Opinie

Na heldere boodschap links is nu het woord aan Rutte en Kaag

Kabinetsformatie

Commentaar

Aan ons zal het niet liggen. Dat is de nadrukkelijke boodschap die PvdA-leider Lillianne Ploumen en GroenLinks-voorman Jesse Klaver dit weekend meegaven aan hun collega’s van VVD, D66 en CDA. Met ruime steun van hun respectieve achterbannen blijven zij als één links blok dooronderhandelen over de vorming van een nieuw kabinet onder leiding van Mark Rutte. De inhoud was al niet het probleem, de vermeende wankelmoedigheid van de linkse samenwerking nu ook niet meer.

De ledenbijeenkomsten van afgelopen weekend waren op zijn minst opmerkelijk te noemen. Er ligt nog geen enkel concreet onderhandelingsresultaat, en toch moesten de partijen zich al uitspreken. Dat had zowel met de formatie te maken, als met onrust in de partijen zelf. Voor de formatie kunnen Klaver en Ploumen nu terugvallen op ruime steun van hun leden over de inzet van de onderhandelingen. Dat verstevigt hun positie tegenover Rutte, Kaag en Hoekstra. En intern konden Ploumen en Klaver de leden geruststellen: de huidige samenwerking in de formatie is geen stiekeme poging tot een fusie tussen PvdA en GroenLinks. Mocht dat er ooit van komen, dan vergt dat een zelfstandig besluit.

De partijen laten daarmee zien het spel om de macht goed te begrijpen: gegeven de verkiezingsuitslag en de verdere versplintering in de Kamer, hebben de winnaars VVD en D66 weinig echt stabiele opties voor de vorming van een nieuw kabinet. Rutte wil heel graag dat het CDA mee doet, maar daarmee is er nog geen meerderheid. Daarvoor is of de ChristenUnie, of links nodig.

Met name de PvdA laat nu zien dat het dragen van regeringsverantwoordelijkheid de partij ernst is. De electorale schade die deelname aan Rutte II de sociaal-democraten opleverde, is een litteken dat menig partijlid nog lang zal heugen. Dat een meerderheid van de leden zaterdag instemde alsnog met Rutte in zee te gaan, is ronduit dapper.

Ook bij GroenLinks is de wens om mee te besturen belangrijker dan de publicitair aantrekkelijker rol van oppositievoeren. Klaver liet in de vorige formatie uiteindelijk een rol in een coalitie schieten op principiële gronden, maar ziet nu, zeker met de PvdA aan zijn zijde, de kans groeien om daadwerkelijk invloed op de koers van een komend kabinet uit te oefenen.

Daarmee heeft links duidelijk gemaakt dat regeren met hen tot de mogelijkheden behoort. Een nieuw kabinet van VVD, D66, CDA en het linkse blok zou daarmee op een ruime meerderheid in Tweede en Eerste Kamer kunnen rekenen.

De grote vraag is: wat wil rechts? VVD en CDA blijven maar herhalen dat ‘over links’ voor hen niet de voorkeur heeft. Liever zouden zij met de ChristenUnie een kabinet vormen. Maar dat stuit weer op bezwaren van de grote winnaar van de verkiezingen, D66.

De voortekenen voor een coalitie met PvdA en GroenLinks zijn niet gunstig. De vrees bij VVD en CDA dat samenwerking met twee linkse partijen tot een instabiele coalitie zal leiden, is groot. De vraag is of dat terecht is. De VVD heeft in Rutte II goede afspraken kunnen maken met de PvdA. Die toonde zich, ondanks de desastreuse electorale uitwerking van deelname aan dat bezuinigingskabinet, een betrouwbare partner.

Hoe het ook zij: de formatie moet de komende dagen in een stroomversnelling komen. Links heeft gedaan wat het redelijkerwijs kon doen in deze fase: comfort en helderheid bieden aan de potentiële coalitiepartners. Het antwoord moet nu komen van rechts: samen met links aan de slag om Nederland uit de coronacrisis te loodsen, samen met de ChristenUnie, of toch als een minderheidskabinet?