Opinie

Nee, app-contact is niet oppervlakkig

Technologie Gaat het ‘echte gesprek’ ten onder aan digitale oppervlakkigheid? betwijfelt dat.

Begin zomer. We zitten allemaal rond de tafel, mijn familie en ik. Mijn zwager is druk aan het praten, geeft me de krant door en wijst op het overlijden van A.L. Snijders. Ik zeg „Ach, nee toch”, wat ik eigenlijk nooit zeg, maar ik weet niet hoe ik anders moet uitdrukken dat zijn overlijden een echt verlies is, voor mezelf en voor zeer-korte-verhalen-lezend Nederland. De kinderen houden zich gek genoeg helemaal stil. Mijn vader doet geregeld en vrij pontificaal zijn duim omhoog (is het een tic?). Dan zijn we weer even stil. Op een gegeven moment staat mijn zus ineens op, pakt een fotoalbum erbij en wijst op twee foto’s: mijn nichtje staat in een zomers jurkje in een grasveld, mijn jongste neefje laat trots zijn step zien. „Mooi!” zeg ik, en ik meen het. Ik wil ook met mijn nichtje in dat grasveld staan. Dan staan we allemaal op en vertrekken zonder iets te zeggen.

Een klein half uurtje later komen we allemaal weer bij elkaar. Mijn zus laat nog een foto zien, een prachtige foto van de naakte, kwetsbare kinderrug van mijn oudste neefje. Ik zie zijn ruggengraat, de donshaartjes op zijn schouder. Ik applaudisseer en mijn vader roept: „Prachtig!” Dan staan we allemaal weer op om te vertrekken, maar stoppen halverwege. Mijn vader steekt zijn duim omhoog en lacht breed, mijn zwager schuift me nog snel een andere krant toe, iets over zich misdragende academici, maar zoiets heb ik al te vaak gelezen. Dan vertrekken we daadwerkelijk. Vijf minuten later hoor ik mijn zwager nog iets roepen vanuit de gang, maar ik doe alsof ik hem niet hoor, want ik moet werken. Dat vindt hij niet erg, hij negeert mij ook zo vaak – hoort erbij.

Wie zich verbeeldt dat een WhatsApp-gesprek in het echt plaatsvindt, voelt al snel vervreemding. Een beetje koddig is het ook. Zo gaat een echt gesprek niet. Een echt gesprek gaat dieper, heeft een minder oppervlakkige dynamiek. Je ziet de lichaamshouding en hoort de intonatie van de ander, je past daarop aan wat je zegt en hoe je het zegt. In echte gesprekken is er nog ruimte voor stilte en een luisterend oor.

Minder gesprekken?

We zijn het verleerd, het voeren van echte gesprekken. We appen er allemaal maar oppervlakkig op los. De enige mensen die nog echte gesprekken voeren zijn mensen achter de geraniums, want zij hebben de tijd. Dat zeg ik niet, dat zei Emma Bruns een tijdje geleden in NRC. Zij is niet de enige: ze vertegenwoordigt een flink bataljon van app-sceptici, dat zich oprecht zorgen maakt dat we ‘het contact’ met elkaar verliezen door zo veel met elkaar te appen.

Voeren we inderdaad minder echte gesprekken? Allemaal? Wordt vriendschappelijk contact alsmaar oppervlakkiger? Hebben we minder face-to-face contact? Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat zeker niet. Natuurlijk is aangetoond dat face-to-face gesprekken belangrijk zijn voor van alles en nog wat, en niet te vervangen door digitale varianten, en ook dat (overmatig) appen riskant kan zijn – dat is allemaal geen nieuws. Maar ik ben nog geen enkel onderzoek tegengekomen dat laat zien dat het bestaan van en de kwaliteit van face-to-face gesprekken daadwerkelijk bedreigd wordt door (toenemende) digitale gesprekken. Met andere woorden, dat we te maken hebben met een digitale zero-sum game en dat vroeger alles beter was.

Onderzoek laat wel zien dat iemand die op een bepaalde dag veel meer app-contact heeft, minder behoefte heeft aan face-to-face contact. Logisch. Maar hieruit volgt normatief gezien nog niets, tenzij we aannemen dat app-contact minder waardevol zou zijn. Maar dat is nu precies de vraag. Bovendien blijkt ook dat mensen die altijd al veel appen, niet minder face-to-face gesprekken hebben. Ander onderzoek benadrukt dat online contact vooral anders is, niet per se minder.

Ik kan soms opener zijn over de app

Maar liefst 51 procent van de tieners geeft de voorkeur aan digitale gesprekken, stelden onderzoekers vast, wat veel is. Maar ook hier scoort de app-scepticus nog geen punten, want a) die tieners hebben gewoon nog steeds face-to-face gesprekken, en b) misschien voeren zij wel digitale gesprekken op manieren die daadwerkelijk even goed als of zelfs verfrissender zijn dan onze doorsnee digibete gesprekken. In elk geval geeft 43 procent van de 18-24-jarigen aan dat ze appen even betekenisvol vinden als een echt gesprek.

