Analyse

Klaver was soms te gretig en Hoekstra gaf niets prijs; hoe de formatie zó kon vastlopen

Kabinetsformatie Voor de oorzaak van het klappen van de formatie wijzen alle partijen graag naar de ander. Maar de partijleiders hebben tijdens de gesprekken wel bewogen. Wat waren de schuivende panelen?

Demissionair premier en VVD-leider Mark Rutte bij de Stadhouderskamer na een schorsing van een gesprek met informateur Mariette Hamer.
Demissionair premier en VVD-leider Mark Rutte bij de Stadhouderskamer na een schorsing van een gesprek met informateur Mariette Hamer. Foto Bart Maat/ANP

VVD
Rutte draaide naar GroenLinks

Twéé linkse partijen in één coalitie? „Allebei gaan we niet trekken”, had VVD-leider Mark Rutte daags na de Kamerverkiezingen binnenskamers gezegd. In het later openbaar gemaakte verslag van het gesprek met de toenmalige verkenners Annemarie Jorritsma (VVD) en Kajsa Ollongren (D66), staat dat Rutte JA21, een afsplitsing van Forum voor Democratie, noemde als „de eerste logische partij die we niet uitsluiten”. Als dat op niets zou uitlopen: de ChristenUnie. Daarna de SP. En pas dáárna de combinatie PvdA/GroenLinks, „met een lichte voorkeur voor de PvdA”. Een minderheidskabinet? „Vind ik niks.”

Pas toen Wopke Hoekstra (CDA) zich begin juni keerde tegen een coalitie met twee linkse partijen, en de boosheid van Lilianne Ploumen (PvdA) en Jesse Klaver (GroenLinks) over zich afriep, volgde Rutte publiekelijk met zijn afwijzing van een links blok. Maar op de achtergrond blééf Rutte meedenken over mogelijkheden om wél tot een coalitie te komen met PvdA én GroenLinks. Al voor de zomer zinspeelden Ploumen en Klaver op linkse samenwerking in gesprekken met de andere partijleiders. Twee weken geleden voegden ze zich heimelijk bij een gesprek van Kaag, Hoekstra en Rutte met informateur Mariëtte Hamer. Die partijleiders waren via de voordeur binnengekomen, Ploumen en Klaver kozen de achterdeur.

De lichte voorkeur die Rutte na de verkiezingen nog voor de PvdA had, is inmiddels ook verschoven naar GroenLinks, klinkt het in de VVD

Uit VVD en CDA klinkt dat de samenwerkingsplannen van links toen verregaander waren dan het eindresultaat. Zo zou de mogelijkheid zijn besproken dat de twee één fractiebestuur en één fractievoorzitter zouden hebben. De VVD-fractie vergaderde er nog over en schaarde zich na mitsen en maren achter eventuele gesprekken met D66, CDA en het linkse blok. Daar bleef niets van over toen een dag later in de presentatie van Ploumen en Klaver bleek dat ze niet zó nauw zouden samenwerken als de VVD het had verwacht.

De lichte voorkeur die Rutte na de verkiezingen nog voor de PvdA had, is inmiddels ook verschoven naar GroenLinks, klinkt het in de VVD. Die partij zou zich inhoudelijk een stuk welwillender opstellen. Maar veel scheelt het niet.

D66
Kaag is terug bij af

Met het klappen van de formatie is de ambitie van Sigrid Kaag om een progressief kabinet te formeren voorlopig gesmoord. Naar buiten toe was de nieuwe D66-leider misschien wel de zwijgzaamste in het formatieproces, achter de schermen heeft ze hard haar best gedaan GroenLinks en PvdA samen aan tafel te krijgen. Maar het is niet gelukt om de bezwaren daartegen bij VVD en CDA weg te poetsen. Zelf wist ze wel haar poot stijf te houden om de ChristenUnie buiten de deur te houden. Al blijft D66 herhalen wel open te staan voor een brede zespartijencoalitie, mét de ChristenUnie.

Terug bij af moet voor Kaag een harde klap zijn. Na haar succesvolle verkiezingscampagne, die leidde tot 24 Kamerzetels, zou D66 onder haar leiding een grotere rol in het nieuwe kabinet krijgen. De liberalen zouden meer ruimte hebben voor hun progressieve thema’s, die in Rutte III juist door de CU in de ogen van D66 waren geparkeerd.

