Orang-oetans hebben geen voorbeeld nodig bij het kraken van een noot

Primatologie Wat bij chimpansees als geavanceerde, aangeleerde cultuur geldt, doen orang-oetans moeiteloos: noten kraken op een aambeeld.

Het orang-oetanvrouwtje Padana kraakt noten in de dierentuin van Leipzig.
Het orang-oetanvrouwtje Padana kraakt noten in de dierentuin van Leipzig. Foto Claudio Tennie

Orang-oetans kunnen op eigen houtje, zonder enig voorbeeld, noten kraken met de hamer-en-aambeeldmethode. Bij chimpansees geldt die activiteit juist als een belangrijke aanwijzing voor aangeleerde cultuur. Dit blijkt uit een onderzoek van onder meer Elisa Bandini, Claudio Tennie (beide Universiteit Tübingen) en de onafhankelijke onderzoeker Martina Funk dat onlangs gepubliceerd is hetAmerican Journal of Primatology.

De orang-oetans in het onderzoek (vier in de dierentuin van Leipzig en acht in die van Zürich) waren vooraf niet bekend met het gebruik van hamers om dingen te openen. Toch slaagden vier van hen (een in Leipzig, drie in Zurich) erin om geheel op eigen houtje noten te kraken met de hamer-en-aambeeldmethode als zij samen met harde noten een (houten) aambeeld (ca. 50 kg) en een slagknuppeltje (ca. 2,5 kg) in hun kooi aantroffen.

Culturele verschillen

Het onderzoek past in een wetenschappelijk debat over de wijze waarop mensapen leren, dat mede door Tennie wordt aangejaagd. Vaak wordt aangenomen dat chimpansees van elkaar kunnen leren hoe ze dingen kunnen doen. Dat zou dan ook de reden zijn waardoor culturele verschillen tussen verschillende apengroepen kunnen ontstaan: de ene chimpgroep vist wel met stokjes naar termieten, maar een ander doet het nooit omdat ze het nooit geleerd hebben. Deze ontdekking was twintig jaar geleden een grote doorbraak in het primatenonderzoek.

Het met hamer-en-aambeeld openen van harde noten (zoals de pandanoot) door sommige chimpanseegroepen in de bossen van Ivoorkust en Guinee geldt als het beste voorbeeld van aangeleerde cultuur omdat het relatief moeilijk is (met twéé werktuigen tegelijk) en de chimps het alleen goed onder de knie lijken te krijgen als ze er jong mee beginnen. Ze zouden de techniek daarbij afkijken van hun moeder. Het wordt ook wel als een parallel gezien voor het vroegste werktuiggebruik van menselijke voorouders, twee à drie miljoen jaar geleden.

Mensapen zien bij de ander alleen dat iets kan, niet hoe het moet

Maar andere primatologen, onder wie Tennie, denken dat de mensapen hier niet de techniek afkijken, maar bij de ander alleen maar de mogelijkheid zien dát je noten kunt kraken. Vervolgens proberen de ‘leerling-krakers’ het zelf en dankzij de beschikbare materialen vinden ze het trucje vervolgens zelf (opnieuw) uit.

Mensapen kopiëren geen gedrag, stelt Tennie in dit artikel. Apen pikken volgens hem van een ander alleen maar op wát er kan en eventueel waar het kan (‘weten wat’ en ‘weten waar’). Het ‘weten hoe’ moeten apen zelf uitvinden, op basis van hun algeméne handigheid en inzicht in het probleem – hun „zone van de mogelijke oplossingen” noemt Tennie dat. Dat orang-oetans nu geheel op eigen houtje in staat blijken om dit toch vrij complexe noten-hameren uit te vinden, is volgens hem een belangrijke aanwijzing dat dit gedrag tot die zone behoort.

In een artikel dat vorig jaar werd gepubliceerd in het tijdschrift PeerJ doet Tennie al verslag van een vergelijkbaar onderzoek bij chimpansees, maar daarbij bleken de (volwassen) chimpansees in het Britse Twycross Zoo (bij Birmingham) het noten-hameren helemáál niet onder de knie te krijgen, niet op eigen houtje (met alleen de noten en materialen) en ook niet als een menselijke experimentator het gedrag voordeed.

Verrassend sterke kaakspieren

Duidelijke conclusies ten aanzien van chimpansees zijn dus vooralsnog onmogelijk, omdat dit mislukken vele oorzaken kan hebben. Uit observaties in het wild lijkt het er wel op dat misschien alleen jonge apen in staat zijn om zoiets nieuws te leren. En daarom is er een vervolgexperiment met jonge chimps opgezet, dat door corona nog niet is uitgevoerd.

In het orang-oetanartikel schrijven de onderzoekers nu dat de experimenten met deze primaten in ieder geval niet wijzen op zo’n cruciale leerperiode tijdens de jeugd. In Leipzig was het inderdaad alleen de jonge orang-oetan die het hameren onder de knie kreeg, maar daarbij speelde een belangrijke rol dat oudere orangs de gebruikte macadamnoten ook met hun tanden konden openbreken, dankzij hun verrassend sterke kaakspieren. De kaakspieren van de jonge orang waren nog niet sterk genoeg (hij probeerde het wel). En in Zürich (waar de veel hardere coulanoten werden gebruikt) waren het juist volwassenen die het hameren onmiddellijk op eigen houtje toepasten, terwijl de jonge orang geen enkele belangstelling voor de werktuigen toonde.

Lees ook: Apencultuur: eindeloos opnieuw het wiel uitvinden