Lijkt ‘Kabul 2021’ op ‘Srebrenica 1995’?

Evacuatie Net als in Srebrenica was er in Kabul ‘gerommel’ met evacuatielijsten. Gaan Afghanen, net als nabestaanden van de massamoord in Srebrenica, binnenkort naar de Nederlandse rechter?

Evacués uit Afghanistan werden vorige maand op Schiphol afgeschermd toen ze uit een C-17-toestel stapten.
Evacués uit Afghanistan werden vorige maand op Schiphol afgeschermd toen ze uit een C-17-toestel stapten. Foto Koen van Weel/ANP

Staan binnen enkele jaren nabestaanden van door Taliban vermoorde Afghanen in Nederland voor de rechter, omdat defensie hen te weinig beschermde? En zal de rechter hen dan (deels) gelijk geven, zoals sommige nabestaanden van de slachtoffers van de massamoord in Srebrenica? Deze vragen rijzen nu de eerste juridische stappen zijn aangekondigd.

Donderdag werd bekend dat Afghaanse tolken in Nederland naar de rechter stappen om achtergebleven familieleden geëvacueerd te krijgen. Een dag eerder nam raadsvrouw Liesbeth Zegveld het op voor de Afghaan Zia Ulhaq Zia. Die hielp jarenlang landgenoten die de Staat der Nederlanden voor de rechter sleepten na een Nederlandse mortieraanval in Chora in 2007.Daarbij werden tussen de 30 en 88 burgers gedood. Vier slachtoffers voeren momenteel samen met advocaat Liesbeth Zegveld een schadevergoedingsprocedure tegen de staat.

Zia is zeer bezorgd over zijn situatie, en wil weg. Woensdag stuurde Zegveld een brief naar het ministerie van Buitenlandse Zaken. Daarin eiste ze duidelijkheid of Zia „met verhoogd risicoprofiel” (hij werkt ook voor een Nederlandse ngo) op de evacuatielijst staat, en over de criteria die daarvoor gehanteerd worden. Als Buitenlandse Zaken uiterlijk 9 september die duidelijkheid niet geeft, overweegt Zegveld naar de rechter te stappen om openbaarmaking van de lijst af te dwingen. „Voordat ik dat doe, wil ik echter eerst meer weten over de feiten en omstandigheden rond de evacuaties.” Publicatie van de lijst vindt zij cruciaal om te kunnen beoordelen of Afghanen hieraan rechten konden ontlenen.

‘Geschiedenis herhaalt zich’

Hoe belangrijk dat is, bleek tijdens de juridische nasleep van de massamoord op 8.000 Bosnische mannen in juli 1995. Nabestaanden roeren zich in de media met vergelijkingen met de gebeurtenissen van toen. Alma Mustafic, dochter van de in 1995 vermoorde elektricien Rizo Mustafic, tweette op 15 augustus: „Geschiedenis herhaalt zich: Rizo Mustaficć? Srebrenica? Klinkt het bekend @Defensie? Wij kregen soortgelijk bericht van defensie over mijn vader Rizo Mustaficć die voor NL troepen gewerkt heeft.”

In 2013 oordeelde de Hoge Raad dat de Staat der Nederlanden verantwoordelijk was voor de dood van Mustafic en twee andere moslimmannen. Zij hadden als medewerkers van Dutchbat op de compound op bescherming mogen rekenen. Hun namen stonden op de evacuatielijst. Toch werden zij weggestuurd.

Zelfs wie destijds niet op een lijst stond, mocht enige bescherming genieten, bleek uit een ander arrest in 2019. Daarin gaf de Hoge Raad nabestaanden van 350 vermoorde moslimmannen gedeeltelijk gelijk. Er was een kleine kans (de Hoge Raad schatte die op 10 procent) dat de groep op de compound uit handen van de Bosnische Serviërs had weten te blijven als Dutchbat gewoon vertrokken was, in plaats van hen eerst van het terrein te sturen. Hun aanwezigheid binnen een fabriekshal aldaar was namelijk nog niet opgemerkt door de Serviërs. In juni werd bekend dat op basis van dit arrest nabestaanden schadevergoeding kunnen eisen van de Staat.

