Troost voor kalende mannen: minitatoeages

Beautycase Microhaarpigmentatie, minitatoeages die lijken op een gemillimeterde coupe, zijn vooral populair onder mannen bij wie haartransplantatie niet meer mogelijk is.

Illustratie Lotte Dijkstra

We gaan even naar wat dartsvideo’s op YouTube kijken. Niet voor de sport, maar voor een man die de pijlen gooit. Pak er eens een wedstrijd van Raymond van Barneveld bij uit 2017 en een recente, en kijk dan naar zijn haar – of het gebrek eraan. In 2017 was zijn schedel nog een mix van dons en de door mannen zo gevreesde leegte, een haarlijn was amper nog te herkennen. Tegenwoordig is er sprake van een dekkende laag stoppels, die het doet lijken alsof hij stiekem nog hartstikke veel haar heeft en het bewust tondeusekaal draagt.

Het ís geen haar, het líjkt alleen op haar. Wat er nu op zijn hoofd zit, zijn honderden minitatoeages. Microhaarpigmentatie (MHP) heet dit. Het is een alternatief voor de traditionele haartransplantatie en een behandeling die pas een jaar of tien in Nederland wordt gedaan. Met heel kleine naalden wordt pigment ingebracht in de hoofdhuid, niet verder dan 1,5 millimeter, waarmee in feite de illusie van een extreem (maar dekkend) gemillimeterd kapsel wordt gecreëerd. Een soort permanente five-o’clock shadow, maar dan voor de hoofdhuid. De Jason Statham, de Vin Diesel, de Jamie Foxx. Of, desgewenst, de Raymond van Barneveld.

Microhaarpigmentatie kan toegepast worden om een enkele kale plek optisch ‘vol’ te doen lijken, om littekens (bijvoorbeeld na een gewone transplantatie) te verbergen, maar is volgens Edwin van Wooning van de Haarstichting vooral populair bij mannen bij wie een transplantatie geen zin meer heeft. „Die hebben te weinig donorhaar op andere plekken op hun hoofd voor een mooi resultaat en dus niet meer voldoende voor genoeg haardichtheid bovenop.”

De behandeling is een stuk goedkoper dan een haartransplantatie (gemiddeld 2.000 tot 3.500 euro versus 10.000 tot 15.000). Dat scheelt. Maar er zijn wel beperkingen en er zitten haken en ogen aan, legt Van Wooning uit. Daarom zullen mensen altijd eerst bekijken of een gewone transplantatie een optie is. Zo ben je natuurlijk gelimiteerd wat betreft je kapsel: het is tondeusekaal of niets. En het vraagt toch nog veel aandacht. „Het mooiste is om wat er nog wél groeit om de dag of twee dagen te scheren. Daarna loop je het risico verschil tussen echte en aangebrachte stoppels te zien.” Tot slot heb je om de zoveel jaar een touch-up nodig, omdat het pigment langzaam vervaagt.

Een blauw hoofd

Áls het allemaal al kundig wordt gedaan. Volgens Van Wooning zijn er pas zo’n zes jaar klinieken met de juiste materialen en kennis om een gewenst resultaat te leveren. Want iedereen wil – natuurlijk – dat niemand in één oogopslag ziet dat er geen haar, maar ‘inkt’ op je hoofd zit. Het moet écht lijken, zoals je dat ook wilt na een borstvergroting of een spuitje botox. Van Wooning ziet nog vaak genoeg hoe mensen „verminkt” worden. „Er wordt gedacht: het is wat stoppeltjes zetten. Maar het is meer dan dat. Er moeten heel fijne naalden worden gebruikt en die mogen slechts kort de huid toucheren. Met de verkeerde naalden krijg je heel dikke stoppels.

Of er worden verkeerde pigmenten gebruikt en dan zitten mannen opeens met een groen, blauw of paars hoofd.”

Dus, raadt hij aan: kijk bij een aanbieder goed naar de voor- en nafoto’s (en controleer die op echtheid!), en ga bij zeker twee klinieken op bezoek. En: bespaar niet op de kosten. Dat geldt overigens ook voor een gewone haartransplantatie. „We krijgen ook daarover veel klachten van mensen die voor een appel en een ei naar Turkije zijn gegaan.”

Mocht het voor alle wannabe Stathams, Diesels, Foxxen en Van Barnevelds van de wereld nou uitlopen op een stoppelfiasco, is de schade altijd nog weg te laseren. Dan is het toch fijn dat het geen echt haar is.

Lees ook: Kaal worden is erg, kaal zijn niet