Opinie

Hij was niet gelukkig. Natuurlijk niet

Foto Ramona Deckers

Ze was 81 jaar, ze droeg een parelketting en ze had roze haar. Haar naam was Madame R. en ze rookte Marlboro. Mijn moeder, die in Marseille woont, had geregeld dat ik om de hoek van haar huis een kamer kon huren in het appartement van Madame R. Ik had al meer dan een jaar geen vrije dag gehad, ik wilde helemaal geen kamer met een hospita, ik wilde een viersterrenhotel met een zwembad. Maar om mijn moeder een plezier te doen, nam ik toch een kijkje.

I always dreamed of being a writer”, was het eerste wat Madame R. riep, nadat ze de deur opendeed. Ze leek vastbesloten om me in te pakken, met succes. Terwijl ze liet zien hoe de vaatwasser werkte, vertelde ze dat haar familie de holocaust had overleefd. Dat was waarom ze nu van het leven genoot. Ze was twee keer getrouwd. Haar eerste echtgenoot was een lul, de tweede was een priester – althans, totdat hij Madame R. ontmoette. Zelf had ze gewerkt in de academische wereld. En een van haar vier zoons was een van de grootste tv-sterren van Frankrijk. Zeg maar de Matthijs van Nieuwkerk van de Franse tv. „Hij was niet gelukkig”, zei ze, „natuurlijk niet.”

Meestal, als ik ’s nachts thuiskwam, zag ik aan het licht onder haar slaapkamerdeur dat Madame R. nog wakker was.

De eerste dagen lag ik op bed en staarde ik naar een promotiefoto van de tv-ster, ingelijst boven mijn bureau. Het voelde alsof ik het drama dat achter die foto schuilging al kende. Madame R. zei: „Hij dacht dat hij de mensen moest geven wat ze van hem wilden.” Hij had de mens achter de tv-ster verwaarloosd. In 2012 overleed hij aan een hersentumor.

Madame R. vertelde me dat ze een boek zou willen schrijven over haar zoon, maar dat ze vreesde dat ze geen goede schrijver was. Ik zei dat geen enkele schrijver zichzelf een goede schrijver vindt en dat ik vond dat ze gewoon moest vertellen wat ze te vertellen had.

Zij vond dat ik naar buiten moest gaan en alles moest doen waar ik tussen de deadlines geen tijd voor had en dus deed ik dat. Twee weken lang dook ik Marseille in, maakte vrienden, elke dag drie nieuwe. Ik zwom, at, danste en zoende. En meestal, als ik ’s nachts thuiskwam, zag ik aan het licht onder haar slaapkamerdeur dat Madame R. nog wakker was. Op onze laatste avond vertelde ze waarom: ze was begonnen aan een boek over haar zoon.

Bij ons afscheid gaven we elkaar boeken. Ik gaf haar Romance in Marseille, omdat Madame R. zelf een romance in Marseille is. En zij gaf mij een zelfgeschreven boekje dat ze ooit had laten drukken voor haar kleinkinderen. La Vacherie de Vie, volgens Google Translate zoiets als: de strontheid van het leven. ‘Cher Raoul,’ schreef ze voorin, ‘zie je wel, het leven is geen stront, zolang we mooie mensen ontmoeten.’