Opvang in de regio? In Centraal-Azië zitten ze niet te wachten op Afghaanse vluchtelingen

Vluchtelingen Drie landen in Centraal-Azië delen ruim 2.000 kilometer grens met Afghanistan. Toch worden daar nauwelijks Afghaanse vluchtelingen opgevangen. „Iedere tweede vluchteling kan een terrorist zijn.” Ook Rusland maakt zich grote zorgen.

De grens tussen Afghanistan en Oezbekistan bij de plaats Termez. Afghanistan deelt 2.305 kilometer grens met de Centraal-Aziatische voormalige Sovjet-repubieken.
De grens tussen Afghanistan en Oezbekistan bij de plaats Termez. Afghanistan deelt 2.305 kilometer grens met de Centraal-Aziatische voormalige Sovjet-repubieken. Foto Agnieszka Pikulicka-Wilczewska/AP

Opvang in de regio voor Afghaanse vluchtelingen? Het scenario waar EU-landen dinsdag in onderling overleg voor pleitten, kan in Centraal-Azië op weinig bijval rekenen. Sinds de Taliban-overname in Afghanistan houden directe buren Oezbekistan, Tadzjikistan en Turkmenistan hun grenzen gesloten. De enige boodschap die de regeringen in Tasjkent, Doesjanbe en Ashgabat al wekenlang herhalen, luidt: vluchtelingen zijn hier niet welkom. Want net zo min als de EU, zitten zij te wachten op „ongecontroleerde migratiegolven” op eigen grondgebied.

Maar liefst 2.305 kilometer grens delen Oezbekistan, Tadzjikistan en Turkmenistan met Afghanistan. Toch kozen tot nog toe opvallend weinig vluchtende Afghanen voor de route noordwaarts. En dat terwijl de Amoe Darja, de grensrivier die Oezbekistan en Tadzjikistan scheidt van Afghanistan, gemakkelijk is over te steken. Via de door de Sovjets aangelegde Vriendschapsbrug (1982), of zwemmend door het ondiepe water.

Over het precieze aantal Afghanen dat Centraal-Azië wel wist te bereiken, bestaat veel onduidelijkheid. De ruimste schattingen in Oezbekistan gaan uit van zo’n tweeduizend vluchtelingen. Het zijn losse groepen burgers, maar vooral Afghaanse militairen en regeringsleden. Zij bevinden zich rond de grensstad Termez. Zakenman Sami Elbigi behoorde tot de lucky few, hij vluchtte op een zakenvisum naar Termez. Zijn toekomst belooft weinig goeds. Oezbekistan heeft duidelijk laten weten dat vluchtelingen niet welkom zijn. Vorige week stuurde het land 150 Afghanen terug. Direct en in overleg met de Taliban. „Mijn visum verloopt over een maand, ik weet niet wat ik daarna zal doen. Ik heb geen plan, ik heb alles achtergelaten”, zei Elbigi tegen persbureau AP.

Hoewel Tadzjikistan in juli nog bereidheid toonde om honderdduizend vluchtelingen op te nemen, is hun aantal ook daar zeer beperkt.

Afgelopen dagen deden Amerikaanse gezanten en de Duitse minister Heiko Maas (Buitenlandse Zaken) de regio aan. Maar de enige concessie die zij Tasjkent en Doesjanbe wisten te ontlokken, is tijdelijke opvang voor evacuees die op Duitse en Amerikaanse lijsten staan en die gegarandeerd zullen doorreizen. Het zeer autoritaire Turkmenistan, dat de langste grens deelt met Afghanistan, wil neutraal blijven in het conflict en houdt gesprekken met de Taliban angstvallig geheim.

„Volstrekt onrealistisch”, zegt ook Temoer Oemarov over de eventuele opvang van vluchtelingen in Centraal-Azië. Hij is analist voor Centraal-Azië en China bij het Moskouse Carnegie Centre, en zelf afkomstig uit de Oezbeekse stad Samarkand. De afgelopen weken werd de 25-jarige bedolven onder de telefoontjes van vrienden en familie die, bij gebrek aan informatie van hun eigen regering, van hem willen weten wat er speelt. Ook probeerde hij Afghaanse vrienden te helpen om via Oezbekistan te vluchten. Het bleek een onmogelijke opgave.

„Het is voor deze landen veel te riskant om grote groepen vluchtelingen op te nemen. Daarbij zijn dit extreem arme landen, waar Oezbeken, Tadzjieken en Turkmenen zelf wegtrekken om in Rusland, Europa en Azië te gaan werken. Ze hebben vluchtelingen absoluut niets te bieden, zeker niet in tijden van crisis en pandemie.” Daarbij hebben Afghanen zelf weinig belangstelling om naar Centraal-Azië te reizen, zegt Oemarov. „Ze weten dat ze niet welkom zijn, liever gaan ze naar Pakistan, Iran, Australië of het Verenigd Koninkrijk.”

