Opinie

Dat nieuwe museum is een wel heel brutale actie

Beeldende kunst Een ex-bestuurder van het Stedelijk Museum wil met steun van de gemeente Amsterdam een privémuseum beginnen dat daarmee gaat concurreren, waarschuwt .
Werk van Barbara Kruger in de National Gallery of Art in Washington, DC.
Werk van Barbara Kruger in de National Gallery of Art in Washington, DC. Foto Shannon Finney

‘Een mooi cadeau aan de stad”– zo omschrijft de Hartwig Art Foundation op haar website het plan om een nieuw kunstmuseum op de Amsterdamse Zuidas op te zetten. Het is een particulier initiatief van ondernemer, kunstverzamelaar en filantroop Rob Defares. De Amsterdamse Kunstraad heeft positief geadviseerd over het plan, de gemeente beslist er binnenkort over.

Het klinkt veelbelovend: een kunsthal – er komt geen eigen collectie – en een hub met atelierruimtes voor kunstenaars. Dat kan Amsterdam als cultuurstad zeker aantrekkelijker maken. Maar het plan voor dit ‘Museum for Contemporary Art’ (MCA) gaat de gemeente in de voorgestelde opzet een hoop geld kosten.

De Kunstraad adviseert het College namelijk om de vermogende initiatiefnemer beschikking te geven over het enorme, voormalige gerechtsgebouw aan de Parnassusweg. De Hartwig Foundation wordt geen eigenaar, maar slechts tijdelijke huurder ervan. Gezien de extreme vastgoedprijzen in Amsterdam zal dat pand bepaald geen koopje zijn. Maar is het de taak van een gemeente om een pand aan te kopen voor een privé-initiatief? Publiek-private samenwerking klinkt mooi, maar vaak weten private partijen handig de risico’s bij overheden te leggen.

Raadsleden zijn kennelijk een eerder, mislukt project op de Zuidas vergeten: het Designmuseum dat ING Vastgoed daar zou bouwen. De gemeente gaf de ontwikkelaar een forse korting op veel dure grond waar kantoren en woningen zijn ontwikkeld. Maar het museum kwam er niet: de bankencrisis van 2008 gooide roet in het eten.

Nooit meer iets vernomen van een Designmuseum. Dat de gemeente ING niet aan de afspraken hield, komt waarschijnlijk omdat de ontwikkelaar zo slim was ontbindende voorwaarden – zoals overmacht – op te nemen, die het bedrijf van zijn verantwoordelijkheden ontsloegen. Ambtenaren blijken keer op keer te naïef in publiek-private projecten.

Er is al het Stedelijk

Ander groot bezwaar is natuurlijk dat we al een museum voor moderne en hedendaagse kunst hebben in de hoofdstad: het internationaal gerenommeerde Stedelijk Museum. Dat kampt met een veel te krap budget.

Waarom geld uitgeven aan een nieuw initiatief, in plaats van het bestaande fatsoenlijk te financieren? Omdat wethouders en ministers dol zijn op bouwen. Zij willen iets blijvends achterlaten als hun ambtstermijn er straks op zit. Hetzelfde geldt voor kapitaalkrachtige verzamelaars: zie de vele, ook recent gestichte privémusea door verzamelende ondernemers in Wassenaar, Delden en Gorssel.

In dit geval gaat het niet om zomaar een verzamelaar met een ambitieus plan. Deze initiatiefnemer was jarenlang voorzitter van de raad van toezicht van het Stedelijk. De website van de Foundation vermeldt bovendien, naast Defares, als enige bestuurslid de oud-directeur van het Stedelijk: Beatrix Ruf. Zij werd daar destijds onder verantwoordelijkheid van Defares benoemd, maar moest vertrekken vanwege belangenverstrengeling.

Hier is dus sprake van voormalige bestuurders van het Stedelijk die nu met steun van de gemeente een privémuseum willen beginnen dat gaat concurreren met dat gemeentemuseum. Een wel heel brutale actie, die gevoed lijkt door rancune. Want ook de kunstaankopen die de Foundation doet, worden niet geschonken aan het Stedelijk en de gemeente, maar aan het Rijk.

Lees ook: ‘Een eigen museum hebben is geen filantropie’

Particulier initiatief is grillig

En wat als de Hartwig Foundation na tien of twintig jaar genoeg heeft van het project? Dan zit de gemeente opgezadeld met een duur gebouw dat onverhuurbaar is voor ander gebruik. Dat scenario is bepaald niet denkbeeldig: particulier initiatief is grillig en zelden bedoeld voor de eeuwigheid. Veel privémusea verdwijnen als de verzamelaar-initiatiefnemer is overleden, of als bijvoorbeeld de kosten de stichter te gortig worden.

Iets dergelijks gebeurde onlangs bij het HEM in Zaandam, een enorme expositieruimte waaruit initiatiefnemer Amerborgh van verzamelaar Alex Mulder zich binnen een jaar al grotendeels terugtrok, omdat de vergunningen voor exploitatie van het totale terrein niet afkwamen.

Toch geeft de Amsterdamse Kunstraad een positief advies. Hier wreekt zich gebrekkige kennis van wat mecenaat betekent. Kunstverzamelaar Rattan Chadha zei daarover in een interview met deze krant: „Een eigen museum beginnen is geen daad van filantropie.” Echt mecenaat houdt in dat particulier initiatief daadwerkelijk privaat gefinancierd wordt.

De Hartwig Foundation steunt overigens wel onbaatzuchtig Stichting De Appel, voor jonge kunstenaars en curatoren. De Appel heeft dringend behoefte aan een permanente locatie, maar wordt niet genoemd als partner van het MCA.

Voor het publiek is intussen van belang dat private initiatieven geen goede sier kunnen maken dankzij publiek geld. Het moet glashelder zijn hoe de financiering van publieke instellingen in elkaar zit. Dat is een plicht van overheden aan hun burgers: openheid van zaken geven, zodat inwoners erop kunnen vertrouwen dat bestuurders algemene middelen niet inzetten als subsidies voor privéprojecten.

Het zou wenselijk zijn dat de gemeenteraad de cultuurbudgetten verruimt, die in de afgelopen tien jaar aanzienlijk zijn geslonken. De Kunstraad becijferde nota bene zelf dat de hoofdstad jaarlijks 40 miljoen tekort komt om de verschralende culturele infrastructuur op peil te houden. Deze maand beslist de gemeenteraad over de komst van het MCA. Laat hij dan beseffen dat dit „cadeau aan de stad” meer lijkt op een cadeau aan een steenrijke ondernemer die zijn ambities prima zelf kan financieren.

Correctie (3/9): In een eerdere versie van dit artikel stond dat verzamelaar Alex Mulder zich al binnen een jaar terugtrok uit HEM. Dat klopt niet. Hij financiert nog steeds een deel en stelt het gebouw ter beschikking.