‘Chateau Migraine is goed genoeg’

Verdienen en uitgeven

Jan Dirk Wassenaar (61) werkt al bijna 36 jaar als dominee, al voelt het voor hem niet altijd zo. „Ik werk wel, maar heb niet het gevoel dat ik een baan heb.”

Foto Bob van der Vlist

in

‘Vanmorgen werkte ik aan mijn preek voor komende zondag, over Daniël in de leeuwenkuil. Ik beschouw mezelf als bevoorrecht dat ik tien uur bezig mag zijn met een tekst die ik beschouw als spreken van Godswege.

„Mijn kerntaak als dienaar des Woords is in kerkdiensten voorgaan en met mensen optrekken en meeleven. Het werk is gevarieerd: dan weer een trouwerij, dan een rouwdienst of catechisatie – en dat alles met een zekere vrijheid van planning. Ik zou niets anders willen. Je bent de hele dag bezig met zingevingsvragen: wat is belangrijker dan dat?

„Ik heb een prima inkomen, ook omdat ik het werk al zo lang doe en veel gastpreken elders geef. Ik ben niet in loondienst, maar ben ook geen zelfstandig ondernemer: het zit er een beetje tussenin. Tot en met 2020 kreeg ik geen loon- maar een ‘traktementsstrook’. Ik moest begin dit jaar wel even wennen aan de nieuwe aanduiding ‘loonstrook’.

„Ik heb niet het gevoel dat ik een baan heb, maar ik werk natuurlijk wel – en niet alleen op zondag – en leg ook verantwoording af. Ik heb een roeping – en daar vloeien allerlei werkzaamheden uit voort. Om het kerkelijk te zeggen: ik ben vrijgesteld om het evangelie te verkondigen.

„Ik wist niet al op de kleuterschool dat ik dominee wilde worden, maar dacht gaandeweg steeds meer: ‘dit is het’. Mijn roeping is gegroeid en in het werk bevestigd.”

uit

‘Ik heb niet echt een systeem voor mijn vaste lasten, ik betaal gewoon. Wij leven een redelijk normaal bestaan. Ik hoef geen exorbitante vakanties of een dure Mercedes, dan zou ik me te ver verwijderen van de gemeente waar ik werk.

„Dure wijnen hoef ik ook niet, Chateau Migraine is goed genoeg voor me. We letten ook op aanbiedingen bij de supermarkt, die sobere invalshoek is er in die zin wel. Dominees zijn normale mensen.

„Wat wel anders is, is dat ik in een ambtswoning woon. Hier zit ik nu zeventien jaar. Het is een prachtig huis met een schitterende tuin, maar het is niet van ons – fiscaal is dat wel bijzonder. Wanneer ik met emeritaat ga, moet ik dus een ander onderkomen vinden. Daarom sparen we om op termijn een huis te kunnen kopen. Met de stijgende prijzen zal dat niet meevallen, maar in Friesland of Overijssel – daar denken we aan – is het nog wel te doen.

„Ik vind het zelf best redelijk, maar niet heel hoog wat ik aan giften schenk. Het is een persoonlijke keuze en ik geef vooral aan de plaatselijke kerkelijke gemeente.

„Ik ben zeer tevreden met mijn werk en inkomen en wil niet meer verdienen. Dan zou ik me bezwaard voelen. Dit is wat ik wil en wat ik kan en ik hoop dit werk nog 5,5 jaar te doen. Op hoop van zegen.”