Kunst op kantoor: het hoeft niet zo kil en zakelijk

Vergaderzalen Bastiaan de Nennie (31) ontwierp voor een vergaderverdieping prints, gordijnen, sculpturen, hoezen voor de plantenbakken, ja zelfs magneten voor op de whiteboards. „Toen ik hier voor het eerst kwam dacht ik: hier wil je niet zijn.”

Werk van ‘phygital designer’ Bastiaan de Nennie in het Rijksverzamelkantoor aan de Koningskade in Den Haag.
Werk van ‘phygital designer’ Bastiaan de Nennie in het Rijksverzamelkantoor aan de Koningskade in Den Haag. Foto Mike Bink

Bastiaan de Nennie bezocht het Rijksverzamelkantoor aan de Koningskade in Den Haag voor het eerst in 2019. Wat hij zag op de eerste verdieping, waar zich de vergaderruimtes bevinden: lange, vrijwel kale gangen die leidden langs zalen en zaaltjes die allemaal op elkaar leken, overal dezelfde witte muren, tafels en stoelen. Het enige wat de zalen van elkaar onderscheidde was dat ze nummers en namen hadden. Deltawerken, las hij op een bordje naast de deur. Of: Biesbosch. Caland.

Twee jaar later zijn die naambordjes weggehaald. „We gaan naar de zaal met de leeuwen”, zegt hij terwijl we de trap naar de eerste verdieping oplopen, waar op een trede een lint met daarop tientallen felle kleuren is geplakt. Boven, aan het begin van de gang, staat op een sokkel een sculptuur. Een knalgroen figuurtje is het, in een roze rok en met paarse benen, op de groene torso één borst. Althans: door de plek die het heeft lijkt het een borst, eigenlijk is het vooral een citroengele halve bol. In ‘de zaal met de leeuwen’ gaan we zitten tegenover een metershoge print van twee oranje leeuwen onder een gouden kroon, ze willen elkaar aanraken, maar dat lukt ze zo te zien net niet. Of leeuwen: misschien zijn het mensen, daar lijken ze ondanks hun zwiepende staarten nog het meest op.

In deze kantoortoren werken rijksambtenaren van verschillende departementen, agentschappen en directies. Dat wil zeggen: de afgelopen anderhalf jaar werkten ze er vrijwel niet, met de lockdowns zat iedereen thuis. Vlak daarvoor hadden ze in een onderzoek naar hun welbevinden laten weten dat het toch wel erg wit en kil was, op de verdieping waar ze voortdurend naartoe gingen om te vergaderen. Ontwerper Bastiaan de Nennie: „En dat begreep ik heel goed. Je kwam hier binnen en het was meteen superzakelijk. Niks menselijks, leek het wel.” Vandaar zijn eerste ingeving, het groene figuurtje in de roze rok met de paarse benen: „Ik dacht: wat nou als je een sculptuur maakt waar mensen als ze de verdieping oplopen goedemorgen tegen zeggen. Of als ze weggaan: goedenavond, prettig weekend. Ik weet niet of ze dat gaan doen, maar dat was mijn idee.”

Foto Mike Bink

Vrolijk stemmend

Bastiaan de Nennie (31, in 2015 studeerde hij af aan de Design Academy in Eindhoven) noemt zichzelf ‘phygital designer’. Daarmee bedoelt hij dat hij een voorwerp uit de bestaande, fysieke wereld neemt, zoals een bakelieten telefoon, een rieten mattenklopper of een oude grammofoon, waar hij een gefantaseerde nieuwe vorm van maakt. Die nieuwe vorm blaast hij vervolgens met een driedimensionale printer op tot een soms nog net, maar vaak ook niet terug te herkennen object. En die objecten voert hij tenslotte uit in een biologisch afbreekbaar plastic, waarna ze knallende, vrolijk stemmende kleuren krijgen.

De vraag die hem in 2019 werd gesteld door Judith Fransman, kunstadviseur bij de Rijksoverheid: kun je met zulke sculpturen onze vergaderruimtes verlevendigen. Hij dacht van wel, antwoordde hij. „Maar toen kwam ik hier voor het eerst en toen wist ik: met een paar objecten ben ik er niet. De zalen hadden verschillende namen, maar omdat ze allemaal hetzelfde waren, had je nooit het gevoel dat je ergens was. Je dacht eigenlijk vooral: hier wil ik niet zijn.”

Nu wil je dat wel: de hele verdieping lijkt wel betrokken bij het kunstwerk. Dat begint al met het kleurenlint op de trap naar de eerste verdieping: het is de legenda van hoe al die bijna lichtgevende kleuren zijn verdeeld over de zalen. In die zalen zijn ze verwerkt in enorme prints, in vitrages voor de binnenramen, ja zelfs in driedimensionaal geprinte magneten voor de whiteboards. Er is de zaal met de leeuwenprint, er is een Vrouwe Justitia, althans dat zou kunnen, je ziet iets wat lijkt op een zwaard en een weegschaal, er is een park in coronatijd, er is een vogel in vrije vlucht – of is het een vliegende slak?

Foto Mike Bink

En daarom dus zijn nu de naambordjes weg. Bastiaan de Nennie: „We gaan naar de roze zaal, zullen ze straks hoop ik zeggen. Of naar die met de gouden kroon. Mensen gaan de ruimtes de naam van hun verbeelding geven. De zaal met dat gekke autootje zeggen ze dan, terwijl ik denk: dat was helemaal geen auto.”

Elf prints, 27 vitrages en vier sculpturen zijn het uiteindelijk geworden, waaronder één met een kroontje („Want de koning moest er natuurlijk ook in”). En oh ja, ook nog zes hoezen voor de plantenbakken in de gang. „Daar mocht je niks mee doen want die waren geleased, zeiden ze. Dus daar hebben we niets op geplakt, in plaats daarvan hebben we hoezen geprint die je eromheen kon doen. Ja, ik ben er best trots op dat het allemaal is gelukt.”