet geweest”, zegt Van Lennep over de revival van het circuit en de terugkeer van de Formule 1 in Zandvoort. „Met of zonder Grand Prix kan het in elk geval weer twintig, dertig jaar mee. Anders was het een bouwval gebleven. En als Assen dán was ingestapt, was Zandvoort historie geweest. Het is een mooi voorbeeld van ondernemerschap. Ik hou daar wel van.”

Champagne en bloemen voor Gijs van Lennep (rechts) en de Oostenrijker Helmut Marko na de winst in Le Mans in 1971. Foto Ruud Hoff/ANP

Even naar de slipschool

Met die historische zege vijftig jaar geleden op Le Mans begon voor Van Lennep een bizarre week; vijf dagen later, op vrijdag, kroop hij voor het eerst achter het stuur van een Formule 1-auto. Uitgerekend in Zandvoort, waar hij in 1948 als zesjarig ventje uit Aerdenhout – op gehoorsafstand van het circuit – met zijn vader en zijn oudere broer David mee mocht naar de internationale Prijs van Zandvoort, de voorloper van de Formule 1-races. Tijdens het begin van zijn avontuur in 1971 in de hoogste klasse van de autosport was hij een beetje grieperig. „Ik denk gewoon van de inspanning, van 24 uur met een 917 in de rondte rijden. Het was een drukke week, met journalisten, interviews, filmen – en op vrijdagmiddag stapte ik voor het eerst in een Formule 1. Uit een Porsche 917 van 800 kilo met 600 pk in een F1-auto van zo’n 550 kilo en 450 pk. Formule 1 was natuurlijk het summum, je van het.

„Ik reed met een oude auto, een overjarige Surtees-Ford TS7, maar ik had het geluk dat het regende in de race. Daar had ik al om gebeden. Want 70 rondjes rijden, niet helemaal fit zijn en dan in zo’n oude auto; dat is toch een hele heisa hoor! Ik kon heel goed in de regen rijden, dat had ik vroeger goed geleerd, en ik had veel car control – dat heeft mij misschien wel helpen overleven. Af en toe zie ik nu Formule 1-rijders die in de nattigheid in de graskant komen en zo haaks de vangrails ingaan – dan denk ik, ga jij eens even naar de slipschool. Die komen dan gewoon car control en beheersing tekort.” Hier spreekt de adviseur rijvaardigheidstrainingen, zoals vermeld staat op het visitekaartje van Gijs van Lennep Consultancy. Ooit mocht hij in die rol de verkeersagenten van de AVD in hun wit-oranje Porsche cabrio’s tot zijn clientèle rekenen.

Lees ook: Achtbaanrit door de duinen van Zandvoort

In zijn eerste Formule 1-race ging Van Lennep als achtste over de finish, na gestart te zijn vanaf de 21ste plek. Op vijf ronden van Jacky Ickx (Ferrari), de Belg met wie hij in 1976 andermaal de 24 Uur van Le Mans zou winnen, in een Porsche 936. In de duinen hield Van Lennep drie wereldkampioenen achter zich: Graham Hill (10de), Jackie Stewart (11de) en Denny Hulme (12de). Illustratief voor zijn bescheidenheid is dat hij zijn topprestatie relativeert. „Ik reed op Firestones, zij op Goodyears. En de regenbanden van Goodyear waren gewoon net iets minder goed. Maar ik heb het wel alle rondjes volgehouden, en zelfs Graham Hill nog ingehaald in de Slotemakerbocht – die wist helemaal niet wie ik was joh.”

Een tientje voor Gijs

Ondanks dat knappe debuut, in een veld van 24 auto’s, kwam Van Lenneps Formule 1-carrière nooit echt van de grond. Dat jaar bleef het bij die ene race voor eigen publiek, ondanks een door De Telegraaf gestarte actie om hem aan een ‘zitje’ in de F1 te helpen, Een Tientje voor Gijs. Teambaas en F1-coureur John Surtees vroeg enkele honderdduizenden guldens. „Ik dacht, dat krijgen we wel bij elkaar, maar Van Lennep kreeg vijf-tien-duizend gulden in plaats van vier ton.” Het Nederlandse bedrijfsleven wilde, anders dan nu met miljoenenmagneet Verstappen, niet met de levensgevaarlijke Formule 1 geassocieerd worden.

