Opinie

Er is een wooncrisis en Den Haag kijkt toe

Aylin Bilic

Mijn dochter zag haar eerste bedelaar in Brussel. We wachtten in de auto voor een rood stoplicht. Een man met een bordje om zijn hals waar ‘Ik ben dakloos’ op stond, tikte op de ruit. Hij wilde wat kleingeld. We hadden alleen plastic passen op zak.

De dochter werd verdrietig. „Iedereen heeft toch een huis?”, vroeg ze. Ik probeerde uit te leggen dat een dak boven je hoofd inderdaad een basisrecht is, en dat we dat met zijn allen mogelijk moeten maken. Voor iedereen. Ik stelde haar gerust dat daklozen in Nederland weinig voorkomen.

Destijds was ze vijf. Ondertussen is in de klas van onze groepzesser de eerste scheiding een feit. Vader blijft wonen in de koopwoning. Moeder gaat naar een ander deel van de stad omdat een woning in de wijk onbetaalbaar is: koopwoningen beginnen bij vijf- á zeshonderdduizend euro en een huurwoning kost minstens tweeduizend euro per maand. Omdat ze dat niet kan betalen ‘kiest’ ze ervoor om een uur op en neer te reizen om haar kind naar school te brengen.

Nog veel schrijnender gevallen ken ik ook. Vaders die jarenlang illegaal in een tuinhuisje zonder verwarming bivakkeren. Bij vrienden op zolder ging na een paar weken niet meer. Zo zitten duizenden Nederlanders na een echtscheiding zonder een huis.

Het vinden van een betaalbare woning is een ernstig probleem, niet alleen in grote steden zoals Amsterdam, ook in de Randstedelijke periferie zoals Amersfoort. Werkende jongeren die daar voor een woning van 45 vierkante meter 1.050 euro per maand moeten neertellen, zoals zaterdag te lezen was in de Volkskrant, houden nauwelijks geld over voor andere zaken.

Terwijl we met zijn allen nog nooit zo rijk zijn geweest, dreigt zo een nieuwe generatie jongeren in armoede te vervallen. Tenzij ouders bijspringen. Voor wie dat geluk niet heeft, is zelfstandig wonen steeds vaker onhaalbaar.

Ik ben een liberaal. Dat betekent voor mij dat de overheid ieder individu een menswaardig basisbestaan zou moeten garanderen, de rest mag iedereen verder zelf uitzoeken. Dat basisbestaan bestaat uit: voedsel en kleding, goede gezondheidszorg, goed onderwijs en natuurlijk een dak boven je hoofd. De vier pijlers van de verzorgingsstaat. Dat hadden we in Nederland de afgelopen decennia redelijk voor elkaar.

Maar met dat dak boven ieders hoofd is momenteel iets grondig mis. Daar zijn allerlei oorzaken voor aan te wijzen. Dat er te weinig gebouwd is, dat de rente extreem laag is waardoor de huizenprijzen maar blijven doorstijgen, dat de bevolking sneller groeit dan ooit is geraamd.

Wat zou de overheid doen als een van de drie andere basisbehoeften in het geding is? Hard ingrijpen natuurlijk. De vrije markt en belemmerende wetten zouden tijdelijk buiten werking worden gezet. Bij voedselschaarste zou de overheid het aanwezige eten zo goed mogelijk verdelen. De zwarte markt zou worden aangepakt, want aan zoiets willen verdienen, accepteren we niet. In de gezondheidszorg of in het onderwijs zou hetzelfde gebeuren. Ondenkbaar dat we accepteren dat de dokter of de onderwijzer zijn diensten alleen nog aanbiedt aan wie het kan betalen.

Maar bij het verdwijnen van betaalbare woningen lijkt ‘Den Haag’ vooral machteloos toe te kijken terwijl er voor 2030 circa een miljoen woningen gebouwd moeten worden. Natuurlijk, iedere politicus roept dat er meer moet worden gebouwd; maar het gebeurt niet. De hypotheekregels voor jongeren en zzp’ers worden ietsjes versoepeld, druppels op een gloeiende plaat.

Echt grondig ingrijpen, linksom of rechtsom, omdat er een crisis gaande is, is er niet bij. Onbegrijpelijk dat we accepteren dat stikstofnormen de woningbouw hinderen, dat we accepteren dat woningen gebruikt worden als investeringsobject met huren waarop geen enkele rem zit, dat extreme winsten door stijgende huizenprijzen fiscaal niet eens belast worden, dat grondspeculanten weilanden rond grote steden mogen opkopen en opgeknipt weer doorverkopen, dat juridische procedures woningbouw jarenlang kunnen vertragen. En onbegrijpelijk dat de overheid niet veel harder roept dat de Europese Centrale Bank moeten ophouden met dat idiote lagerentebeleid.

Naast de politiek heeft ook de samenleving boter op haar hoofd. Ouderen, zoals mijn schoonmoeder, die alleen in een kast van een huis blijven wonen nadat de kinderen het huis uit zijn, mogen zich best afvragen of dat maatschappelijk wenselijk is. En waarom voelt vrijwel niemand zich nog geroepen een deel van zijn te grote pand voor een schappelijk bedrag te verhuren aan iemand die dat nodig heeft, zoals hospita’s vroeger deden? Omdat we, anders dan bij voedsel, onderwijs en gezondheidszorg, een huis als louter privébezit blijven zien, in plaats van iets waar iedereen recht op heeft?

Aylin Bilic is ondernemer en publicist.