Opinie

Niemand wil z’n kind verliezen aan een Spaanse vakantiereis

Een kind op eindexamenreis kan slachtoffer worden, maar ook verdachte zijn. ‘Kom naar huis’ is voor strafrechter én ouder Jacco Janssen een natuurlijke reflex. De togacolumn over de Mallorca-zaak.
Playa de Palma, Mallorca, bloemen bij de plek waar de Nederlander Carlo Heuvelman bij een vechtpartij dodelijk gewond raakte.
Playa de Palma, Mallorca, bloemen bij de plek waar de Nederlander Carlo Heuvelman bij een vechtpartij dodelijk gewond raakte. Foto John-Patrick Morarescu

„Kom nou eerst maar naar huis!” Dat was mogelijk de reactie van de vaders en moeders van de jongeren die betrokken waren bij het incident in Mallorca dat de 27-jarige Carlo Heuvelman uit Waddinxveen het leven kostte. Op het moment dat ik dit schrijf, denk ik dat de ouders van het slachtoffer misschien nog elke dag hopen dat hun zoon ‘eerst naar huis komt’. Een kind door gewelddadigheden verliezen…, veel erger kan het niet.
De snelle terugkeer van de betrokken groep jongeren vanuit Mallorca naar Nederland veroorzaakte grote commotie in het land. Iedereen had zijn mening klaar: de laffe daders zijn gevlucht, zij lopen weg voor hun verantwoordelijkheid en erger nog: voor de harde Spaanse cel.

Basale recht

Ik begrijp de kritiek op het snelle vertrek heel goed, maar aan de andere kant begrijp ik — als ouder — ook een ‘kom naar huis’-advies omdat voor de ouders op afstand nog veel onbekend was. Ik hoor het mijn ouders nog zeggen als ik vroeger in de problemen zat. Ook in mijn gezin nu is het bij onraad: eerst naar huis en van daaruit verder. En daarin sta ik natuurlijk niet alleen. Iedere ouder heeft dat soort gedachten en ieder kind heeft dat basale recht op bescherming van de personen die het dichtst bij hem of haar staan. Zelfs al is dat soms tegen beter weten in.
Desondanks was er in die eerste dagen weinig begrip voor de terugkeer van de betrokkenen naar Nederland. Toen de vervolging door het Nederlandse Openbaar Ministerie werd overgenomen van de Spanjaarden, laaide deze volksverontwaardiging nog verder op. Breed in het land, in de media en ook privé werd de discussie over de kwestie gevoerd. ‘De softe Nederlandse rechter zou de verantwoordelijken wel weer laten wegkomen met een laf strafje. Daar hadden die Spanjaarden wel raad mee geweten’, was de teneur.

Alleen Nederlands

Hoe ik ook mijn best deed om de noodzakelijke nuance in die discussie te brengen, het lukte mij niet. Ook niet toen ik uitlegde dat het voor de nabestaanden, de verdachten, de officier van justitie, de advocaten, de politie kortom voor de zaak beter was om deze in Nederland aan de rechter voor te leggen. Al was het maar omdat Spanje niet naast de deur is en een strafproces met alleen Nederlandse betrokkenen beter in de Nederlandse taal gevoerd kan worden.
Inmiddels zitten vijf verdachten vast in de zaak. Door de officier van justitie, de politie en de advocaten van de verdachten en nabestaanden wordt de zaak opgepakt. De zaak krijgt daarmee de aandacht die hij moet hebben.
Ik heb nagedacht over waarom deze zaak zoveel emotie met zich brengt. Eén van de redenen heb ik inmiddels scherp.
Kinderen gaan op (examen)reis. Zij gaan naar plekken in Nederland of in Europa waar zij het einde van hun middelbareschooltijd of iets anders kunnen vieren. Wij weten niet wat onze kinderen daar doen en dat maakt ons onzeker en angstig. Wij hopen dat ze niet in de problemen komen en gaan daarvan uit omdat wij onze kinderen lessen hebben geleerd. Wij weten daarbij natuurlijk ook dat we niets in de hand hebben en dat er van alles mis kan gaan; gevaren van drank, drugs, geweld en seks liggen altijd op de loer. Wat wij zeker niet willen, is ons kind verliezen. Dat is de legitieme reden waarom wij ons sterk verbonden voelen met de nabestaanden van het slachtoffer. Voor hen is het het allerergst.

Verdacht kind

Toch bekroop mij — en ik denk iedere ouder — de gedachte dat je niet wilt dat jouw kind degene is die betrokken is geweest bij de gewelddadigheden. Die gedachte voelde voor mij ongemakkelijk en ik schaarde mij weer snel bij de grote groep van ouders met afschuw over het leed dat de ouders van het slachtoffer treft.
Toch mogen we de andere kant van de kwestie niet vergeten. Onze kinderen kunnen het slachtoffer van een misdrijf worden, maar zij kunnen ook een van de verdachten zijn. Daar heb je niet steeds invloed op. Als je in die situatie terechtkomt hoop je dat er een rechter is die de feiten op een rij zet, oog heeft voor alle belangen, de verantwoordelijken verantwoordelijk houdt en aan hen een straf oplegt die recht doet aan de gebeurtenissen. Het is het werk van de drie rechters en de griffier in de rechtbank Midden-Nederland om (ook) in deze zaak alles in het werk stellen om de verdachten en de nabestaanden een eerlijk proces te bieden. Daarmee krijgen de nabestaanden hun geliefde niet terug, maar het brengt ons als samenleving wel verder.

De Togacolumn wordt geschreven door een advocaat, rechter of officier. Jacco Janssen is senior (straf)rechter A in de rechtbank Rotterdam.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.