Reportage

Acht miljoen dahlia’s, honderden vrijwilligers en twintig wagens strijden om de eerste plek

Bloemencorso in Zundert Het bloemencorso in Zundert gaat dit jaar door corona net even anders. Geen rijdende optocht en geen volle tribunes.

De praalwagens voor het corso in Zundert worden gebouwd. Het corso vindt dit jaar in aangepaste vorm plaats.
De praalwagens voor het corso in Zundert worden gebouwd. Het corso vindt dit jaar in aangepaste vorm plaats. Foto Wouter van Vooren

Het wordt de ‘Zundertse Jubel’ genoemd. Het moment dat de winnende wagen tijdens het Corso Zundert mag stoppen van de omroeper, gevolgd door uitzinnige vreugde bij de bouwers. Kippenvel, herinnert Martijn Blom zich van het jaar 2019, het laatste jaar dat het corso doorging en buurtschap Tiggelaar de eerste prijs won. „We hadden het niet verwacht en dan is zo’n uitbarsting helemaal mooi.”

Acht miljoen dahlia’s, honderden vrijwilligers en twintig wagens, gebouwd door evenzoveel buurtschappen, die strijden om de eerste plek. Het corso in het Noord-Brabantse Zundert staat jaarlijks garant voor de meest kleurrijke en extravagante wagens. Het is een compleet theaterstuk op een wagen, zegt voorzitter Jos Jochems. Normaal trekt het spektakel tienduizenden mensen naar het dorp en gaan de beelden via sociale media de wereld over.

Vorig jaar ging het helemaal niet door. Dit weekend wel, maar anders. Geen tribunes vol publiek, maar opgestelde wagens, waar het publiek in tijdssloten langs mag lopen. Een paar maanden geleden was de hoop nog dat de coronamaatregelen vanaf september allemaal afgeschaft zouden zijn.

Elk voorjaar verrijzen in Zundert twintig corsotenten, waarin de bouwers hun zomers doorbrengen. Foto Wouter van Vooren

Het corso zal om nog een andere reden anders zijn: kleiner, minder spektakel, omdat het sein om te bouwen vrij laat is gegeven. „Maar nog wel corsowaardig”, zegt Jochems. Elk voorjaar verrijzen in Zundert twintig corsotenten, waarin de bouwers hun zomers doorbrengen. Grote, witte tenten, verspreid in de gemeente. Dit jaar wordt er bijna als vanouds hard gewerkt aan de wagens, alleen is er wat meer afstand tussen de bouwers.

Net een café

Zoals bij buurtschap Laer-Akkermolen. Een tiental mensen werkt aan een grote, ijzeren constructie. Stalen draden worden gebogen, gelast, vastgemaakt. Anderen strijken met een kwast lijm op oud papier en plakken dat op de constructie, om het vorm te geven. Twee vrouwen schuren al kletsend piepschuim in de vorm van bijen.

Stalen draden worden gebogen, gelast, vastgemaakt. Foto Wouter van Vooren

„Het is net een café”, legt Jasper Lochten van Laer-Akkermolen de aantrekkingskracht van het corso uit. „Je moet alleen wat harder werken voor je bier.” Zelf was hij zeven of acht jaar toen hij voor het eerst kwam helpen bij de wagen. „Het was prachtig om te zien en te horen. De grapjes, de sfeer. Naarmate ik ouder werd, bleef de drang erheen te gaan.” Hij lacht: „Soms kwam mijn vader me wegtrekken als hij vond dat het wel genoeg was geweest.”

Als je er eenmaal bij zit, dan hoor je bij de familie. Hij wijst naar de bouwers achter hem: „Daar staat iemand van 14 te werken, daarnaast iemand van 62 jaar. Dokter of timmerman, advocaat of boer: het maakt niet uit. Ze werken allemaal zij aan zij.”

Het sociale aspect is belangrijk, beaamt iedereen. Je hebt de fanatieke bouwers, maar ook mensen die af en toe een handje mee komen helpen of familieleden en vrienden die in het laatste weekend de dahlia’s op de wagen helpen ‘tikken’. Daarnaast zijn er de – veelal oudere – vrijwilligers die de dahliavelden in de gemeente verzorgen, samen zo’n dertig hectare. Op een wagen passen normaal gezien zo’n 300.000 tot 400.000 bloemen, die in vier dagen tijd worden aangebracht. Elk buurtschap heeft zijn eigen veld, en een eigen manier van kweken.

Foto Wouter van Vooren
Foto Wouter van Vooren
De dahliaknollen gaan in april de grond in en de bloemen moeten de donderdag voor het corso pieken.
Foto Wouter van Vooren
De dahliaknollen gaan in april de grond in en de bloemen moeten de donderdag voor het corso pieken.
Foto Wouter van Vooren

„Dat zijn we al 75 jaar aan het perfectioneren”, zegt Martijn Blom van buurtschap Tiggelaar. De dahliaknollen gaan in april de grond in en de bloemen moeten de donderdag voor het corso pieken. „Je bent een heel jaar aan het sturen om op die dag de meeste bloemen in het veld te hebben staan. We weten precies hoelang ze erover doen om te groeien.”

Een week voor het corso plukken ze daarom alle bloemen die te vroeg zijn gebloeid. Dan blijven er alleen groene planten over. „De energiestroom gaat dan naar de knoppen toe, zodat de bloemen precies op tijd goed zijn.”

Ook economisch gezien is het corso een belangrijk evenement. Het zorgt voor bekendheid en extra omzet voor de Zundertse horeca. De overgebleven dahlia’s verkopen de buurtschappen om extra geld te verdienen, dat gebruikt wordt voor de wagens. Zo’n wagen kost, afhankelijk van de grootte, zeker 10.000 euro.

„Saamhorigheid, samenwerking, verbinding, verbroedering”, zijn de basis van het corso, zegt Blom. „En dat is precies wat we de afgelopen twee jaar niet hebben gehad.”

Het ontwerp van het buurtschap is dit jaar een verbeelding van het Sunderumfeest, een volksfeest op Terschelling dat bedoeld is om boze geesten te verdrijven. Een mysterieus en donker ontwerp, zegt Blom. Vermomde mannen met zakken en maskers over hun hoofd, stro om hun middel. Voorovergebogen schrijden ze voort en hebben ze wel iets weg van de pestdokters uit de zeventiende eeuw.

Blom laat een maquette zien. „De schaal is 1 op 10, iedereen kan het dan zelf meten en tien keer zo groot nabouwen. Voer maar uit, kunnen mensen veel zelfstandiger uit de voeten.”

Het corso is dit jaar op 5 en 6 september. En al is het een andere optocht dan normaal, het blijft bijzonder. Lochten: „Maar die ochtend van het corso, als we de wagen uit de tent duwen… Dan zie je pas echt wat je gebouwd hebt. Dat is een kippenvelmoment waar het moment op de Markt niet tegenop kan.”