Opinie

Rode Leeuwinnen

Net als de Nederlandse voetbalsters in het nationale elftal, worden de Afghaanse ook Leeuwinnen genoemd. Afghaanse Leeuwinnen dragen rode shirts met een ingebouwde hidjab, Nederlandse Leeuwinnen oranje T-shirts en vaak een dunne roze haarband. Als in de afgelopen week een Oranje Leeuwin had gebeld met een Rode, zou de Rode zacht praten. Ze hield zich verstopt, op de vlucht voor stropers.

„Ben je veilig?” zou de Oranje Leeuwin vragen. Schoten in de buurt zouden antwoorden: Ratatatata, kogeltaal voor nee.

Khalida Popal was aanvoerster van de Rode Leeuwinnen en een van de grondleggers van het Afghaanse vrouwenvoetbal. Toen zij met voetballen begon, speelden Afghaanse meisjes in afgesloten tuinen, later balden ze zichtbaar op velden, al kregen ze daar stenen en scheldwoorden toegesmeten. Popal bleef voetballen en meisjes aanmoedigen hun tijd met het mooiste spel op te eisen, zelfs nadat bewezen werd dat speelsters door bobo’s van hun bond misbruikt en mishandeld werden.

Popal leeft nu als vluchteling in Denemarken. Afgelopen week adviseerde ze Afghaanse voetbalsters hun foto’s van sociale media te verwijderen, hun voetbalkleren te verbranden, zich te verstoppen en weer onzichtbaar te worden.

Aan de telefoon vraagt de Oranje Leeuwin aan de Rode: „Heb jij je voetbalspullen al verbrand?”

Het blijft lang stil. De Oranje Leeuwin probeert te bedenken hoe ze dat zou doen: Shirt, broek en voetbalschoenen, alles in een kuil en de fik erin? Hoe doe je dat vanuit een schuilplaats?

De Rode Leeuwin fluistert: „Nog niet.”

„Ik wou dat ik je kon helpen”, zegt de Oranje Leeuwin. „Wist ik maar hoe.”

„Vertel iets grappigs”, zegt de Rode.

„Kon ik je maar helpen.”

„Hoe zijn ze bij jullie?” vraagt de Rode Leeuwin.

„Wie?”

„Taliban.”

„Wij hebben geen Taliban.”

„Haatmannen dan. Overal waar vrouwen voetballen zijn er mannen die hen haten. Ze heten anders en sommige zijn wreder dan andere, hangt er vanaf wat de omstandigheden hen toestaan. Hoe zijn jullie haatmannen?”

De Oranje Leeuwin weet dat de Rode alleen een gesprek wil dat haar, al is het in gedachten, uit haar schuilplaats haalt. „Ze betalen ons minder en lachen ons uit in hun tv-programma’s. Dat is alles.”

„Hebben jullie programma’s waarin jullie hen uitlachen?”

„Nee.”

„Hebben ze wapens?”

„Alleen zendtijd en kijkers.”

„En haat?”

„Haat?”

„Haten ze jullie zoals de Taliban ons?”

De Oranje Leeuwin weet niet hoe je haat kunt meten.

„Zouden ze jullie verbieden te voetballen als ze konden?”

De Oranje Leeuwin denkt aan de Nederlandse haatmannen. „Misschien.”

De Rode zegt: „Vergeet ons niet.” De verbinding verbreekt.

De Oranje Leeuwin slaapt slecht. Haar telefoon ligt op haar kussen. Bij het ochtendgloren krijgt ze eindelijk een tekstbericht van de Rode Leeuwin. „We hebben het vliegveld bereikt.” Minuten stollen in uren. De telefoon blijft stil. Dan geeft het nieuws een pushbericht: Alle Rode Leeuwinnen zijn vanuit Afghanistan naar Australië geëvacueerd. De Oranje Leeuwin rent naar buiten, kijkt naar de Hollandse lucht en steekt haar vuisten op.

Carolina Trujillo is schrijfster.
Vanaf 5 september verschijnt deze column online op zondagavond, en in de kranten op maandag.