Recensie

Recensie

Wat houdt vriendschap in?

Filosofie Wat houdt vriendschap in? Natasha Lunn stelt de vraag aan eigentijdse schrijvers en experts, terwijl Paul van Tongeren in een filosofische zoektocht belandt bij Plato, Cicero en Nietzsche. „Het is weten dat de ander er is, dat je niet alleen bent.”
Jonge geliefden tijdens een busreis in de VS, 2005.
Jonge geliefden tijdens een busreis in de VS, 2005. Foto Jeff Hutchens/Getty Images

Als twintiger ontmoette Natasha Lunn, columnist en redacteur bij Red Magazine, een nieuwe liefde. Geen minnaar dit keer, maar een vriendin. De jaren die volgden voelden als een verliefdheid, schrijft ze in Gesprekken over de liefde, een boek waarin ze op een persoonlijke manier met schrijvers en experts – onder wie filosoof Alain de Botton en psychotherapeut Esther Perel – onderzoekt wat liefde en vriendschap inhoudt. Ze beschrijft hoe deze nieuwe vriendin haar, in tegenstelling tot de mannen met wie ze uitging, ‘in volle kleurenpracht’ zag. ‘Als je een tijd doorbrengt met een vriend die je dat gevoel bezorgt, geeft je dat rust’, schrijft Lunn. ‘Hun vragen brengen je dichter bij jezelf, hun liefde vermindert je onzekerheden.’ Het is, aldus Lunn, wat Aristoteles ‘vriendschapsliefde’ noemde – bij de oude Grieken bekend als filia. Deze vorm van liefde brengt je dichter bij zelfkennis en verdiept het gevoel van eigenwaarde. ‘Omdat het zo moeilijk is om onszelf te kennen, geloofde Aristoteles dat een vriend liefhebben een integraal onderdeel is van het verwerven van die emotionele kennis.’

Dat is ook wat schrijfster Candice Carty-Williams, die Lunn sprak, bevestigt. Carty-Williams (haar debuutroman Queenie verscheen in 2019) vertelt dat ze makkelijker liefde in vriendschappen vindt dan in de romantische liefde. Op de vraag wat ze eerder had willen weten antwoordt ze: „Dat vrienden van je houden om wie je bent, niet alleen omdat je ze iets geeft.”

In een notendop is dat ook waar Aristoteles het over heeft wanneer hij spreekt over ‘wederkerige welwillendheid’. Hoe de Griekse filosoof dat bedoelt, legt Paul van Tongeren uit in zijn inspirerende boekje Doodgewone vrienden. Nadenken over vriendschap. Hierin geeft Van Tongeren, emeritus hoogleraar wijsgerige ethiek en sinds dit jaar Denker des Vaderlands, weer hoe denkers als Plato, Aristoteles, Cicero, Kant en Nietzsche hebben gedacht over vriendschap. Zo beschouwt Aristoteles vriendschap inderdaad als een soort van liefde: ‘Ze bestaat erin het goede te willen voor degene van wie je houdt: ze is welwillendheid.’ Tegelijkertijd is het niet mogelijk bevriend te zijn met iemand zonder dat die ander eenzelfde soort vriendschap voelt. ‘Het tweede kenmerk van de vriendschapsliefde bestaat daarom in wederkerigheid.’ Dit vormt de kern van de definitie van Aristoteles, maar Van Tongeren geeft ook aan hoe Aristoteles diverse vormen van vriendschap onderscheidt op basis van nut, plezier en morele kwaliteit en hoe vriendschap een ervaring van zelfbevestiging kan zijn.

Ontroerende waarheid

Daarmee is Doodgewone vrienden een heel ander soort boek dan dat van Lunn. Waar zij zich vooral via concrete gesprekken richt op persoonlijke ervaringen en inzichten met betrekking tot vriendschap en liefde, duikt Van Tongeren tevens diep in de filosofie. Terwijl hij soms verzuipt in de vele vragen die hij stelt, richt hij niet alleen zijn blik op het fenomeen vriendschap maar gaat hij ook in op wat filosofie volgens hem behelst. ‘Filosoferen is stilstaan bij vragen’, aldus Van Tongeren. Dat heeft een problematische kant want: hoe zoek je naar een antwoord in het besef dat geen antwoord de vraag weg kan nemen?

Het lijkt gegoochel met woorden, maar aangezien het in de geschiedenis van de filosofie al eeuwenlang om dezelfde vragen draait, gaat dat volgens Van Tongeren ook op voor het vraagstuk vriendschap. Hij pretendeert dan ook geen definitief antwoord te kunnen geven. Integendeel. Zijn boek kan gelezen worden als een oefening in denken: aan de hand van de ideeën van verschillende filosofen laat hij zien hoe complex het is om aan te geven wat vriendschap daadwerkelijk behelst.

Lees ook: Hoe zeg je een vriendschap op?

Ingewikkeld en daarmee niet altijd even toegankelijk is zijn betoog zeker, toch schuilt er een prachtige, zelfs ontroerende waarheid in deze filosofische zoektocht. Van Tongeren wijst namelijk ook op een gevaar. Hoe kunnen we er zeker van zijn dat die welwillende liefde inderdaad op de ander is gericht en niet op onszelf? En is het niet zo dat we vriendschappen meten aan een onwerkelijk ideaal?

Die twijfel uit hij onder meer na het lezen van de Confessiones van Augustinus, die pas na de dood van een goede vriend inzag wat ‘ware vriendschap’ was. Augustinus beseft wat ‘echte vriendschap’ inhoudt maar concludeert dat er geen ‘ware vriendschap’ bestaat ‘zonder de Heilige Geest’. Maar wat heeft God in hemelsnaam met vriendschap te maken? En waarom moet vriendschap aan een ideaal voldoen? Van Tongeren uit zijn twijfels, toch blijft hij in zijn hermeneutische benadering welwillend tegenover Augustinus staan. Want wie de grote woorden van de kerkvader relativeert, zou ook kunnen begrijpen dat er inderdaad een ongrijpbaar aspect zit aan een vriendschap.

Vriendschap als geschenk

Stel, aldus Van Tongeren, dat we vriendschap opvatten als een geschenk, dan zou je kunnen zeggen ‘dat de vriendschap er al is voordat wij iets doen of zelfs ondanks dat we iets doen’. De meeste van onze feitelijke vriendschappen beantwoorden immers helemaal niet aan het ideaal van de ‘eigenlijke’ of ‘ware’ vriendschap. ‘De ander beantwoordt niet altijd aan onze verwachtingen; onze eigen houding is niet steeds een en al welwillendheid naar de ander. Onze trouw heeft grenzen en beperkingen, onze liefde of welwillendheid is niet altijd zonder irritaties.’ Om terug te komen bij Aristoteles is dat misschien wel de kern van ‘wederkerige welwillendheid’: het goede van de vriendschap is groter dan dat ze door onze onvolmaaktheid wordt vernietigd.

Het is een mooie gedachte en na alle denk-omzwervingen komt Van Tongeren aan het einde van zijn boek toch ook nog met een simpel inzicht, eveneens geïnspireerd op het denken van Augustinus: ‘Vriendschap is misschien op de eerste plaats dat: weten dat je niet alleen bent. Geen volmaaktheid, geen virtuositeit, geen hoogverheven ideaal, geen totale eenheid, maar enkel dat: weten dat de ander er is, dat je niet alleen bent.’

Zo ingewikkeld als de zoektocht was, zo eenvoudig luidt uiteindelijk dit antwoord. Duidelijk is dat we nog lang niet zijn uitgepraat over dit onderwerp.