Opinie

Toezicht staat straks digitaal buitenspel

Marietje Schaake

Wie kunnen we vertrouwen om het publieke belang te dienen en de grote problemen van deze tijd op te lossen? Het is een vraag die niet alleen rondom de formatie in Nederland speelt. Steeds meer worden technologiebedrijven als onmisbaar gezien. Ze begeven zich al op kernterreinen van het openbaar bestuur, maar zonder het bijbehorende democratisch mandaat, en zonder democratisch verantwoording af te hoeven leggen.

Na een serie dramatische cyberaanvallen op cruciale infrastructuur nodigde president Biden de bazen van de grootste Amerikaanse technologiereuzen vorige week uit in het Witte Huis, voor een top over veiligheid in het digitale domein. Die veiligheid, of juist het gebrek daaraan, is inmiddels de frontlinie van nationale veiligheid geworden. Bedrijven en overheidsorganisaties blijken een te eenvoudige prooi voor criminele hackers of inlichtingendiensten van vijandige machten.

Toen een misdaadsyndicaat afgelopen zomer in de VS de digitale besturing van het brandstofleidingennet van Colonial Pipeline lamlegde, en daarna losgeld vroeg om die weer vrij te geven, werd duidelijk hoe eenvoudig belangrijke infrastructuur kan worden getroffen. Er ontstond een run op benzine, waarbij driekwart van de pompstations in North-Carolina al snel leeg raakte. Het incident tekent de structurele zwaktes die sluimeren in onzichtbare systemen, waarvan de software vaak houtje-touwtje aan elkaar hangt. Het vrijwel blinde vertrouwen dat softwarebedrijven hun producten goed beschermen, pakt in de praktijk slecht uit.

Ontbrekend toezicht op digitale munten maakt monetair beleid en toezicht irrelevant

‘De realiteit is dat het merendeel van onze kritieke infrastructuur in handen is van de private sector en hierdoor bestuurd wordt. De federale regering kan deze uitdaging niet alleen aan”, zei Biden bij de opening van de top. In weerwil van deze dramatische constatering kiest hij echter voor een vlucht naar voren: de president wil bedrijven niet minder, maar juist meer verantwoordelijkheid geven bij de beveiliging van de digitale Verenigde Staten.

Aan de vergadertafel van de president zegden Microsoft en Google toe miljarden te investeren in de Amerikaanse digitale veiligheid. Microsoft beloofde 20 miljard voor de komende vier jaar, en investeert direct 150 miljoen dollar in betere beveiliging van nationale en lokale overheden. Google hield het op 10 miljard, verspreid over vijf jaar. Over een deel van die investeringen zal ongetwijfeld ook al los van de ‘presidentiële audiëntie’ een besluit zijn genomen.

Naast de digitalisering van infrastructuur, en de beveiliging hiervan, zet de opmars van digitale munteenheden toezichthouders op financiële markten verder op scherp. Gary Gensler, die leiding geeft aan de Amerikaanse beurswaakhond SEC, voorspelde deze week het einde van cryptomunten als die niet binnen het openbare bestuurlijke toezichtskader komen te vallen. Als dat niet lukt, gaat de relevantie van het monetair beleid en toezicht onderuit.

De groeiende rol van bedrijven in het besturen van ons digitale bestaan vormt een uitdaging voor het mandaat en primaat van democratisch gekozen bestuurders en publieke autoriteiten. Wie zich – terecht – zorgen maakt over de draaideur die voormalige politici naar de industrie leidt, doet er goed aan ook eens te kijken naar de vele beslissingen die al primair door bedrijven worden genomen.

Als de balans niet wordt hersteld ten gunste van publieke waarden en democratisch toezicht, duurt het niet lang meer voordat bestuurders en volksvertegenwoordigers digitaal buitenspel komen te staan.

Marietje Schaake schrijft om de week op deze plek een column over technologie, beleid en economie.