Gestrande Afghanen bij Poolse grens zijn mogelijke voorbode van nieuwe migratiecrisis

Afghaanse migranten Een groep Afghaanse vluchtelingen zit vast bij de grens tussen Polen en Wit-Rusland. De EU kan de patstelling niet oplossen.

Poolse grenswachten (voorgrond) bij de gestrande groep Afghaanse migranten in het noordoosten van Polen. Wit-Rusland weigert de groep terug te nemen.
Poolse grenswachten (voorgrond) bij de gestrande groep Afghaanse migranten in het noordoosten van Polen. Wit-Rusland weigert de groep terug te nemen. Foto Wojtek Radwanski/AFP

Het precieze aantal mensen is onduidelijk. Volgens Amnesty International en de Poolse vluchtelingenorganisatie Fundacja Ocalenie gaat het om 32 migranten, afkomstig uit Afghanistan. De groep zou bestaan uit 27 mannen, vier vrouwen en een meisje van 15. Andere bronnen spreken van 24 mensen, of 37.

Zeker is dat deze kleine groep migranten sinds 10 augustus het slachtoffer is van een conflict tussen Wit-Rusland en de Europese Unie. Al bijna drie weken zitten ze klem op een klein stukje grond, aan de rand van een bos bij het dorp Usnarz Górny, op de grens van Polen en Wit-Rusland. De landen twisten over wiens grond het is.

Ze kwamen met een toeristenvisum naar Wit-Rusland en hoopten via EU-lidstaat Polen in Europa te belanden. Aan de ene kant staan Poolse grensbewakers die ze niet toelaten, aan de andere kant Wit-Russische grensbewakers die ze niet laten terugkeren.

De situatie is nijpend. De groep heeft geen voedsel, water, onderdak en medicijnen. Hulpverleners, artsen en priesters worden aan de Poolse kant tegengehouden. Volgens Fundacja Ocalenie zijn twaalf mensen uit de groep „ernstig ziek”.

De druk op Polen om de Afghaanse migranten toe te laten, neemt toe. Vorige week riep VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR de Poolse autoriteiten op om Poolse en Europese wetgeving na te komen, die bepaalt dat vluchtelingen asiel moeten kunnen vragen. „Hoewel we begrijpen dat de toename van het aantal mensen dat Polen binnenkomt voor uitdagingen zorgt, roepen we de Poolse autoriteiten op om deze mensen te voorzien van toegang tot het gebied, onmiddellijke medische zorg, juridische hulp en psychische en sociale steun”, schreef Christine Goyer, de Poolse vertegenwoordiger van de UNHCR.

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) deed op 25 augustus een dringende oproep aan Polen en Letland – waar een groep van 41 Iraakse Koerden in een vergelijkbare situatie vastzit – om de migranten te voorzien van voedsel, water, kleding, medische zorg en „indien mogelijk, tijdelijk onderdak”. De uitspraak van het EHRM verplicht Polen en Letland niet om de migranten toe te laten.

3,5 miljoen Afghanen

Hoe klein de groep ook is, de kwestie baart de Europese Commissie en andere Europese politici grote zorgen. Ze vrezen dat de patstelling bij Usnarz Górny een voorbode is van een herhaling van de migratiecrisis van 2015, toen Europa worstelde met ruim 1 miljoen vluchtelingen uit Syrië, Irak en Afghanistan. Volgens de Europese Commissie zijn er nu ruim 3,5 miljoen „ontheemde en kwetsbare” Afghanen in Afghanistan.

We hebben geleerd van 2015, zei Ylva Johansson, Eurocommissaris voor Binnenlandse Zaken, tegen Euronews. „We moeten niet wachten tot we Afghaanse vluchtelingen bij onze buitengrenzen hebben. We moeten veel eerder ingrijpen. En dat omvat natuurlijk ook geld.” Johansson denkt aan financiële steun voor de UNHCR en voor de buurlanden Pakistan, Iran en Tadzjikistan. Dat EU-geld moet voorkomen dat „veel mensen gevaarlijke smokkelroutes nemen die bij onze buitengrenzen eindigen”.

Het lot van de migranten op de grens van Polen en Wit-Rusland laat zien hoe effectief de sabotage door de Wit-Russische machthebber Aleksandr Loekasjenko is. Als wraak voor Europese sancties – in reactie op repressie in Wit-Rusland – laat het Wit-Russische regime al maanden migranten door aan de westerse grens. Tot nu toe betrof dat vooral de grens met Litouwen, waar al meer dan vierduizend migranten zijn overgestoken.

Lees ook deze reportage over migranten aan de grens tussen Litouwen en Wit-Rusland

Loekasjenko gebruikt migratie om de Europese Unie te ontwrichten, en het blijkt te werken. De Poolse regeringspartij PiS, leider van een politiek kwetsbare coalitie, grijpt terug op het vertrouwde anti-migratiebeleid en legt de schuld elders. Volgens premier Mateusz Morawiecki zijn de Afghanen „gereedschap in de handen van Loekasjenko” en zal Polen niet toegeven aan „dit soort chantage”. Vicepremier Pjotr Glinksi, ook van PiS, was even stellig: „Polen verdedigde zichzelf tegen de golf van vluchtelingen in 2015, en het zal zichzelf nu opnieuw verdedigen.”

Polen stuurde al 1.800 soldaten naar de grens met Wit-Rusland, plaatst prikkeldraad en bouwt aan een hek van 2,5 meter hoog. „Natuurlijk maakt Wit-Rusland cynisch gebruik van deze situatie, dat is hun strategie”, zegt Pjotr Bystrianin van Fundacja Ocalenie in de Financial Times. „Wat het zo vreselijk maakt is dat Polen het spel meespeelt.”