Reportage

Preventief fouilleren in Amsterdam: ‘Heb ik een crimineel koppie dan?’

Amsterdam Preventief fouilleren ligt politiek gevoelig in Amsterdam. Burgemeester Halsema zette door, maar dan wel met burgerwaarnemers en een enquête over het veiligheidsgevoel.

Wapencontrole op het Waterlandplein in Amsterdam, waarbij mensen preventief mogen worden gefouilleerd. Foto EVERT ELZINGA/ANP
Wapencontrole op het Waterlandplein in Amsterdam, waarbij mensen preventief mogen worden gefouilleerd. Foto EVERT ELZINGA/ANP

„Heb ik een crimineel koppie dan?” Een vrouw van in de vijftig, roze trui en zwarte legging, reageert nogal verbaasd als ze ter hoogte van de pedicurezaak staande wordt gehouden door twee politieagenten. Ze willen haar fouilleren op wapens.

„Mag dat zomaar?”

Een van de agenten legt uit dat het winkelcentrum en omstreken is aangewezen tot „veiligheidsrisicogebied” – en dat fouilleren dus zomaar mag, ja.

Gelaten spreidt de vrouw haar armen. „Okay, maar geen camera’s.”

Afgelopen donderdag was het Waterlandplein in Amsterdam-Noord het decor van een veelbesproken proef. Voor het eerst in meer dan zeven jaar fouilleerde de Amsterdamse politie willekeurige voorbijgangers op het wapens. Met die maatregel hoopt burgemeester Femke Halsema het toenemende messengeweld onder jongeren tegen te gaan.

Aan de controles is een lange politieke strijd voorafgegaan. Anders dan elders in het land ligt preventief fouilleren in Amsterdam buitengewoon gevoelig. Halsema’s voorganger Eberhard van der Laan staakte de aselecte wapencontroles in 2014; ze zouden nauwelijks afschrikwekkend zijn omdat de straffen voor wapenbezit laag zijn.

In de gemeenteraad is een linkse meerderheid er fel tegen gekant. Ze wijzen erop dat preventief fouilleren de politie veel tijd en geld kost en weinig oplevert: uit onderzoek blijkt dat er per duizend gefouilleerden gemiddeld tien tot vijftien wapens gevonden worden. Bovenal, zeggen de tegenstanders, leiden wapencontroles tot etnisch profileren: het bovengemiddeld vaak staande houden van burgers met een migratieachtergrond. Het linkse college onder aanvoering van GroenLinks zette in het coalitieakkoord zelfs zwart-op-wit dat preventief fouilleren niet meer zou plaatsvinden in Amsterdam.

Drillrap-crews

Burgemeester Halsema, die over de veiligheid en openbare orde gaat, denkt daar anders over. Samen met politiechef Frank Paauw maakt ze zich zorgen over het messengeweld in de stad, met name tussen rivaliserende drillrap-crews in Amsterdam Zuidoost, dat de afgelopen jaren verschillende jonge Amsterdammers het leven kostte. Helpen wapencontroles in de strijd daartegen, al is het een beetje, dan moet het maar.

Dus omzeilt Halsema de raad en maakt ze gebruik van haar speciale bevoegdheden als burgemeester om preventief fouilleren tóch te herintroduceren. Wel heeft ze de maatregel vanwege de politieke gevoeligheid omkleed met allerhande checks en waarborgen. Zo gaat het nadrukkelijk om een proef, die slechts een maand duurt en plaatsvindt in een beperkt aantal buurten in de stad. Na afloop bevraagt het gemeentelijke onderzoeksbureau OIS buurtbewoners over hun ervaringen en veiligheidsgevoel. Op basis van dat onderzoek besluit Halsema of de stad doorgaat met de ‘gerichte wapencontroles’, zoals het fouilleren nu heet.

Halsema’s meest besproken concessie aan de raad: ‘burgerwaarnemers’ die bij iedere controle mogen komen kijken of de politie ook werkelijk aselect controleert en niet afgaat op huidskleur, leeftijd of geslacht.

Dit leidde tot boosheid bij de politievakbonden, die de waarnemers zien als een motie van wantrouwen. En dus worden de fouillerende agenten deze middag op het Waterlandplein niet alleen gadegeslagen door drie burgerwaarnemers, maar ook door een afgezant van de politiebonden, Xander Simonis. „Wij maken ook een evaluatie”, zegt Simonis, voorzitter van vakbond ANPV. „Voor hetzelfde geld haal je met die burgerwaarnemers anti-politiemensen binnen. Terwijl van deze proef wel een veiliger Amsterdam afhangt.”

Foldertje met uitleg

In het winkelcentrum verlopen de controles overwegend gemoedelijk. De agenten – in koppels op de hoeken van het plein – houden iedere vijfde persoon staande. De gefouilleerde burgers reageren in eerste instantie wat verrast, maar hebben meestal begrip voor de controles. Na afloop krijgen ze een foldertje in handen gedrukt met uitleg.

Lees ook de column van Christiaan Weijts over het preventief fouilleren: Moordenaars van overmorgen

Na een uur staat de teller op nul wapens – misschien niet heel verrassend op een groot plein op klaarlichte dag en dienders die niet bepaald verdekt staan opgesteld. „Als je zo’n politiemacht ziet, maak je wel even rechtsomkeert”, zegt een agente.

Als de agenten verhuizen naar het parkeerterrein achter het winkelcentrum, is het wel raak. Een vriendelijke meneer van tegen de zestig blijkt in het dashboardkastje van zijn Mercedes een kleine sierdolk met gekromde schede te hebben liggen. „Moet van de vorige eigenaar zijn”, zegt hij tegen de agenten. „Ik heb deze auto echt nét gekocht.”

„Het bezit van deze dolk is hier niet toegestaan”, zegt de agent. „In dit gebied geldt een messenverbod.”

Het mes wordt in beslag genomen, de man krijgt een boete. Hij behoudt zijn goede humeur. „Ik woon al 34 jaar in Nederland, en dit is de eerste keer dat ik op wapens word gecontroleerd”, zegt hij tegen de agenten terwijl hij weer in zijn auto stapt. „Jullie zouden dit iedere week moeten doen. Nee, iedere dag!”

De waarnemers kunnen het allemaal rustig volgen. Dat geldt niet voor Jair Schalkwijk van Controle Alt Delete, een organisatie tegen politiegeweld en etnisch profileren, die ook ter plekke is. Hij wordt door een agent gesommeerd om aan de overkant van de straat te gaan staan.