Recensie

Recensie Muziek

Eindelijk weer een concert in Paradiso: Kikagaku Moyo bewees hoe belangrijk live-optredens zijn

Japanse rock De muzikanten van het Japanse Kikagaku Moyo zijn meesters van de afwisseling. Hun optreden, afgelopen zaterdag in Paradiso, Amsterdam, bewees hoe belangrijk live-optredens zijn voor de muziekcultuur. Daar klinken composities zoals ze bedacht zijn.

Kikagaku Moyo in 2019.
Kikagaku Moyo in 2019. Foto Richard Gray/EMPICS

Meteen bij de opening van het optreden, toen vier gitaristen samen druk getjilp voorbrachten, als in een volière, om vervolgens te transformeren naar een funky tableau met geconcentreerde gitaarpatronen, werd duidelijk: de muzikanten van Kikagaku Moyo zijn meesters van de afwisseling. Het ene wonderschone fragment is nog niet opgebouwd, of het volgende wordt al ingezet.

Hun concert, afgelopen zaterdag, was het eerste in Paradiso, Amsterdam, sinds oktober 2020. Het was nog niet als vanouds, maar met 500 man op stoelen kon het enthousiasme al luidkeels oplaaien.

Kikagaku Moyo (Japans voor ‘geometrisch patroon’) was een geslaagde opening. Exotisch en toch lokaal – de vijf Japanse muzikanten wonen in Amsterdam –, virtuoos maar zachtaardig. De drummer en gitaristen, met lang wuivend haar, keken eerst aandachtig en toen steeds blijer.

Wolk van klank

Hun stijl is deels afgesproken, deels improvisatie, bleek uit de blikken die ze uitwisselden. Zo ontstaat een wolk van klank, waarin de zangpartijen niet op de voorgrond staan, maar een onderdeel zijn van het geheel, terwijl de metalige klank van het wahwah-pedaal en de zwaar jammerende sitar, om de beurt een hoofdrol krijgen.

Dit concert bewees hoe belangrijk live-optredens zijn voor de muziekcultuur. Live klinken de composities zoals ze bedacht zijn. De uitvoering die de leden van Kikagaku Moyo hier van hun liedjes gaven, overtrof in alle opzichten de albumversies: dynamischer, kleurrijker, afwisselender. De zaal raakte niet uitgejuicht, bijvoorbeeld toen een nummer eindigde als een Formule 1-race, met steeds fellere drums en elkaar in snelheid verdringende gitaarloopjes. Het was opzwepend en swingend, maar meer dan een ‘stoelendans’ zat er niet in.