De Halfgod van Aesopus, maar dan in het Amsterdam Oud-Zuid van nu

Fabels rondom parfumerie La Fontaine De mores en sores van de fabeldieren van Aesopus en La Fontaine zijn tijdloos. bewerkte ze naar het fabelachtig bevoorrechte Amsterdamse Oud-Zuid in de zomer van 2021.

Illustratie Machteld van Gelder

Eekhoorn stond voor zijn Parfumerie La Fontaine de stoflap uit te schudden toen het hem trof hoe snel de straat veranderde. Er hadden zich nieuwe winkels gevestigd, uit andere landen. Een bruin-beige Franse winkel met koffers en etuitjes in bruin en beige. Uit Italië kwam een winkel met rood-groene slippers, riemen en petjes. En daarnaast een winkel met oranje en goud. Deze winkel was de mooiste van alle, en zij was dan ook vernoemd naar Hermes, de God van de Handel.

Het leken wel winkels voor de rijkste dieren van het land, voor huizenbezitters en botenbezitters, nee voor directeuren en ministers, nee, voor miljonairs, zo duur waren de etuis, slippers en petjes. Maar het viel Eekhoorn op, dat er geen ministers en miljonairs in de rij stonden. Hij zag een ander slag dieren. Eekhoorn hoopte, dat zij misschien ook bij hem iets zouden komen kopen, wellicht iets van zijn nieuwe zeeplijn van Aesop, in prachtige bruine plastic apothekersflessen? Eekhoorn stapte zijn zaak weer in om vitrines te poetsen.

Voor de pui van Hermes stond Ezel in een rij van wel twintig dieren. Hij had naar dit bezoek toegeleefd en probeerde het wachten dragelijk te maken door een praatje te beginnen met Kameel en Bever.

Zeg Bever, zei Ezel, wie ben je en wat ga je kopen?

Bever tekende bouwtekeningen voor aannemers en zou voor het eerst bij Hermes naar binnen gaan. Hij twijfelde tussen een cadeau voor zijn vriendin, of toch voor zichzelf. Dat zou hij straks beslissen.

Kameel was bezorger. Als lastdier dat zelf nooit ergens last van had, bracht Kameel in het hele land pakketten rond. Hij had slippers op het oog.

Ezel zelf, werkte als ober in loondienst. Hij wilde graag een sleutelhanger.

Geduldig wachtten de drie dieren, tot zij hun geld zouden mogen schenken aan de God van de Handel, in ruil waarvoor zij als bewijs van hun offer, de slippers zouden mogen uitkiezen, of de sleutelhanger.

Ezel was wat geïrriteerd. Had de Halfgod zich niet eerder kunnen melden, bijvoorbeeld gisteravond?

Omdat het lang duurde, besloot Ezel tot het stellen van een levensvraag aan Bever en Kameel: of zij misschien ergens in geloofden, een religie of een leer.

Ikzelf geloof nergens in, zei Ezel, als opening.

Bever zei dat hij geloofde in het Hiernamaals. Kameel zei dat hij geloofde in de Leer. Zo spraken de drie dieren over geloof en ongeloof toen de hemel openbrak en de Halfgod zich richtte tot Ezel: „Stop met je rijkdom te verkwisten mijn vriend.” Maar voor Ezel zijn vrienden had kunnen waarschuwen om ook naar de Halfgod te kijken, was de hemel alweer gesloten.

Ezel was wat geïrriteerd. Had de Halfgod zich niet eerder kunnen melden, bijvoorbeeld gisteravond, toen Ezel in bed lag en nog tijd had om zijn uitgave te overdenken?

De drie vrienden schoven weer een meter op naar de drempel van hun nieuwe bezit toen de stem van de Halfgod zich opnieuw liet horen, nu niet alleen aan Ezel, maar ook aan Bever en Kameel: „Als je straks te veel hebt uitgegeven, en je wordt ooit arm…” Maar de Halfgod kon zijn zin niet afmaken, want de poortwachter van Hermes zwaaide de deur open.

Binnen maakten zij zich direct los van elkaar en schuifelden dronken van de aanblik van al het duurs, de blinkende vitrines en de impressionante handgemaakte trap, ieder recht op het doel van hun komst af.

Kameel was geïnteresseerd in handgemaakte zadels die je op maat kon laten maken voor je paard, een dressuurpaard of een renpaard, voor slanke paarden en dikkere paarden, zadels hadden nu eenmaal vanwege zijn eigen beroep zijn interesse. Maar de aankoop lag eigenlijk buiten zijn financiële mogelijkheden, en Kameel besloot zijn verstand erbij te houden en zich te verdiepen in een praktische aankoop voor de komende warme zomerweken: slippers.

Bever was verdiept in elegante handtassen en soepel vallende sexy sjaals voor zijn vriendin, maar besloot na het bekijken van de prijzen, toch iets voor zichzelf te kopen. Hij besloot zijn timmermanspotlood te vervangen voor een Hermes-potlood. Feitelijk een fiscaal aftrekbare werkaankoop en bovendien, als hij dankzij dit juweel meer zou gaan verdienen, had zijn vriendin er alsnog wat aan: dan kon hij iets echt kostbaars voor haar kopen.

Ezel verdiepte zich in horlogebandjes en een vulpen maar besloot geen impulsaankoop te doen en zich te houden aan zijn voornemen een sleutelhanger te kopen. Je sleutels zijn immers letterlijk de poort naar je eigen leven. Tevreden met deze beeldende en praktische rationalisatie liep Ezel naar de kassa.

Die middag sloten de drie hun shopping spree af op het terras van Petit Paris, waar Beer met zijn hagelwitte schort de drie dieren mocht bedienen.

„Wisten jullie”, zei Beer kijkend naar hun drie oranje tassen waarop met gouden letters Hermes was gedrukt, „dat Hermes niet alleen God is van Handelaren maar ook beschermer van dieven?”

Dat vonden Kameel, Ezel en Bever geen leuke grap.

„Het is geen grap”, zei Beer.

Op dat moment kwam Halfgod voor de dérde keer tussen de wolken door, en maakte nu zijn zin af: „Waarom heb je van je geld geen cursus gekocht, of een gram goud, of het desnoods op je spaarrekening gezet? Je hebt je laten betoveren door de God van de Handel, straks word je arm, en dan ga je het op mij afreageren.”

Het gepreek van Halfgod hakte erin bij de ongelovige Ezel. Het plezier in zijn sleutelhanger was verpest. Verdrietig dronk hij zijn thee op.

Kameel bracht een mooie zomer door op de slippers. En Bever werkte tevreden met zijn Hermes-potlood aan de bouwtekeningen voor het onderkelderen van de appartementen van miljonairs rondom de Parfumerie.

Ezel kon de woorden van Halfgod niet vergeten, en verkocht zijn sleutelhanger op Marktplaats. Van de magere opbrengst kocht hij het studieboek Rijke Pa Arme Pa, en studeerde zich omhoog.

Zo leerde de ongelovige Ezel dat je beter kan luisteren naar Halfgoden dan naar de Goden.

Veel mensen die door hun eigen dwaasheid in moeilijke tijden terecht zijn gekomen, leggen de schuld bij de goden.

Vrij naar ‘De Halfgod’ van Aesopus.