Strict seculier

De vijf Centraal-Aziatische landen, waaronder ook Kirgizië en Kazachstan, zijn extreem beducht voor de toestroom van vluchtelingen, drugs en bovenal islamitisch extremisme vanuit Afghanistan. De landen zijn weliswaar overwegend (gematigd) islamitisch, maar voeren al decennia een strikt seculier beleid. Dat is geworteld in het Sovjetverleden, maar werd de afgelopen twee decennia gesterkt door de opmars van islamitische terreurgroepen in Afghanistan, Pakistan en de Noordelijke Kaukasus. Armoede en uitzichtloosheid, soms meer dan religieus fanatisme, dreven al duizenden Centraal-Aziatische mannen in de armen van groepen als IS en Al-Qaida.

Dat heeft serieus wantrouwen gekweekt tegen de eigen bevolking. De Oezbeekse veiligheidsdiensten plaatsten al te devote moslims tot recent op zwarte lijsten, voor kinderen was moskeebezoek er tot vorig jaar verboden. Dat wantrouwen keert zich nu tegen Afghaanse vluchtelingen. „Iedere tweede vluchteling zou een terrorist kunnen zijn. We zijn erg gespannen”, zei een anonieme medewerker van de Oezbeekse veiligheidsdienst vorige week tegen Al Jazeera.

Voor Centraal-Azië, dat niet zit te wachten op meer politieke invloed vanuit Moskou, is het vertrek van de Amerikanen slecht nieuws

De reacties op het Talibanprobleem zijn zeer verschillend, ziet analist Oemarov. „De regering in Tasjkent heeft al lang geleden begrepen dat de Taliban niet te negeren zijn in het politieke landschap van Afghanistan. De regering van president Sjavkat Mirzijojev praat daarom al jaren met de organisatie, ook in anticipatie op het onvermijdelijke vertrek van de Amerikanen.

In Tadzjikistan daarentegen gelden de Taliban als absolute vijand en is praten taboe. De regering van de sinds 1992 regerende Emomali Rahmon steunt de verzetsbeweging van de Afghaans-Tadzjiekse verzetsstrijder Ahmad Massoud in de noord-Afghaanse Panjshir-vallei, waar veel etnische Tadzjieken wonen. Massoud is zoon van de legendarische, in 2001 vermoorde verzetsheer Ahmad Shah Massoud, die in de jaren 90 het verzet leidde tegen de Taliban. Amrullah Saleh, de oud-vicepresident van Afghanistan voegde zich half augustus bij de groep.

Lees ook Verzet in Panjshir Vallei gaat door

In opiniestukken in westerse media uitte de 31-jarige, in Londen afgestudeerde Massoud harde kritiek op de VS en vroeg Rusland te bemiddelen in gesprekken met de Taliban. Moskou liet al weten daartoe niet bereid te zijn, maar voert wel intensief gesprekken met Oezbekistan en Tadzjikistan. Ook Rusland maakt zich grote zorgen over een spill-over van geweld en laat nauwelijks vluchtelingen toe. President Poetin onderstreepte het riscio dat zich „terroristen” onder de vluchtelingen zouden bevinden. Slechts een paar honderd Afghanen hebben in Rusland een status bemachtigd.

Tasjkent en Doesjanbe hebben daarbij nog eigen prioriteiten. In oktober worden in Oezbekistan presidentsverkiezingen gehouden. Zittend president Sjavkat Mirzijojev is er alles aan gelegen de stabiliteit te handhaven. Al vijf jaar werkt de opvolger van de in 2016 gestorven autocraat Islam Karimov aan grote hervormingen. In Tadzjikistan wil alleenheerser Emomali Rachmon volgend jaar de macht overdragen aan zijn zoon. Ook hij kan daarbij geen onrust gebruiken.

Overleg achter de schermen

Vorige week kwam de door Rusland geleide Collectieve Veiligheidsverdragsorganisatie (CSTO) bijeen, waarvan ook Armenië, Kazachstan, Kirgizië, Tadzjikistan en Wit-Rusland lid zijn. De organisatie werd in 1992 opgericht als tegenhanger van de NAVO, maar bevindt zich volgens Oemarov in een crisis. „De CSTO heeft een crisisjaar achter de rug, met conflicten tussen Armenië en Azerbeidzjan en tussen Kirgizië en Tadzjikistan. Die hebben de reputatie geen goed gedaan.”

De analist denkt dat Rusland in de crisis in Afghanistan een nieuwe kans ziet voor de CSTO om zich te bewijzen als regionaal veiligheids- en defensieblok. Maar daarbij moet Moskou, dat een milde aanpak kiest bij de Taliban, vooral ook de eigen leden in het gareel zien te houden. Dat er sprake was van Tadzjiekse wapenleveranties, vorige week aan het verzet in Panjshir, werd door de CSTO dan ook met klem weersproken.

Lees ook: Moskou praat met Taliban en scoort politiek in strijd met VS

Oemarov is niet verbaasd over de Europese wens tot opvang in de regio. „Natuurlijk stelt ieder land en ieder machtsblok zijn eigen belangen voorop. Het is voor Europa veel makkelijker om landen in de regio te betalen om vluchtelingen op te vangen. Maar dat zal niet gebeuren. Vluchtelingen zijn nooit welkom geweest, en ze zullen er niet komen.”