Afghaanse muziekinstrumenten worden uit voorzorg vernietigd

Cultureel erfgoed Niemand weet wat de Taliban 2.0 zijn. De omgang met cultuur is een voorbode: wie zijn cultuur vernietigt, vernietigt zijn identiteit.

Een rubabspeler, een luitachtig muziekinstrument, mei 2021.
Een rubabspeler, een luitachtig muziekinstrument, mei 2021. Foto Marcus Yam/Polaris

‘Mocht iemand zich afvragen of Taliban 2.0 er anders uit zien, dan vindt u hier het antwoord’, stelde de verslaggever van de Indiase zakenkrant The Economic Times. ‘Proof of Taliban Brutality’ schreef de krant toen maandag bekend werd dat de Afghaanse volkszanger Fawad Andarabi vrijdag door de Taliban was geëxecuteerd.

In de stad Kandahar had zich, vlak nadat de stad eind juli was gevallen, iets vergelijkbaars voorgedaan: de moord op de populaire komiek Nazar Mohammad, beter bekend als Khasha Zwan. De man die op TikTok – zijn account is inmiddels opgeheven – zijn publiek vond, maakte soms grappen over de Taliban. Die maakte hij zelfs nog toen ze hem meenamen. Terwijl hij het gebeuren filmde, maakte hij een grap over hun snor. Later werd hij met een doorgesneden keel teruggevonden onder een boom.

Fawad Andarabi, die geen politieke zanger was, maar vooral over de schoonheid van de vallei van zijn voorouders zong, was aanvankelijk geliefd bij de Talibanstrijders. Ze kwamen zelfs op de thee om naar hem te luisteren, vertelde zijn zoon aan persbureaus. Het probleem was echter dat Andarabi met zijn zang cultureel erfgoed levend houdt. En dat terwijl het verleden juist vergeten moet worden, benadrukte Zabihullah Mujahid, de man die naar verwachting de Afghaanse minister van Informatie en Cultuur wordt. In een interview met The New York Timesvorige week had hij het weliswaar over meer tolerantie dan tijdens het vorige Taliban-bewind, maar gaf toch ook alvast aan dat muziek in het openbaar verboden gaat worden. „Muziek is verboden in de islam, maar we hopen dat we mensen ervan kunnen overtuigen zulke dingen gewoon niet te doen zodat we ze niet hoeven te dwingen.”

Het afdwingen is echter al begonnen. De Afghaanse journalist Anees Ur Rehman plaatste op social media foto’s van het Afghanistan National Institute of Music waar instrumenten vernietigd werden uit voorzorg dat de Taliban alles zouden slopen. Inmiddels klinken er geluiden dat muziekscholen kapot zijn geslagen. Het lijkt een voorbode van wat komen gaat. Immers: kijk naar de cultuur in een land en je weet hoe het er voor staat.

Lees ook Afghaanse beeldend kunstenaars: Ontroerende, weemoedige verhalen

Materieel en immaterieel erfgoed

Hoe het nu gaat, hoeft niet parallel te lopen met de houding van ruim twintig jaar geleden, maar organisaties hebben aangegeven dat er genoeg is om je zorgen over te maken. Zo vrezen veel cultuurorganisaties vernietiging van het erfgoed. De hele wereld was er getuige van hoe de twee boeddhabeelden uit de zesde eeuw in Bamiyan in maart 2001 werden opgeblazen.

Al direct na de overwinning van de Taliban uitte Unesco haar zorgen over twee werelderfgoed stukken: de minaret van Jam, een 65 meter hoge toren die sultan Ghiyas-od-din liet bouwen in 1194, en de Bamiyan-vallei. Ondanks dat de boeddhabeelden daar zijn opgeblazen, is de hoop er wel dat de restanten van de 11e eeuwse zijderoute bewaard blijven. Ook zijn er zorgen over het Afghaans Nationaal Museum in Kabul dat in 2013 volledig gerenoveerd was, nadat het door het vorige Talibanbewind grotendeels was vernield. De angst dat de boel wordt leeggeroofd, is niet alleen vanuit de gedachte dat de werken niet stroken met het kunstideaal van de Taliban, maar ook uit vrees dat de Taliban de werken verkopen. De directeur van het museum, Omara Khan Massoudi, liet dubbele muren in het museum bouwen om museumstukken te verstoppen (in de jaren negentig had hij veel buiten Afghanistan veilig gesteld). Sinds deze week lijkt hij van de aardbodem verdwenen.

Maak verhalen onmogelijk, dan krijg je vanzelf generaties zonder kennis

Free Press Unlimited heeft laten weten dat inmiddels enkele journalisten al zijn omgekomen en ook de schrijversorganisatie PEN drukt aan op het in veiligheid brengen van Afghaanse auteurs. Twee leden van de Afghaanse tak van de PEN waren in de eerste week dat de Taliban de macht grepen in Kabul al omgebracht.

Hoewel een enkel standbeeld van politieke tegenstanders al wel is opgeblazen, is de kans groot dat de focus op het vernietigen van immaterieel erfgoed ligt. Dat kan namelijk terloopser, en storytelling, theater en muziek zijn kunstvormen die je van generatie op generatie overbrengt.

De BBC-documentaire Breaking the Silence. Music in Afghanistan (2010) laat goed zien hoe dat gaat: je maakt niet alleen traditionele instrumenten als de rubab, tambur of sarinda kapot, maar je maakt ook de overdracht van culturele tradities onmogelijk. Het was niet voor niets dat in 2002 vooral via muziek Afghanen werden ‘opgeroepen’ terug te keren naar hun land: muziek reikt over landsgrenzen heen.

Maak je cultuuroverdracht lang genoeg onmogelijk dan krijg je vanzelf generaties die opgroeien zonder de verhalen van vroeger: de oude generatie is er niet meer of is te getraumatiseerd om er wat mee te doen. Wie dat lukt, kan de identiteit van een land daadwerkelijk veranderen.

Dat is wat tijdens het vorige regime werd geprobeerd, en we kunnen er rustig vanuit gaan dat het nu erger zal zijn, vertelde een curator van een Afghaans museum aan The Art Newspaper, die omwille van zijn veiligheid anoniem bleef. „Verliest een vos zijn streken?” antwoordt hij retorisch als hem gevraagd wordt of het nu anders zal zijn dan vorige keer. Om te vervolgen met de verwachting dat „op korte termijn er niet veel kapot zal worden gemaakt, maar dat het gaat om de midden- en lange termijn effecten.” Het toch al getraumatiseerde land heeft volgens hem te weinig tijd gehad om echt de voordelen te zien van een generatie die opgroeit met cultuur. „Het enige dat we kunnen hopen is dat de cultuur in slaap wordt gesust en weer wakker wordt als een nieuw regime zich heeft aangediend.”