Griend: een bedreigde pleisterplaats voor vogels in de Waddenzee

Natuur De Waddenzee knabbelt aan het onbewoonde vogeleilandje Griend. Is het nog te redden? En moet het?

Zicht op Griend vanuit het noorden.
Zicht op Griend vanuit het noorden. Foto Siebe Swart

Wie met de boot van Harlingen naar Vlieland of Terschelling vaart, komt onderweg nóg een eiland tegen. In het midden staat een vogelwachtershuis – meer bebouwing is er niet. Met een oppervlakte van ruim 60 hectare en een hoogte van enkele meters boven zeeniveau is het eiland van bescheiden omvang. Toch is het drukbezocht: in het voorjaar broeden er zo’n 4.300 paartjes van de grote stern.

Welkom op Griend, misschien wel het minst bekende eiland in de Waddenzee. Of althans, een eiland? Daarover verschillen de meningen. „Sommige mensen noemen het een begroeide zandplaat”, vertelt Valérie Reijers, kustecoloog aan de Universiteit Utrecht. Samen met marien ecoloog Laura Govers van de Rijksuniversiteit Groningen en het NIOZ schreef ze het boek Griend – een bewogen eiland, op basis van hun jarenlange onderzoek ter plaatse.

Juist dat woordje ‘bewogen’ maakt Griend zo interessant, en actueel. Want om het gestaag eroderende eiland van de ondergang te redden worden al een kleine eeuw allerlei kunstgrepen gedaan, waaronder zandsuppleties. De meest recente ingreep was in 2016. Reijers: „Griend kreeg een facelift.” Daarbij werd onder andere 200.000 m3 zand opgespoten aan de westkant van het eiland. Maar met al die ingrepen rijst de vraag: hoe ver en veelvuldig grijp je in? Wordt het geen tijd om de natuurlijke processen hun beloop te laten, zelfs als dat het einde zou betekenen van Griend?

Nee, betogen Govers en Reijers in hun boek. Althans: niet geheel. Daarvoor is het eiland te bijzonder, zowel in landschappelijk als in ecologisch opzicht. Reijers: „Griend neemt in de Nederlandse Waddenzee een unieke plek in. Iedereen kent de vijf grote Waddeneilanden, Texel, Vlieland, Terschelling, Ameland, Schiermonnikoog. Dat zijn barrière-eilanden, die aan de Noordzeekant beschermd worden door een hoge duinenrij. Griend heeft een heel ander karakter. Het is een stormvloed-schoorwaleiland.” Die term verwijst naar de halvemaanvormige strand- of schoorwal, die tijdens stormen ‘gevoed’ wordt met grof zand en schelpen en tijdens hoogwater ook met zogeheten vloedmerk, waaronder zeewier. Fijner zand ontbreekt. Reijers: „In de jaren 80 is het eiland flink versterkt door de aanleg van een dijk. Het oude schoorwalkarakter is daarmee verdwenen.” Inmiddels is er een vlakke zandplaat voor het eiland opgespoten. „Daar zouden de natuurlijke schoorwalprocessen weer de ruimte kunnen krijgen.”

Om de ecologische waarde te verhogen en het eiland beter te beschermen tegen erosie is er de afgelopen jaren geëxperimenteerd met het inzaaien van verschillende soorten zeegras: planten die goed gedijen in een zout getijdenmilieu, en zorgen voor golfdemping. „En dode zeegrasresten spoelen aan als vloedmerk, en kunnen zo voor versteviging van de stormvloedschoorwalzorgen”, zegt Reijers. Van oudsher kwam er veel zeegras voor in de monding van de Zuiderzee, en dus ook rondom Griend. „Lange groene zeegrasbladeren dansten onder het wateroppervlak in de golven”, schrijven Govers en Reijers. Maar in de jaren dertig van de vorige eeuw stierf al het zeegras in een paar jaar af, door vertroebeling van het zeewater tijdens de bouw van de Afsluitdijk.

Terugkeer van zeegras

Ecoloog Govers besloot met collega’s te onderzoeken of zeegras zou kunnen terugkeren naar de Waddenzee. Op verschillende plekken injecteerden ze een mengsel van waddenklei en zeegraszaad in de bodem. Aan de zuidwestkant bleek de stroming te sterk, maar aan de oostkant, in de luwte van de kwelder, bleek het inzaaien wel succesvol. Daar is de golfbrekende werking weliswaar gering, maar eenmaal gevestigd kan het zeegras zich mogelijk uitbreiden naar het westen.

