Reportage

‘We missen iets essentieels op het toneel: sterke emoties’

Historisch acteren Sopraan Laila Cathleen Neuman treedt op tijdens het Festival Oude Muziek in Utrecht. Daarnaast is ze promovenda in de historische acteerkunst. Hartstochten werden expressief uitgebeeld. „Elk gebaar, elke gelaatsuitdrukking moest van grote afstand zichtbaar zijn.”

Sopraan Laila Cathleen Neuman in een klassieke houding: de armen gestrekt als uitdrukking van verlangen.
Sopraan Laila Cathleen Neuman in een klassieke houding: de armen gestrekt als uitdrukking van verlangen. Foto Andrea Gilger

De wenkbrauwen: er is geen hedendaags acteur die alle expressie in de wenkbrauwen legt, van woede tot liefde of wanhoop. De wenkbrauwen zijn vergeten, zo lijkt het. Dat was twee eeuwen geleden anders, vertellen sopraan Laila Cathleen Neuman en Jed Wentz, samenstellers van de tentoonstelling Let’s Act! in de Janskerk in Utrecht.

Tijdens deze interactieve expositie als onderdeel van het Festival Oude Muziek maken bezoekers kennis met de uitdrukking van het hele scala aan gevoelens dat bij ons leven hoort, zoals jaloezie, woede, angst, wanhoop, mededogen, verdriet, vreugde en verlangen. „De expressie daarvan op het toneel gebeurt niet ‘zomaar’”, legt Wentz uit, behalve artistiek adviseur van het festival tevens docent aan de Universiteit Leiden, „operazangers, toneelspelers en redenaars maakten eeuwenlang gebruik van tal van technieken maar ook van verbeeldingskracht om die passies tot leven te brengen.”

Deze technieken zijn vastgelegd in handboeken voor de acteerkunst. Neem bijvoorbeeld woede, zoals op de bühne gebracht door de achttiende-eeuwse acteur: „Het gezwollen hart kookt over. De tanden knarsen, de ogen in vuur en vlam, de wenkbrauwen omlaag getrokken. De nek zwelt op.” Bij haat „bewegen de wenkbrauwen zich levendig en zijn actief”. Hiermee drukt de acteur uit dat hij neerkijkt op wat hij haat. Zijn „hart is koud”. Bij liefde daarentegen is „het hart warm” en het voorhoofd met de wenkbrauwen „open”.

Vrijheid

Behalve sopraan is Neuman promovenda aan de Universiteit Leiden, bij Wentz, in de historische acteerkunst. Ze studeerde cum laude af aan het Conservatorium Giuseppe Verdi in Milaan en voltooide haar zangstudie aan het Mozarteum in Salzburg. Daar volgde ze een cursus historisch acteren over gestiek en lichaamsposen uit de barokke tijd.

Ze was meteen enthousiast: „Nadat ik die expressie van passies in het achttiende-eeuwse acteren had ontdekt, voelde ik me vrij, ik wilde eigenlijk niets anders. Voor mij vormen de acteertechnieken van toen een fundament voor het spelen en zingen van mijn rollen nu. Kostuums horen daarbij, ik zie het graag als een geheel: acteer- en zangstijl, decor, muziek. Als ik in een barokopera een korset draag, dan beïnvloedt dat mijn bewegingen. Dat voelt goed, het vormt geen belemmering maar biedt juist vrijheid.”

Het Festival Oude Muziek brengt zowel met het programma als met deze tentoonstelling een eerbetoon aan het klassieke acteren en de kunst van de retorica, de welsprekendheid.

Lees ook: Festival Oude Muziek niet eerder zo intiem

Neuman treedt op, Wentz geeft lezingen. In de Janskerk staan reusachtige panelen opgesteld in verschillende kleuren. Zo is het paneel gewijd aan de haat koud blauw en dat aan de liefde verrukkelijk vurig rood. Teksten en tekeningen geven aan hoe een hartstocht uit te beelden. In de spiegel kan de bezoeker de drie elementen waarop de historische acteerkunst is gebaseerd nadoen: het gaat om de expressie van gezicht, de bewegingen van de handen en de stand van de benen.

„De spiegel is belangrijk”, zegt Neuman, „daarmee kun je oefenen en bepaalde aspecten van het acteren perfectioneren. Wat we nu vergeten maar wat belangrijk is, is dat de toneelkunstenaar of operazanger uit die tijd optrad voor zo’n 1.000 toeschouwers, zoals bijvoorbeeld in de vroegere Amsterdamse Schouwburg, zonder kunstlicht of geluidsversterking, bij het schijnsel van kaarsen. Dan moet je je expressie wel uitvergroten. Elk gebaar, elke gelaatsuitdrukking moest van grote afstand zichtbaar zijn. Daarom werden de wenkbrauwen met donker schminkkrijt flink aangezet.”