In hoeverre zijn deze juridische overwegingen relevant voor de beoordeling van wat er nu in Afghanistan gebeurt? Volkenrechtdeskundigen zien vooralsnog grote verschillen. Zo noemt de Leidse emeritus hoogleraar Nico Schrijver de vergelijking tussen ‘Srebrenica 1995’ en ‘Kabul 2021’ „nogal mank, zo niet misplaatst”. „Bij Kabul gaat het om de vaststelling dat met de kennis van nu de Nederlandse regering eerder voorbereidingshandelingen voor evacuatie had moeten treffen. Bij Srebrenica gaat het om het vastgesteld en verwijtbaar nalaten bij het voorkomen van de ergste internationale misdrijven tegen een bepaalde groep moslimmannen, namelijk genocide, misdrijven tegen de mensheid en ernstige oorlogsmisdrijven.”

Vooral verschillen

In het vonnis van 2013 woog voor de Hoge Raad zwaar dat Nederland in 1995 als enige ‘effectieve controle' had over Srebrenica die door de VN tot veilig gebied was betiteld. Dat bracht zware verplichtingen voor Dutchbat met zich mee voor de mensen op het terrein, ook toen bleek dat er geëvacueerd moest worden onder druk van de Bosnische Serviërs. „In Kabul en andere delen van Afghanistan kun je echt niet spreken over ‘effectieve controle’ door Nederland”, zegt Zegveld, behalve advocaat ook hoogleraar ‘war reparations’ aan de Universiteit van Amsterdam.

André Nollkaemper, hoogleraar internationaal publiekrecht aan de UvA ziet ook vooral verschillen. „Dutchbat opereerde destijds op basis van een VN-resolutie die verplichtte tot bescherming van de bevolking in Srebrenica. Nederland had daarmee rechtsmacht waardoor het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens gold. Dat is in Afghanistan niet het geval. Daar waren de Nederlandse militairen onderdeel van een NAVO-missie zonder een beschermingsplicht.”

Lees ook over de demonstratie afgelopen weekend tegen de Nederlandse aanpak van de Afhanistancrisis: ‘Van een land met Srebrenica in het geheugen mogen we dit niet verwachten’

Zegveld ziet echter ook overeenkomsten die wellicht nopen tot juridische acties. De grote gelijkenis is volgens haar het „rommelen met lijsten”. „Ook nu is weer niet duidelijk wie op de lijst staat, welke criteria daarvoor zijn gehanteerd en of degenen die op de lijst stonden ook daadwerkelijk zijn geëvacueerd.” De casus-Mustafic laat volgens Zegveld zien tot welke onverwacht grote juridische gevolgen dit ‘gerommel’ kan leiden. „Over Mustafic zei de rechter destijds: die stond op een lijst, die had mee gemoeten. Nederland zei: maar hij had niet het juiste pasje. Hij had als VN-medewerker een VN-pasje moeten hebben. Toen zei de rechter: kennen we zo’n redenatie niet uit de Tweede Wereldoorlog? We hebben het over mensenlevens, niet over pasjes.” Van een andere moslimman die op de lijst stond werd de naam plots weggestreept door een Dutchbat-officier.

Los van de lijstkwestie had Nederland volgens Zegveld in Afghanistan een algemene inspanningsverplichting een bedreigd mensenleven te redden als dat mogelijk was. „Je wilt niet dat Nederland over een half jaar over inmiddels gedode Afghanen moet zeggen: dat waren mensen die ofwel op de lijst hadden moeten staan, of mensen die we daar zonder veel risico hadden kunnen weghalen.”

Nollkaemper is hier aanzienlijk terughoudender over. Hij zegt op basis van jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie: „Zo’n algemene verplichting tot bescherming tegen de Taliban geldt alleen als Nederland effectieve controle zou uitoefenen over een bepaald deel van het Afghaans grondgebied. Van de Amerikanen kun je dat misschien nog zeggen, maar niet van Nederland, zeker niet waar het gaat om Kabul.”