Wie zijn wij om dan de moral highground in te nemen en te zeggen dat hele generaties het mis hebben? Dat hun levens niet écht verrijkt worden door al dat ge-app, ook al zeggen ze zelf van wel? Mogelijk missen wij wel een hele dimensie aan digitaal-sociale rijkheid. Laten we ook niet vergeten dat een gemiddelde whatsappende persoon van middelbare leeftijd niet evenveel uit zijn of haar appgesprekken zal halen als de gemiddelde tiener, en dat die laatste flink wat meer digitaal-sociale vaardigheden in haar gereedschapskist heeft dan het opsteken van gele duimpjes.

Appen is van wezenlijk sociaal belang. Niet alleen omdat we even snel kunnen afspreken wanneer we elkaar in het echt zien, maar vooral ook omdat velen van ons zo nu en dan gewoon echte gesprekken voeren over de app. Gesprekken die soms, waag ik te stellen, niet eens gevoerd hadden kunnen worden in het ouderwetse, zogenaamd echte leven. Persoonlijk kan ik soms opener zijn over de app dan ik in het echt durf te zijn. Omdat ik (lang) kan nadenken over een antwoord en de ander dat ook laat doen. Omdat ik sommige personen gewoon heel vaak – soms heel kort – wil en kan spreken. Omdat ik ook de kleine struikelingen en overwinningen van dag-tot-dag wil kunnen bespreken, in plaats van de vaak tamelijk onbevredigende lange ‘update’-gesprekken te voeren wanneer je goede vrienden lang niet hebt gezien. Soms wil je gewoon weten wat voor klein idioots iemand heeft meegemaakt. Soms wil je een fotootje rondsturen van een muur vol ansichtkaarten van prachtige getekende planten, en dan aan iemand die je lief hebt appen: ‘wat denk je als je dit ziet?’ en dat je plantenlievende vriendin dan terug appt: ‘Heb je mijn adres?’ Dat is vriendschap, en appen helpt.

Kleine, frequente communicatie is cruciaal voor sociale relaties, of is dat in elk geval geworden. Als ik hier zou willen generaliseren, zou ik zeggen dat vluchtige, luchtige appgesprekken – ondersteund door moderne, en ja, laat-kapitalistische technologie – veel familiecontacten, vriendschappen en relaties heeft verdiept en verrijkt. Bovendien moet ook niet onderschat worden dat voor veel mensen (vooral voor degenen die het genoegen en misnoegen hebben om in familieapps te zitten) appen zeer welkome, zo niet noodzakelijke, sociale lijm biedt. Wanneer spanning en emoties rijzen, zoals ze doen in families, willen echte gesprekken soms direct stranden, waar digitale communicatie juist nog nét wel kan.

Van koetjes en kalfjes moeten we er niet te veel hebben, maar soms zijn ze nodig om het daarna over andere landbouwhuisdieren te kunnen hebben. Juist hier kunnen onbedoelde intonaties en koude lichaamshoudingen ook het probleem zijn. Ik ben soms blij dat iemand niet kan zien dat ik mijn kaken op elkaar heb geklemd. In het echt was iemand al lang van mijn steigerende lichaam geschrokken. Real life communicatie is niet altijd de oplossing maar soms juist het probleem.

Lees ook: Waar is het goede gesprek gebleven?

Eindeloze verliefde gesprekken

Laten we tot slot niet vergeten dat appen letterlijk grenzeloos is, hoe waardevol het is – in coronatijden al helemaal – om gesprekken te kunnen hebben met mensen verder weg, zonder dat je in je vervuilende auto hoeft te stappen, of om te video-voorlezen met neefjes, nichtjes of kleinkinderen wanneer je nog niet volledig gevaccineerd bent. En dan heb ik het nog niet eens gehad over eindeloze verliefde gesprekken op Tinder of appen met schoolvrienden van lang geleden. Laat staan over de waarde van appen voor personen met mentale of fysieke beperkingen of uitdagingen, voor wie digitale communicatie een verademing is, om niet te zeggen een van de weinige mogelijkheden tot zinnig sociaal contact.

Schiet appen soms tekort? Kun je sommige dingen beter niet over de app bespreken? Is appen soms niet te oppervlakkig? Zijn appjes en al die notificaties niet vaak ontregelend? Leidt appen soms niet tot eenzaamheid? Zeker. Maar daaruit concluderen dat we het voeren van echte gesprekken zijn verleerd, dat alleen mensen achter geraniums nog echt met elkaar praten, inclusief de suggestie dat er geen echte gesprekken of vriendschappen kunnen bestaan in het digitale domein, zijn de nodige bruggen te ver.

Pap, stuur je een geel duimpje als ik deze link zo in de groep gooi?