Foto Khalid Amakran

Interview

Oud zijn is heerlijk. Je trekt je minder aan van wat anderen vinden

Al 43 jaar bestiert Kiki Niesten de naar haar genoemde designerkledingwinkel in Maastricht. Over nooit meer samenwonen, de vreugde van het oud-zijn en waarom je niet te veel moet uitgeven aan kleren die je één keer draagt.

„Thuis hadden wij een grote boerderij en mijn moeder was echt de boerin. Overdag droeg ze altijd een overall, maar ging ze uit, naar de stad, de kerk of op visite, dan zag ze er tiptop uit. Een prachtige vrouw van wie niemand geloofde dat ze elke ochtend de varkens voerde. Ze is al 45 jaar overleden, maar die metamorfose – van werkpak uit en opkleden – zie ik nóg voor me. Zo stijlvol, zo mooi. Met smaak word je geboren.

Naar de kerk draag je geen gebloemde fuchsia jurk, je kleedt je passend bij de gelegenheid. Mijn moeder was een kameleon; op zondag sober en ingetogen. Haar juwelen en horloge droeg ze alleen bij het uitgaan. Ging ze naar de stad, dan droeg ze handschoentjes en hakken, nooit platte schoenen. Make-up altijd spaarzaam, bij uitzondering parfum en ik denk dat ik haar nooit in een jurk gezien heb zonder kousen. Smaakvol, gepast, nooit overdone. Zo heb ik het van huis uit meegekregen.

Discipline was thuis belangrijk. Het was voor wat hoort wat. Wilde ik naar de jeugdsociëteit, dan moest ik eerst de ‘koer kèren’, zoals we op z’n Limburgs zeggen. De enorme binnenplaats vegen. Alles moet je eerst verdienen. Achteraf ben ik dat wel gaan zien als een zware opvoeding. Maar het vormt je en dat geef je weer door. Mijn tweelingdochters, ze zijn nu 35, hebben een ongelofelijke werklust en energie. Als het werk af moet, werken ze de hele nacht door.

Ik was een heel verkeerd kind. Ik spijbelde, verfde mijn haar zwart, hing in cafés, bleef nachten weg van huis. Als ik niet op mijn zeventiende verliefd was geworden op een veel oudere man, de vader van mijn kinderen, was het vast anders met me afgelopen. Soms kom je iemand tegen die je leven doet kantelen. Hij was eigenaar van een restaurant hier in Maastricht en mijn leven conformeerde zich aan het zijne. Ik gedroeg me volwassen, ik kleedde me volwassen, alles om te voorkomen dat mensen me aanzagen voor zijn dochter. En ik wilde, net als hij, ook ondernemer zijn. Een winkel, dat wilde ik, het maakte me niet uit of ik er schoenen, kleren of kaas verkocht, zolang het maar in de Stokstraat in Maastricht was. Vroeger woonde er hoeren en paupers, maar na de renovatie in de jaren zestig werd het een exclusieve winkelstraat. Een jaar na mijn moeders dood, in 1979, ging ik open.

Foto Khalid Amakran
Foto Khalid Amakran

Verderop in de straat woonde een interieurarchitect, Herman Zeekaf. Hij werd de belangrijkste influencer in mijn leven, hij leerde me kijken naar kunst, architectuur en hielp me bij de inrichting van de zaak. Van begin af aan zag het er anders uit dan andere kledingwinkels. Het is een salon, een plek waar je graag vertoeft. De winkel is in de loop der jaren groter geworden, we zitten nu in drie panden, maar de sfeer, de uitstraling is hetzelfde gebleven. Een goed interieur is voor altijd. Mijn huis deed hij ook. Het is sober, klassiek, echt Herman.

Jonge mensen gebruiken hun meubels, bestek, servies, tafelkleden heel even, en kopen dan alles weer nieuw. Ik begrijp dat niet. Mijn spullen blijven altijd bij me. Van de oude linnen lakens van mijn ouders heb ik dekbedovertrekken gemaakt. Ik kan zo een twintig jaar oude Alaïa-jurk aantrekken, en dan denken klanten dat het nieuwe collectie is. Met goede kleren kun je lang doen. In de winkel komen mensen die zeggen: ‘Mijn dochter gaat trouwen, nu wil ik een keer iets moois.’ Huwelijken en begrafenissen, dan maakt het nooit uit wat iets kost. Ik zou die mensen gunnen dat ze hun 5.000, 6.000 of 8.000 euro besteden aan iets wat ze vaker dragen dan die ene keer. Besteed veel geld aan iets wat je lang draagt. Reken in PPW, price per wear. 2.000 euro voor een kasjmier truitje van Brunello Cucinelli lijkt veel. Maar na twintig jaar dragen is het nog steeds mooi, en was het dus eigenlijk een goedkoop truitje.

Dat we nu tegen elkaar kunnen zeggen: ‘ik heb zin om alleen te zijn’, zonder dat de ander zich afgewezen voelt, dat vinden wij een verdienste

Vrij snel nadat mijn huwelijk met de vader van mijn kinderen strandde, ontmoette ik een nieuwe man. We zijn 32 jaar bij elkaar, we hebben het heel goed, maar ik ga nooit meer samenwonen. Wat is het voor iets dwaas dat in een relatie alles zich onder één dak moet afspelen? In een relatie ben je geen verlengstuk van elkaar, je moet elkaar gunnen jezelf te zijn. Hij woont een paar honderd meter bij mij vandaan en het komt voor dat hij na een gezellig etentje met vrienden de ene kant op fietst en ik de andere. Dan zie je mensen vreemd opkijken. We hebben dagelijks contact en bekijken per keer waar we zin in hebben. Soms wil één van ons een avond niks. Dat we nu tegen elkaar kunnen zeggen: ik heb zin om alleen te zijn, zonder dat de ander zich afgewezen voelt, dat vinden wij een verdienste.

Het is een enorme rijkdom om het heel fijn te hebben met jezelf. De kinderen gingen tegelijkertijd het huis uit, en ineens was ik alleen. Panisch werd ik als er twee lege avonden in m’n agenda stonden. Ik ging als een bezetene vrienden bellen, afspraken maken, plannen. Was ik een zondag alleen thuis, dan voelde ik me de grootste mislukkeling ever. Hoe precies weet ik niet meer, maar geleidelijk leerde ik van alleen-zijn te genieten. Ik heb geen hobby’s genomen of zo, ik lees, rommel, laat de klok los en ga pas eten wanneer ik honger krijg.

Oud zijn is heerlijk. Je trekt je minder aan van wat anderen vinden, je kunt het je permitteren om te zeggen: dit wil ik niet meer. Ik wil me niet meer omringen met mensen, merken en bedrijven waarmee ik me niet wil omringen. Al die openingen en feesten van klanten, ik ga er niet meer heen. Luxemerken die alleen maar hypes creëren? Die enorme logo’s van Balenciaga, zo smakeloos, zo voetbalvrouw. Dat soort spullen kopen we niet meer in, ook al zouden we er goed geld mee kunnen verdienen. We willen het niet in de winkel hebben, en de mensen die het kopen ook niet.”

Foto’s Khalid Amakran.