Reportage

De mug in je slaapkamer komt uit je eigen tuin. Verspreidt die straks het westnijlvirus?

Westnijlkoorts Het westnijlvirus treft in Nederland een gespreid bedje, met overal huissteekmuggen die het virus kunnen overbrengen.

Poppen van de gewone steekmug onder het wateroppervlak.
Poppen van de gewone steekmug onder het wateroppervlak. Foto Hollandse Hoogte

Met een schepnetje vangt muggendeskundige bij het RIVM Marieta Braks razendsnel een paar muggen die rondvliegen boven het vieze water van een rioleringsput die zij zojuist heeft opengemaakt. Donker, stilstaand water zoals in de overloop van deze trottoirkolk is een ideale broedplaats voor de gewone huissteekmug Culex pipiens. Als Braks even later wat water uit de put schept met een bakje op een steel, blijkt haar voorgevoel juist. Tegen het witte plastic van het bakje steken de silhouetten van alle levensstadia van deze doodgewone Nederlandse mug duidelijk zichtbaar af: van de zwarte eierpakketjes, „in ieder pakketje zitten wel 150 eitjes”, zegt Braks, tot de vier opeenvolgende larvestadia van het insect. Maar ook enkele poppen en twee net uit de pop gekropen volwassen muggen drijven in het kleine bakje water. „Kijk, deze heeft het bruine vliesje van de pop nog aan zijn achterlijf hangen”, wijst Braks aan.

De belangstelling voor de doodgewone Nederlandse mug is ineens levensgroot, omdat die de belangrijkste overbrenger is van het westnijlvirus naar de mens. Dit virus infecteert vooral vogels, maar kan via de mug ook bij mensen terechtkomen. Meestal verloopt de infectie ongemerkt, maar soms veroorzaakt het een hersenvliesontsteking die in uitzonderlijke gevallen fataal kan zijn.

Het westnijlvirus kwam tot voor kort alleen voor in warmere streken in Europa, maar vorig jaar dook het voor het eerst op in Nederland. Het virus werd tijdens een virusverspreidingsonderzoek onder vogels aangetroffen bij een grasmus in de buurt van Utrecht.

Culex pipiens, de gewone huissteekmug die het westnijlvirus kan verspreiden. Foto Getty Images

De angst was dat Nederland er zomaar een nieuwe infectieziekte bij kon krijgen – in een tijd bovendien dat het pandemische coronavirus ook al slachtoffers maakte. Maar dit jaar is er nog geen westnijlvirus aangetroffen in Nederlandse vogels of muggen. Het is nog te vroeg om te concluderen dat het dit jaar niet zal opduiken.

Honderd keer zoveel besmettingen

In 2020 is westnijlkoorts bij acht Nederlanders geconstateerd, die het waarschijnlijk allemaal lokaal hebben opgelopen. Deskundigen gaan ervan uit dat er in werkelijkheid wel honderd keer zoveel besmettingen in Nederland moeten zijn geweest, zonder duidelijke symptomen. Ondanks dat is de kans om in Nederland besmet te raken minimaal – en al helemaal de kans om er ziek van te worden.

Waarom dan toch zoveel aandacht voor zo’n niet heel bedreigende nieuwe infectieziekte? Dat ligt aan het feit dat het westnijlvirus hier potentieel een gespreid bedje vindt. Het virus is nieuw en nog zeldzaam, maar met de miljoenen huissteekmuggen als potentiële verspreiders kan dat snel veranderen. En die muggen zitten vlak bij ons in de buurt.

„Muggen vliegen niet heel ver. De vrouwtjes halen hun bloedmaaltijd dicht in de buurt”, zegt Braks. „Dus de muggen die ’s avonds naar binnen vliegen en je met hun gezoem uit de slaap houden, komen in negen van de tien gevallen uit je eigen tuin of uit die van de buren.”

De oplossing is simpel: gooi dit soort potten regelmatig leeg

Marieta Braks muggendeskundige

Dat betekent dus ook dat mensen zelf wat kunnen doen aan muggenoverlast en het bijbehorende risico om westnijlkoorts op te lopen, zegt Braks. Ze werkte eerder als onderzoeker voor de overheid in de Amerikaanse staat Californië, waar het westnijlvirus verspreid door vogels en muggen inderdaad vaste voet aan de grond kreeg. „Daar maakten ze de bevolking attent op het risico van ziekteoverdracht door muggen aan de hand van een riedeltje met veel D’s. Dusk and dawn, DEET, dress and drain. Dat laatste slaat op het weggooien van overtollig water.”

Een modderig drabje

Bij een jarendertighuis in Utrecht kijkt Braks over een heg in de voortuin. Kijk: daar staat een plastic pot met regenwater. Ze gooit de pot leeg in het meegebrachte bakje. Een modderig drabje van halfverteerde bladeren. Ze gooit er wat schoon water bij uit een veldfles. Dan zien we inderdaad weer de muggenlarven krioelen, op de vlucht voor de mensen die hun rust verstoord hebben. Stilstaande restjes regenwater in schotels, plantenpotten of goten worden al snel broedplaatsen voor muggen. Op deze tijdelijke en ondiepe plekken zijn geen vissen, salamanders of kikkers die de muggenlarven graag eten, dus hebben ze het rijk alleen. Dat het water vuil en zuurstofloos is kan de larven niet deren. Zij hangen ondersteboven aan het wateroppervlak en kunnen met een sifon (een soort snorkel) aan hun achterlijf ademhalen in de lucht. Als het water twee weken blijft staan heb je weer een nieuwe generatie muggen. „De oplossing is simpel”, zegt Braks, „gooi dit soort potten regelmatig leeg. Of beter nog: zet ze op hun kop, zodat er geen water in blijft staan.”

Als verklaring voor het opduiken van westnijlvirus in Nederland wordt vaak klimaatverandering genoemd. De redenering erachter is dat het virus zich bij hogere temperaturen sneller kan vermeerderen in de muggen. Ook de generatietijd van muggen is korter bij hogere temperaturen.

Maar volgens Braks is een verband met klimaatverandering niet altijd rechtlijnig te trekken. „In de ecologie spelen zoveel verschillende invloeden die allemaal in samenhang bepalen hoeveel muggen er zijn en hoe groot de kans is dat het virus zich hier handhaaft. Temperatuur is zeker niet allesbepalend, ook de hoeveelheid neerslag speelt een rol. We begrijpen nog lang niet alles van hoe dat allemaal in elkaar grijpt. In sommige gebieden die op papier heel geschikt lijken voor het virus, is het toch nog niet spontaan opgedoken. Het is dus afwachten of het westnijlvirus in Nederland zal blijven.”

Lees over nieuwe besmettingen in Duitsland: Westnijlvirus aangetroffen bij drie mensen in Duitsland
Luister volgende week ook naar de podcast van Onbehaarde Apen over het westnijlvirus in Nederland.