Naast de morfologie en de vegetatie is er nog iets wat Griend zo buitengewoon maakt, en dat is de rol van trekvogelhotspot. Elk voor- en najaar verzamelen zich honderdduizenden wadvogels op Griend – het eiland ligt gunstig langs de internationale trekroutes. „Rosse grutto’s, bonte strandlopers, scholeksters, wulpen, drietenen, tureluurs, zilverplevieren en krombekstrandlopers staan naast kanoeten”, schrijven Govers en Reijers. Bij hoogwater verzamelen die vogelsoorten zich op de schoorwal. In 2016 en 2017 gebruikten ruim 100.000 kanoeten Griend als pleisterplaats, meer dan een kwart van alle kanoeten langs die vliegroute.

Als door klimaatverandering het aantal stormen toeneemt, dan kan dat het einde van Griend betekenen

Valérie Reijers kustecoloog

En dan zijn er nog de twee vogelsoorten die in groten getale broeden op Griend: de kokmeeuw en de grote stern. Lange tijd herbergde het eiland de grootste kolonie grote sterns van heel Noordwest-Europa. „In 1938, na meer dan twintig jaar bewaking, broedden er naar schatting meer dan 30.000 paren”, schrijven Govers en Reijers in hun boek. Bewaking was nodig omdat Griend toen het toneel was van clandestiene eierraapfestijnen, compleet met „meegereisd muziekkorps, honderdtwintig flessen bier en acht kruiken jenever”. Daar bovenop kwam nog de mode: dameshoeden versierd met complete vogels, waaronder grote sterns. „Het was goed geld verdienen: jagers kregen tussen de 11 en 18 cent per vogel.” Vogelwachters moesten die taferelen tegengaan.

Een ander gevaar waartegen de grote sterns toen werden beschermd vormde de kokmeeuw. Vanaf 1920, toen de soort zich op het eiland vestigde, tot aan 1965 werden de meeuwen zelfs actief bestreden door de vogelwachters, omdat gevreesd werd dat ze de grote stern zouden verdrijven. Later bleek dat de kokmeeuwen ook bescherming bieden, en dat sterns hun gezelschap soms bewust opzoeken, schrijven Govers en Reijers. „De agressieve kokmeeuwen beschermen hun eigen nesten, en die van nabije, meer timide, grote sterns. Ze jagen bijvoorbeeld rovende zilver- en kleine mantelmeeuwen weg.” Maar de kokmeeuwen vertonen ook ‘piraterij-gedrag’: ze onderscheppen de vis die grote sterns aan hun jongen komen brengen.

Maar sinds 2009 gaan zowel de meeuwen als de sterns in aantal achteruit op Griend. Vooral die laatste soort kiest steeds vaker voor andere geschikte plekken, zoals de Zeeuwse delta.

Veldwerk op eiland

En dat brengt opnieuw de vraag aan de orde: hoe belangrijk is het nog om Griend te beschermen? Broedvogels komen er steeds minder, en mensen komen er zelden. Anderzijds hoeft een eiland natuurlijk niet drukbezocht te worden om bestaansrecht te hebben. Reijers: „Griend is niet te vergelijken met bijvoorbeeld de Marker Wadden, die kunstmatig zijn ontstaan en waar recreatie naast natuurbescherming een hoofddoel is.”

Juist om te besluiten of en hoe Griend in de toekomst beheerd moet worden, hebben Govers en Reijers de afgelopen jaren veldwerk gedaan. Reijers: „In het verleden werd er wel ingegrepen op Griend, maar niemand hield vervolgens eigenlijk in de gaten wat de maatregelen voor effecten hadden. Daarom zijn we na de laatste ingreep in 2016 gaan monitoren, in opdracht van Natuurmonumenten. Zo krijgen we beter zicht op wat er verandert, en hoe snel.” Momenteel zijn de beheersingrepen volgens de auteurs minimaal: „Op de grote ingrepen na wordt er op Griend niet gemaaid, wordt de kwelder niet begraasd en worden meeuwen ook niet meer bestreden.”

Het eiland zal sowieso zijn dynamische karakter behouden, benadrukt Reijers. „We zeggen niet: je moet Griend volledig vastleggen, maar aan de andere kant hoef je het ook niet volledig op te offeren. De hele Waddenzee is immers óók door mensen getekend, dus je kunt je afvragen hoe natuurlijk het is om Griend helemaal los te laten.”

Hoe het Griend zal vergaan is nog niet te voorspellen, zegt Reijers. „Niet alleen het eiland is onderhevig aan dynamiek. Als door klimaatverandering het aantal stormen toeneemt, dan kan dat het einde van Griend betekenen. En ook qua natuurbeheer weet je niet hoe de wind zal waaien. Wie weet wordt er over vijftig jaar alsnog besloten: laat dat eiland maar los.”