In 1973 keerde Van Lennep terug in de Formule 1, opnieuw op Zandvoort, en werd hij zelfs zesde, in de race die overschaduwd werd door de dood van de Britse coureur Roger Williamson. Later dat jaar werd hij negende in Oostenrijk en haalde hij de finish niet op Monza. 1974: in België veertiende op het circuit van Nijvel, op Zandvoort kon hij zich niet kwalificeren. 1975 was zijn slotjaar in de Formule 1: na de grote Prijzen van Nederland (10de) en Frankrijk (15de) evenaarde hij zijn beste prestatie in zijn laatste race: zesde op de oude Nürburgring en daarmee bezorgde hij het team van Ensign zijn eerste WK-punt. Wat een halve eeuw later bijna onvoorstelbaar is in de Formule 1 maar waar vrouwelijke coureurs nu nog hoop uit putten: hij finishte vlak voor een vrouw, de Italiaanse ‘Lella’ Lombardi.

Handgemaakt schaalmodel

„De auto’s waren gevaarlijk, de circuits waren gevaarlijk en heel langzaam werd de Formule 1 veiliger”, zegt Van Lennep een paar weken later tijdens de tweede helft van het interview, in de volstrekte rust van zijn woonkamer in Blaricum. Alleen een schaalmodel van een oranje Porsche Carrera 6, gemaakt door een van zijn monteurs uit de periode dat hij deel uitmaakte van Racing Team Holland, herinnert daar aan zijn raceverleden. „Zandvoort is nog een old boys circuit, met gewoon asfalt, witte lijnen en gras – een klein stukje kerbstone en natuurlijk heb je bij het Scheivlak goeie grindbakken, bij de Tarzanbocht heb je een goeie grindbak en hier en daar heb je een klein stukje asfalt naast de baan. Zo heb je nog meer ouwe circuits, zoals Spa, Le Mans en Monza. Maar toen [de Duitse ontwerper] meneer Tilke circuits ging bouwen, legde die daar nog eens 20, 30, 40 meter asfalt naast. Vanwege de veiligheid. Maar dat houdt een keer op hè. Formule 1 is inmiddels veel veiliger dan rijden op straat – om maar eens wat te noemen. Sommige circuits zijn té veilig. De auto’s gaan harder dan vroeger, maar ze zijn veel stijver en sterker, vandaar dat er godzijdank niet zoveel meer gebeurt. In onze tijd zijn er een heleboel gegaan, elk jaar. Ik heb altijd mazzel gehad.”

Van Lenneps grootste crash was in 1967, op het wegcircuit in Spa, nadat de motorkap van zijn Porsche 906 Carrera 6 was opengewaaid. „Ik kon aardig hard rijden, ik reed ook wel met mijn hoofd, maar je maakt allemaal een ongeluk mee, zoals ik toen in België.” Over de 200 per uur reed hij op dat moment, en Van Lennep werd uit de auto geslingerd. „En als je pech hebt val je op je hoofd en ben je dood. Dan is het einde verhaal.”

Verstappen wereldkampioen

Hoewel de meesten ook nooit op het podium stonden, prijst Van Lennep ál zijn Nederlandse opvolgers in de Formule 1. „Want alleen al het feit dat je de Formule 1 haalt is een prestatie.” Er passeerden er heel wat de revue – onder wie Jan Lammers, Michael Bleekemolen, Huub Rothengatter, Jos Verstappen, Cristijan Albers, Robert Doornbos en Giedo van der Garde – voordat in de Formule 1 het Wilhelmus klonk. Het was mei 2016, toen Max Verstappen als eerste Nederlander een race in de Formule 1 won. Met achttien jaar de jongste coureur ooit die een race won. Nog voordat Verstappen in juli in Silverstone zijn koppositie in de strijd om de wereldtitel verspeelt aan Hamilton, zegt Van Lennep zeker te weten dat Verstappen dit jaar zal afsluiten als wereldkampioen. „Omdat de beste rijder bijna altijd in de beste auto zit. Hamilton was de beste rijder, zeven jaar in een Mercedes, de beste auto. Max is net zo goed maar die zat nog niet in de beste auto. Nu kan Max hem easy bijhouden, is hij ook de beste rijder én zit hij in de beste auto. Daarom gaat-ie wereldkampioen worden. En niet voor de laatste keer.

