Opinie

Relativeren

Marcel van Roosmalen

Vannacht werd ik zeven keer uit mijn bed geroepen door Leah van Roosmalen (4) vanwege een grote, gele spin die haar wilde steken. Er was natuurlijk geen spin. „Waarom roep je mama niet?” vroeg ik, want het is geen pretje om midden in de nacht door een vierjarige aan de hand genomen te worden om samen het glibberige pad tussen fictie en werkelijkheid in te slaan.

„Die geeft al borstvoeding.”

Fijn wel dat ze de taakverdeling een beetje beschermde.

„Er zit geen gele spin!”, zei ik nadat ik voor de zoveelste keer overal had gekeken.

Even later hoorden we geritsel.

Boven haar plafond kroop een muis, of in het slechtste geval een rat.

„Spin!”, riep ze huilend. „Spin, spin, spin!”

Oeverloze discussie.

„Het is maar een muisje”, zei ik.

„Nee, het is een gele kruisspin.”

Daarna een verhaal dat ze op de plattelandsschool gehoord had. Dat gele kruisspinnen op zoek zijn naar blote buiken, dat ze daar in prikken, dat je dan een grote bult krijgt die steeds groter wordt totdat die op een dag openbarst en dat er dan honderden gele kruisspinnen uitkomen die ’s nachts dan ook weer op zoek gaan naar blote buiken om in te prikken.

„Van wie heb je die onzin?”, vroeg ik.

Ze noemde de naam van een jongetje dat haar ook al een keer van een muurtje had geduwd, zijn moeder mist een voortand en heeft een tatoeage van een groot zwart kruis op haar onderarm, misschien dat de associatie met kruisspinnen daarvandaan komt.

Weer dat geritsel. Ik besloot de trekker uit de badkamer te pakken en daarmee tegen het plafond te tikken. Lang verhaal kort: ik stootte door het plafond. Allemaal gruis op haar dekbed.

Nu vond ze haar dekbed vies.

Ik haalde het dekbedovertrek eraf.

Nieuw dekbedovertrek, vloer schoongemaakt met een natte handdoek, lamp aan, lamp uit, veel gestommel, iedereen wakker met alle gevolgen van dien. Alleen Leah van Roosmalen zat tevreden op de rand van haar bed.

„Dankjewel papa, ik ben niet meer bang voor spinnen. Het is maar een muisje.”

Zelf een enorm probleem verzinnen, iedereen erin meeslepen en het, als de zaak volledig uit de hand gelopen is, als eerste relativeren: ik moest aan mijn moeder denken. Aan de keer dat we op vakantie gingen en we bij Aken omdraaiden omdat ze was vergeten om de deur op slot te doen en dat ze toen we een paar uur later onze straat opnieuw indraaiden alvast alles pareerde door te zeggen dat de deur waarschijnlijk toch op slot zat.

„Dan weten jullie dat vast.”

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.