Hamer waarschuwt de partijen: blijf vooral niet boos op elkaar

Rapport informateur In haar laatste optreden als informateur zei Mariëtte Hamer dat ze „heel bezorgd” is. „Er is een dun lijntje naar niks, nul.”

Informateur Hamer overhandigt in de Stadhouderskamer haar eindverslag aan Kamer-voorzitter, Vera Bergkamp.
Informateur Hamer overhandigt in de Stadhouderskamer haar eindverslag aan Kamer-voorzitter, Vera Bergkamp. Foto Bart Maat/ANP

Het leek zo eenvoudig, zei Mariëtte Hamer aan het eind van haar laatste persconferentie als informateur, donderdagmiddag: „De oplossingen voor de grote problemen in Nederland liggen vrij voor de hand.” Maar misschien, zei ze ook, was dát precies het probleem van deze kabinetsformatie, die nog steeds helemaal vastzit. „Als je steeds dichter bij elkaar komt, moet je je onderscheiden.

Misschien wordt de drang om te laten zien wie je van oorsprong bent, dan nóg groter.”

Als VVD, CDA, GroenLinks, PvdA en ChristenUnie allemaal ongeveer hetzelfde willen doen tegen de klimaatcrisis of de problemen op de woningmarkt, is het juist extra moeilijk om samen te regeren? Het lijkt in elk geval te verklaren waarom die partijen, bijna zes maanden na de verkiezingen, nog niet eens één keer bij elkaar zijn gaan zitten om te onderhandelen: als VVD en CDA konden zien aankomen dat of GroenLinks of de PvdA vanzelf wel van tafel zou lopen als de verschillen te groot werden, hadden ze dat misschien nog wel geprobeerd.

Maar ook bij VVD en CDA is al een tijdje duidelijk hoe groot de kans is dat ze er dan gewoon wél uitkomen: heel groot.

Daarbij speelde ook wel steeds mee dat vooral GroenLinks er alles voor over leek te hebben om mee te doen aan een nieuw kabinet. VVD’ers maakten daar al een tijdje grappen over, Jesse Klaver kregen ze zeker nooit meer weg van de onderhandelingstafel. Als zij de verschillen met de linkse partijen wilden benadrukken, had GroenLinks altijd nog wel een lijstje klaarliggen met overeenkomsten.

‘Gespannen relatie’

GroenLinks en ook de PvdA zagen ‘het document op hoofdlijnen’ dat VVD en D66 in de zomer samen hadden gemaakt als een voorzichtig begin van een regeerakkoord, meteen zitten. Het werd alleen niet, zoals voor de zomer nog de bedoeling leek te zijn, het begin van onderhandelingen.

Volgens Mariëtte Hamer had het document de VVD en D66 geholpen om elkaar beter te begrijpen. In haar eindverslag staat dat hun „politieke relatie”, die aan het begin van de formatie nog „gespannen” was geweest, door het samenwerken was „verbeterd”. Het verhaal leek ook een vriendelijke uitnodiging te worden aan andere partijen. „Wij staan voor open, optimistische en respectvolle politiek”, staat erin. „Met lef maken wij werk van de grote vraagstukken van deze tijd en zoeken daarbij samenwerking met andere partijen die verantwoordelijkheid willen nemen.”

Maar de VVD, bleek deze week, bedoelde met die woorden níét: samenwerking met twee linkse partijen in een kabinet.

Hamer kon haar teleurstelling donderdag niet verbergen. „In het verleden”, zei ze, „waren er ook partijen die helemaal niet van elkaar hielden.” Maar dan gingen ze onderhandelen en kon een formatie toch lukken. Rutte III, met vier partijen, was volgens haar „ook niet makkelijk” geweest. Nu was het anders. Ze zei een paar keer dat de onderlinge verhoudingen er vooral deze week niet beter op waren geworden. GroenLinks en PvdA waren in de laatste gesprekken onder Hamers leiding afgewezen door Rutte en Hoekstra, de ChristenUnie door Sigrid Kaag.

Folders en vlaggetjes

Dat er eerder ook al van alles moest worden uitgepraat, bleek uit Hamers eindverslag: „Tijdens de gesprekken is er veel tijd besteed aan wat over elkaar in de media is gezegd.”

Hamer vindt dat nu vooral Rutte zijn best moet gaan doen om het onderling weer goed te krijgen. Dat bedoelde ze, zei ze, niet „als huiswerkje”. Maar de parlementaire geschiedenis leerde volgens haar dat dat paste bij zijn rol als leider van de grootste partij. En ze zei: „Je kunt wel boos op elkaar blijven, maar dan kom je niet tot oplossingen, dan kom je niet tot die mooie dingen voor Nederland die heel hard nodig zijn.”

Ze zei een paar keer dat ze „heel bezorgd” was. „Er is een dun lijntje naar dat we niks hebben, nul onder de streep.” Dan konden de partijen hun „vlaggetjes en foldertjes” weer tevoorschijn halen. Het woord „verkiezingen” leek ze zorgvuldig te vermijden. Ze zei wel: „Als er geen opties meer zijn, is het spel over.”

Maar als ze nu al dacht dat helemaal niets meer zou lukken, zei ze ook, had ze „een heel ander advies” geschreven.

In haar eindverslag staat dat VVD en CDA nu allebei denken aan een minderheidskabinet van VVD, D66 en CDA. Maar D66-leider Sigrid Kaag had er niets over laten opschrijven. Haar partij wil ook nog kunnen zeggen: zoeken jullie het samen maar uit, Rutte en Hoekstra.

Mariëtte Hamer had het zelf steeds heel nadrukkelijk over een minderheidskabinet, als advies voor de volgende informateur, waarin „een combinatie” van drie partijen kon meedoen: VVD, D66 en CDA. En als iemand dacht dat zíj vond dat ze er alle drie in moesten: dat had ze dus níét gezegd.

Wie-met-wie, zelfs bij zo’n klein kabinet zou het nog niet meevallen. Maar Hamer ging er niet meer over.

Met medewerking van Romy ten Velde