Sopraan Laila Cathleen Neuman in een andere klassieke houding: knielend, de armen gevouwen voor het lichaam als expressie van eerbied.

Foto Andrea Gilger

Zelfs zonder muziek, schmink of kostuum, terwijl we gewoon aan het praten zijn, laat Neuman zien dat de aanwijzingen sprekend zijn. Jaloezie uitbeelden? Ze kijkt vanuit haar ooghoeken, de wenkbrauwen in het midden en omlaag. Angst? Hoofd afgewend, handen gespreid, armen gestrekt, wenkbrauwen omhoog om grote ogen te suggereren. En er is een bijkomend voordeel, legt ze uit: „Als er iets fout gaat op de bühne, een collega staat op je jurk bijvoorbeeld of in de orkestbak breekt een snaar, dan blijf ik door deze technieken beter in mijn rol.”

Onbedwingbare emoties

Uit de luidsprekers op Let’s Act! klinkt muziek uit opera’s van Purcell, Rameau, Händel en Telemann, uitgevoerd op oude instrumenten. Neuman vertolkt vergelijkbaar repertoire in „historische slottheaters als van het Zweedse Drottningholm waar nog altijd de oorspronkelijke machinerieën staan of in het Ceský Krumlov-kasteeltheater in Tsjechië. Het waren vooral Italiaanse en Franse operazangers en toneelkunstenaars die deze formele regels tot in de perfectie beheersten.”

Nederland bleef beslist niet achter. In de schouwburg aan het Leidseplein trad acteur en pedagoog Johannes Jelgerhuis (1770-1836) op. Van zijn hand verscheen de rijkgeïllustreerde handleiding voor acteurs, Theoretische lessen over gesticulatie en mimiek (1827-1829). Tot zijn nalatenschap behoren ook handgeschreven dagboeken die zich in verschillende Amsterdamse archieven bevinden.

De rijkdom aan deze notities vormt het onderwerp voor Neumans promotie. Ze gaan over grote, bijna onbedwingbare emoties. Jelgerhuis zelf was vaak tot tranen toe geroerd op de planken en beschrijft dat hij zich bij een intense emotie moest vastgrijpen aan een stoel.

Ook raadt Jelgerhuis aan dat acteurs naar schilderijen kijken, bijvoorbeeld van een befaamd classicistisch historieschilder als Amsterdammer De Lairesse (1640-1711), die figuren uitbeeldde in de poses die we nu statisch zouden noemen, maar die destijds vol dynamiek en beweging waren. Alleen, zegt Wentz, „dat zien we nu niet meer, we kunnen de mimiek en gelaatsexpressie op die schilderijen niet meer lezen.”

Voor Wentz is het uitgangspunt van de expositie de vraag „hoe het komt dat gedurende meer dan tweehonderd jaar, van de vroege zeventiende tot diep in de negentiende eeuw, grote theateracteurs, toneelschrijvers en het publiek hebben genoten van een speelstijl die ons nu geheel vreemd is”. De mensen in die tijd gingen gerust drie keer per week naar de schouwburg, waar zij niet alleen de hartstochten maar ook de elegantie van de lichaamshouding bewonderden. Jelgerhuis noemt dat „de welstand”.

Op de panelen in de Janskerk zien we personages afgebeeld uit de klassieke schilderkunst. „Onze emoties beginnen in het lichaam”, licht Wentz toe. „Met spierspanning in het gezicht drukken we die uit. Vergeet niet dat een acteur in die tijd met zijn passies bij de toeschouwers diezelfde passies wilde oproepen. Het theater en de opera hadden als verheven onderwerpen de klassieke mythologie of ze speelden zich af in koninklijke kringen. Met de komst in de late negentiende eeuw van het burgerlijke toneel verdween ook deze kunstvorm. Ibsen of Brecht spelen in deze stijl is niet passend.

„Ook theatertechnieken als belichting en zendmicrofoons maken die uitvergroting van stem en gebaar niet meer nodig. Maar we missen iets essentieels nu, het wezenlijke van toneel: dat de acteur of zanger vooral de emoties en niet het verstand van de toeschouwer bespeelt.”

Let’s Act! in Janskerk, Utrecht. Tijdens Festival Oude Muziek 27/8 t/m 4/9. Entree gratis, coronabewijs verplicht. Inl: oudemuziek.nl