Kaag is in het formatieproces assertief en optimistisch geweest. Na het pijnlijke vertrouwensdebat over demissionair premier Rutte, vond ze dat niet langer VVD maar D66 het initiatief moest nemen. En kort nadat informateur Hamer de twee grote winnaars van de verkiezingen de opdracht gaf een voorzet voor verdere onderhandelingen te schrijven, zeiden Kaag én Rutte opgewekt in koor: „We hebben er zin in!” Nu is Kaag aanmerkelijk minder vrolijk. Dinsdag zei Kaag dat het initiatief nu maar weer bij de VVD moet liggen. Ze klonk en oogde teleurgesteld.

Lees ook: Het stuk van de VVD en D66 had de formatie juist úít een impasse moeten halen

CDA
Hoekstra gaf niets prijs

Zijn CDA had vier zetels verloren na de Tweede Kamerverkiezingen, er waren Kamerleden uit zijn fractie die nadachten over een rol in de oppositie. In zijn fractie, had Hoekstra in zijn eerste gesprek met Jorritsma en Ollongren gezegd, klonk „de roep om te herbronnen”. De boodschap: van ons hoort u even helemaal niks.

In de gesprekspunten van de verkenners, die niet openbaar gemaakt hadden mogen worden maar waarmee Ollongren gefotografeerd werd, was de „onderhandelingsstijl” van Hoekstra een apart punt waard geweest. Inmiddels is wel duidelijk wat daarmee werd bedoeld.

Andere partijleiders, zo bleek later, hadden zich wél uitgesproken over voorkeurscoalities. Maar het CDA deed wat het vaker doet: niets prijsgeven tot het van een plek aan de formatietafel was verzekerd.

Inmiddels lijkt die plek voor het CDA onvermijdelijk – de VVD heeft steeds gezegd alleen te willen regeren met de christendemocraten erbij en een minderheidskabinet zonder CDA ziet geen van de partijen als realistisch scenario – maar vanzelfsprekend was dat lange tijd niet. In maart en april vond Hoekstra dat zijn partij niet aan zet was, hij noemde het bovendien „niet aantrekkelijk” om aan te schuiven bij een liberaal blok. Daarna hield hij steeds nadrukkelijker de mogelijkheid tot regeringsdeelname open. Midden mei zei Hoekstra dat hij zich goed kon voorstellen dat het CDA in de oppositie zou gaan „maar ik kan me ook zeer wel voorstellen dat wij deelnemen in een volgend kabinet”. Twee weken later was hij het die voor het eerst hardop uitsprak dat hij een coalitie van VVD, D66, CDA en twéé linkse partijen „niet het meest voor de hand vindt liggen”.

Woensdag schreef Hoekstra in een brief aan CDA-leden dat duidelijk is „dat het moeilijk zou worden om een meerderheid te vinden zonder het CDA”. Hij legde uit dat samenwerken met PvdA en GL „inhoudelijk onwenselijk is”, omdat zij „andere posities innemen” waar het bijvoorbeeld de vrijheid van onderwijs en medisch-ethische kwesties betreft. Het is het argument dat D66 eerder gebruikte om de ChristenUnie uit te sluiten. Maar D66 noemde Hoekstra niet. Inmiddels lijkt het CDA er klaar voor te zijn om aan te sluiten bij het liberale blok dat eerder nog onaantrekkelijk werd bevonden.

Volg het laatste nieuws rond de formatie in ons liveblog

PvdA
Ploumen wilde eigenlijk niet

De PvdA moest lang wennen aan het idee een serieuze gesprekspartner te zijn. En ze wilde er al helemaal niet de spil van zijn met GroenLinks. Opnieuw regeren met Ruttes VVD is om uiteenlopende redenen niet aantrekkelijk. De enorme verkiezingsdreun van 2017 – na vijf jaar Rutte II – is nog niet verteerd. De partij is in maart na een weinig opvallende campagne, met een onverhoopte lijsttrekkerswissel, op 9 zetels blijven steken. Lilianne Ploumen was om die reden lang niet zo eager als Jesse Klaver van GroenLinks. „Ons past bescheidenheid” luidde haar oneliner in het begin.

Klaver had de druk op het kabinet in de Toeslagenaffaire dermate opgevoerd, dat de voormalig PvdA-minister van Sociale Zaken zich gedwongen voelde een eerste stap te zetten

Ook de inmiddels stevige samenwerking met diezelfde Klaver was niet vanzelfsprekend. De sociaaldemocraten waren woest op de rol die Klaver had in het besluit van Lodewijk Asscher om in januari terug te treden. Klaver had de druk op het kabinet in de Toeslagenaffaire dermate opgevoerd, dat de voormalig PvdA-minister van Sociale Zaken zich gedwongen voelde een eerste stap te zetten.

