Opinie

Klimaatbeleid vraagt om nieuwe relatie met burger

Kwetsbaar Klimaatverandering wordt tastbaarder. Alleen als overheid, burgers en wetenschap beter gaan samenwerken, kunnen we ons tijdig aanpassen, schrijven Marjolijn Haasnoot, Jeroen Aerts en anderen.

Bouwproject op een van de laagst gelegen plekken van Nederland
Bouwproject op een van de laagst gelegen plekken van Nederland Foto Tobias Kleuver/Hollandse Hoogte

Het record aan regenval en overstromingen van deze zomer maken klimaatverandering ook in ons land zeer tastbaar. Net als de droogte en hitte van de jaren hiervoor. Het nieuwe IPCC-rapport liet zien dat de opwarming toeneemt en de weersextremen frequenter en groter worden. Wat we nu zien is een voorbode van wat ons te wachten staat aan extreme neerslag en rivierafvoeren, zeespiegelstijging, hittegolven, droogte, bosbranden en plagen die natuur en mens bedreigen. De intensiteit en de hoeveelheid van de recente weersextremen wereldwijd komen sneller dan verwacht, ook voor menig klimaatexpert.

Natuurlijk, er wordt gewerkt aan de energietransitie en de emissies uit de landbouw staan ter discussie. Om ons aan te passen hebben we hitteplannen en een Deltaprogramma nodig. Maar doen we het goede en doen we het snel genoeg?

Het beperken van klimaatverandering zoals voorgesteld op EU-niveau met de Green Deal is verreweg de meest urgente actie. Alleen een radicale vermindering van emissies van broeikasgassen zal de opwarming kunnen beperken tot 1,5 graden. Daarmee kan een wereldwijde maatschappelijke ontwrichting waarschijnlijk worden voorkomen. Voor het perspectief: wat wij nu meemaken zijn de effecten van 1,2 graden opwarming. Veel broeikasgassen zitten al in de lucht en zullen nog vele jaren blijven doorwerken. Aanpassen aan klimaatverandering is onvermijdelijk.

Frontlinie

Nederland ligt in de frontlinie van de klimaatverandering, met grote rivieren, een lange kustlijn, en grote, waardevolle delen beneden zeeniveau. Nu is het zaak krachtig bestuurlijk te reageren. De vorig jaar verschenen ‘review’ van het Deltaprogramma biedt een eerste leidraad. Het rapport geeft eerst complimenten over het werk aan de dijken en ruimte voor de rivier maar spreekt verderop met „een groot gevoel van onrust” over de lange termijn en over de weinig effectieve decentrale aanpak van de ruimtelijke aanpassingen. Klimaatverandering vraagt om „een ingrijpende ruimtelijke transitie en dat die transitie wordt bemoeilijkt door de vele andere ruimteclaims zoals de woningbouwopgave, de energietransitie, aanpak van de landbouwcrisis, en plannen voor nieuwe infrastructuur.

In Arnhem wordt een nieuwe woonwijk gepland in de uiterwaarden

Maar in de praktijk worden we steeds kwetsbaarder. In Arnhem wordt een nieuwe woonwijk gepland in de uiterwaarden, en Zuid-Holland wil bouwen in de diepste polder. Gemeenten en provincies geven toestemming voor plannen die de samenleving (en de bewoners!) later op kosten jagen. De tijd die we nog hebben kunnen we beter gebruiken om synergie te realiseren met (ruimtelijke) ontwikkelingen als energietransitie, biodiversiteitsopgave en onderhoud aan infrastructuur.

Wij hebben drie boodschappen.

Ten eerste, er moet op nationaal niveau regie gevoerd worden over ruimtegebruik. We slaan ons internationaal graag op de borst met het beeld van Nederland als ‘best beschermde delta’. Dat is alleen vol te houden als we bestuurlijk kiezen en de korte termijn investeringen verbinden met de vraag hoe we ons op de lange termijn aanpassen en de uitstoot van broeikasgassen terugdringen: op welke plekken hebben bepaalde ruimtelijke functies (wonen, natuur, landbouw, infrastructuur, energievoorziening) toekomst. Dat zal nationaal moeten gebeuren.

Ten tweede, burgers moeten worden betrokken bij de discussie over problemen en oplossingen. We missen een institutionele omgeving die burgers handzame informatie aanreikt zodat die zelf hun oordeel kunnen vormen. Het ‘speaking truth to power’ model van deskundigen die de overheid adviseren is maatschappelijk achterhaald. Bestuurders verschuilen zich vervolgens achter niet goed begrepen uitspraken over wetenschappelijke onzekerheid.

Ten derde, versterking van onderzoek is cruciaal om tijdig helder te krijgen wat er nodig en mogelijk is met de inrichting van ons land. Dit onderzoek moeten we organiseren in samenwerking met betrokkenen, voor het broodnodige draagvlak en het meenemen kan lokale kennis en creativiteit.

Het zal niet gemakkelijk zijn want een versnelling van de energietransitie en tijdige aanpassing aan klimaatverandering vraagt om beslissingen waarbij oude, destijds voor de hand liggende plannen en ambities zullen moeten worden herzien. Dat vraagt moed van bestuurders én burgers. Bestuurders zullen hun verantwoordelijkheid moeten nemen, burgers moeten zich realiseren dat de toekomst er anders uitziet dan het verleden en wetenschappers moeten oplossingen verkennen en daarin meer dan voorheen samenwerken met burgers en ruimtelijke bestuurders.