Opinie

Zandvoort is ons massagraf

Marcel van Roosmalen

Met de echtgenoot van mijn zus kwam de Formule 1 in mijn leven. Het was een liefhebber. Hij droeg af en toe een racepetje, natuurlijk respecteerden we dat. We hoorden het aan en dat was ook best op te brengen. Prima hoor dat hij zich ’s middags voor de televisie settelde. Iedereen z’n hobby, leven en laten leven.

Hij was de prettige uitzondering. Op de werkplekken die ik frequenteerde ging het nooit over een gewonnen race van Michael Schumacher. Wat moest je zeggen over Formule 1? Jaren dezelfde kampioenen, dat degene met de snelste auto won, stond bij voorbaat vast. De Dutch Grand Prix in Zandvoort was vroeger nooit uitverkocht, er ontstond ook geen nationale rouw toen dat feest na 1985 stopte.

En toen was daar ineens Max, zoon van Jos.

Het duurde even, maar toen die opeens ging winnen, hobbelden de inwisselbaren van de bierhallen waar darter Barney zijn successen vierde naar de circuits. Zoals hun vaders begin jaren tachtig opeens wielercriteriums bezochten na het succes van Joop Zoetemelk en aanverwanten in de Tour de France.

Nederlandse supporters zijn sprinkhanen, ze strijken massaal neer in een voor hun groen gebied, vreten het kaal en zichzelf vol en trekken hossend verder als er niets meer te halen valt. Schaatsen en voetbal zijn de enige constante. Schaatsen is voor de echte losers die niet tegen spanning kunnen, we winnen altijd. En voetbal is nu eenmaal voetbal, de grootste sport van allemaal.

Ons nationalisme is continu op zoek naar de zwakste schakels. De minste aanraking is voor honderdduizenden lege hulzen voldoende om te veranderen in oranje feestbeesten. En feesten is hier: dronken lallen, met z’n allen hetzelfde vinden, liefst in identieke kleding. In andere landen staan de oranje tribunes op de circuits een beetje apart van de rest, omdat ze daar ook wel weten dat ze met gekken te maken hebben die alleen geïnteresseerd zijn in elkaar.

En nu is de eigenaar van het circuit van Zandvoort ook nog fout. Dat wisten we natuurlijk al, want prins Bernhard junior, zoon van Pieter van Vollenhoven, neef van de koning, oom van gravinfluencer Eloise, is de enige reden dat de Dutch Grand Prix überhaupt gereden wordt. Hij is de vleesgeworden asociaal, de man die vanwege zijn afkomst de mazen in de wet wat beter lijkt te vinden, een man ook die niet bang is om anderen te vragen om belangeloos zijn karretje te trekken. En hij is Oranje genoeg om te weten wat de massa wil.

De massa wil Max, Zandvoort is ons massagraf.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.