Inmiddels zijn PvdA en GroenLinks op fractieniveau min of meer verloofd. Ploumen vindt het bizar dat deze blijk van onderling vertrouwen door VVD en CDA niet wordt gezien. De rol van de PvdA lijkt voorlopig uitgespeeld. Toch zal de nieuwe informateur Johan Remkes de PvdA ongetwijfeld aanspreken op haar reputatie als betrouwbare bestuurderspartij – precies waarom VVD en CDA de PvdA verkiezen boven GroenLinks.

GroenLinks
Klaver was soms te gretig

De gretigheid van Jesse Klaver om te regeren heeft zijn onderhandelingspositie niet versterkt, althans niet in de ogen van de andere deelnemers aan het moeizame formatieproces. „Als je het PVV-programma bij hem naar binnen propt”, grappen ze bij het CDA, „ziet Klaver nóg aanknopingspunten.” Ook voor zijn eigen achterban is het geen geheim dat GroenLinks, na het echec van 2017, de formatie dit keer dolgraag wél wil laten slagen. Het was een van de doelstellingen in Klavers verkiezingscampagne. Na de nederlaag op 17 maart kwam daar geen verandering in.

De gretigheid van de jonge maar ervaren politicus – 35 jaar, ruim zes jaar partijleider – bleek al bij zijn eerste gesprek bij de verkenners. In het geopenbaarde verslag daarvan leek Klaver zich opvallend toeschietelijk te hebben opgesteld. Halveren veestapel? „Geen principekwestie.” Migratie? „Kan ook klein blijven.” En over linkse samenwerking had Klaver niet exclusief de PvdA genoemd, maar evenzeer de SP of Partij voor de Dieren. Ruim vijf maanden later is het vastlopen van de formatie juist mede veroorzaakt doordat PvdA en GroenLinks elkaar maar niet loslaten. Daar hadden Rutte en Hoekstra wel op gehoopt. Ze waren bereid om wel met één linkse partij te gaan praten, niet met twee. Het verstandshuwelijk tussen de twee linkse partijen, waar Rutte en Hoekstra al in een vroege fase in waren gekend, leverde geen einde van hun boycot op. „Weigerpolitici”, noemt Klaver hen na de herhaalde afwijzing.

Het gebrek aan liefde voor Rutte is bij Klaver niet al te serieus te nemen. Tot tweemaal toe zei hij het helemaal met de VVD-leider te hebben gehad. Maar zowel zijn dreiging met een motie van wantrouwen (in januari) als zijn daadwerkelijke steun daarvan (1 april) betekende geen blijvende belemmering om toch met de VVD over een nieuw kabinet te gaan praten. Bij de VVD denken ze dat Klaver dan ook nog altijd graag wil regeren.

Lees ook: In de formatie hoeft de inhoud niet het probleem te zijn

ChristenUnie
Segers wierp als eerste een blokkade

Hij kwam er later ruiterlijk op terug, maar van de zes partijen waarvan informateur Hamer constateerde dat ze het meest kans maakten om een meerderheidskabinet te vormen wierp ChristenUnie-leider Gert-Jan Segers de eerste blokkade op. Dat was maanden voordat Hamer überhaupt informateur werd. Segers wilde geen deel meer uitmaken van een coalitie waarvan Rutte premier zou zijn na de ophef over Pieter Omtzigt.

In zijn eerste gesprek met verkenners Jorritsma en Ollongren noemde Segers een minderheidskabinet nog een „last resort, noodgreep, politieke armoede”. En: „Als je niet vanuit een basis hele moeilijke besluiten moet nemen, dan wordt het heel complex.” Twee maanden later noemde hij bij informateur Hamer een minderheidskabinet als oplossing, die „zou kunnen helpen bij een open verhouding tussen Kamer en kabinet”. Sindsdien noemt Segers die optie steeds weer.

Uitsluiten doet de ChristenUnie een kabinet onder leiding van Mark Rutte niet meer. Maar dat de partij zélf wel is uitgesloten door D66 is iets wat Segers de afgelopen weken vaak herhaalde. Aan hem, is de boodschap, heeft het niet gelegen. Binnenskamers, klinkt bij andere partijen, heeft de partijleider al eerder aangegeven het niet te zien zitten om weer aan een coalitie deel te nemen.