„Op Silverstone en in Hongarije heeft-ie pech gehad. Om wereldkampioen te worden moet je een beetje geluk hebben, maar dat dwing je ook af. Pech houdt een keer op. Ik ben ooit vijf keer achter elkaar uitgevallen – lulligheid kent geen tijd. Ik werd er helemaal gestoord van en ben toen zelfs sigaretten gaan roken.”

Van Lennep wenst zichzelf op geen enkele manier te vergelijken met Verstappen. „Hij is natuurlijk honderd keer beter dan ik. Verstappen is echt een hero.” Soms komen de held van nu en de topcoureur van toen elkaar tegen, zoals bij evenementen op Zandvoort. Daar vertoont Verstappen dan zijn kunsten in zijn Red Bull en rijdt Van Lennep gasten rond voor sponsor Jumbo. „Zo hard ga ik natuurlijk niet meer, maar nog wel hard genoeg dat ze het interessant vinden, respectievelijk een beetje eng”, zegt hij met een glimlach.

Trainen met halters

Van Lennep geniet van Verstappens rijstijl. „Hij kan zó precies rije. Kon ik ook maar hij kan het nog veel preciezer. Zo volg ik ook zijn rondetijden, de sectortijden. Die zijn zo gelijkmatig, per ronde op een tiende nauwkeurig, en daarbij maakt hij zo weinig fouten. Het valt me ook op dat Max na de race nog fit uit zijn auto stapt, zo van, pf, niks aan de hand – zijn conditie is fenomenaal goed. Hoe gek dat voor sommige mensen ook klinkt: als Formule 1-coureur moet je de conditie van een marathonloper hebben, terwijl je in die auto ligt. Ik deed destijds aan hardlopen, buiten vooral. Naar de fysio, en na de wedstrijd op maandag lekker naar een sauna. En een beetje met halters trainen. Ik deed alles zelf. Oké, ik had wel een mannetje in de sauna met wie ik oefeningen deed; de saunabaas, die toevallig ook wat van sport wist.

Gijs van Lennep op Zandvoort Foto Olivier Middendorp

„Ik was supertaai en kon het goed volhouden achter het stuur, zoals in 24-uurs-races. Ausdauer ja. Maar als ik het over zou kunnen doen, zou ik meer aan conditie- en krachttraining doen. Na 70 rondjes had ik het wel gehad in de Formule 1, na een wedstrijd van een uur en drie kwartier. Bij wijze van spreken zeggen ze nu na afloop van een race, ‘zullen we nog tachtig rondjes rijden?’ Topatleten zijn het. ‘Geef mij maar een fles water’, zei ik na een race, ‘dan ga ik in de hoek zitten, ik ben er even klaar mee’. Dat is het verschil.”

De Van Lennepweg

Op weg naar de tachtig maakt Gijs van Lennep een vitale indruk. „Ik zorg dat ik fit blijf, met hier en daar een apk’tje.” Vooruitkijkend naar drie dwaze dagen in de duinen is hij weer dat ventje dat met zijn vader naar die door de Thaise prins Bira gewonnen Prijs van Zandvoort ging en die een paar jaar later met zijn vriendjes van Aerdenhout naar Zandvoort fietste, onder het hek doorkroop – zoals de jonge Johan Cruijff het Olympisch Stadion inglipte – en de snelheidsduivels bewonderde. De paddock met de stilstaande auto’s interesseerde hem niet. „Ik wilde ze zien rije, want dan kon ik zien hoe ze het deeje. Want daar leer je van, als je er met je neus bovenop zit.”

Overal in Zandvoort wapperen nu zwartwitgeblokte vlaggen, ook aan de Van Lennepweg, bij de huizen van de inwoners die het evenement dat deze vrijdag begint een warm hart toedragen. Het is een van de langste straten in de badplaats, vlak bij het circuit. Racefans met historisch besef zullen bij het zien van de straatnaambordjes vast aan de oud-coureur moeten denken. „Maar overal waar er een Van Lennepweg is, is die vernoemd naar Jacob van Lennep, de schrijver”, helpt de Nederlandse autocoureur van de 20ste eeuw ze uit de droom. „Onze tak stamt af van de halfbroer van Jacob – we zijn dus familie. Nee, naar mij is niks vernoemd. Hoeft ook niet.”