Leerlingen voor hun ouders uit de kast laten komen was op de Gomarus beleid

Reformatorische school Op de scholengemeenschap Gomarus in Gorinchem wordt homoseksualiteit gezien als zonde. Na een artikel in NRC schreef de inspectie een kritisch rapport over de school. Het schoolbestuur probeert dit rapport via de rechter tegen te houden.

Gomarus Scholengemeenschap Gorinchem.
Gomarus Scholengemeenschap Gorinchem. Foto Merlin Daleman

Als een leerling van de reformatorische scholengemeenschap Gomarus in Gorinchem aangeeft „homoseksuele gevoelens te hebben”, dan informeert de school zijn of haar ouders daarover. Dat is volgens de Inspectie van het Onderwijs vastgelegd in de tot nu toe onbekende ‘Beleidsnotitie homoseksualiteit’ van de school uit 2013. Een „nieuw doordacht beleid” heeft de school sindsdien niet, aldus de inspectie.

Het kwam woensdagochtend naar voren in een kort geding dat de Gomarus had aangespannen tegen de inspectie omdat ze zich niet kon vinden in belangrijke bevindingen in een rapport over de school. Een zo’n bevinding is dat de Gomarus „niet aan de wettelijke zorgplicht voor sociale veiligheid voldoet”.

Dat de school aan ouders van individuele leerlingen had verteld dat hun dochters op meisjes vielen, was al wel bekend. Eind maart publiceerde NRC een artikel waarin oud-leerlingen vertelden hoe het is gay te zijn op de Gomarus, waar homoseksualiteit gezien wordt als een zonde. De leerlingen werden gepest en uitgescholden en docenten maakten negatieve opmerkingen over homoseksualiteit. Twee lesboeken beschreven homoseksualiteit als iets dat je kan veranderen.

Lees hier het onderzoeksverhaal: ‘School duwt kinderen ongevraagd uit de kast’.

Deur op slot

In 2016 werden drie meisjes in een week tijd afzonderlijk van elkaar ontboden in een kamer, ze kregen de keuze óf zelf aan hun ouders te vertellen dat ze op meisjes vielen óf dat de school dit zou doen, waarna bleek dat de ouders al beneden stonden te wachten.

Bij twee draaide de zorgcoördinator de deur op slot, zodat ze niet weg konden. Beiden kregen er later psychisch veel last van, ze zijn ervoor behandeld. Een kreeg later een vergoeding van school, op voorwaarde dat ze erover zou zwijgen.

Enig bestuurder Chris Flikweert zei in NRC destijds dat de Gomarus ouders „nooit zomaar” over de geaardheid van hun kind vertelt. Nu blijkt het staand beleid te zijn, al noemt de schooladvocaat dit onderdeel van de beleidsnotitie „een dode letter”.

Minister Arie Slob (Basis- en Voortgezet Onderwijs, ChristenUnie) noemde het verplicht uit de kast laten komen van leerlingen „absoluut onaanvaardbaar”. Elke leerling moet zich veilig voelen op school, zei hij. Het hield volgens Slob in dat geen school „leerlingen mag veroordelen of afwijzen op basis van hun seksuele identiteit. Niet in een identiteitsverklaring, niet in hun toelatingsbeleid en niet in hun schoolcultuur.” De inspectie startte een onderzoek.

Emotioneel beladen

De Gomarus wordt door veruit de meeste leerlingen als veilig ervaren, stelt de advocaat van de inspectie in de rechtszaal. „Dat geldt echter niet voor alle leerlingen. Voor leerlingen met vragen over hun seksuele identiteit of geaardheid moet de school meer doen ook voor hen een sociaal veilige schoolomgeving te bieden.”

Júist bij leerlingen uit een reformatorische gemeenschap moet een school er rekening mee houden dat „als ze homoseksueel zijn, ze daarmee waarschijnlijk zullen worstelen”, is de redenering. Een school moet goed weten hoe ze daarmee omgaat, meent de inspectie. „Bij de Gomarus is dat onvoldoende het geval.”

De incidenten uit 2016 staan volgens de inspectie „niet op zichzelf”. Dat niet alle leerlingen zich op de school veilig voelen blijkt uit interviews die de inspectie hield met leerlingen, oud-leerlingen en docenten, maar ook uit signalen uit de sociale veiligheidsmonitor van de school zelf. De interviews waren „emotioneel beladen”, zegt de advocaat.

Het bestuur van de Gomarus is volgens de inspectie niet, of te laat van incidenten op de hoogte, incidenten leiden niet tot een evaluatie van beleid en nieuwe maatregelen en leraren zeggen niet te weten hoe ze met vragen van leerlingen over seksuele identiteit en geaardheid moeten omgaan.

De advocaten van de Gomarus zien het anders. Ze noemen de school veilig en wijzen op voorgaande, minder kritische inspectierapporten en op wat de school allemaal wél doet: er zijn lessen waarin homoseksualiteit wordt besproken en elk jaar organiseert de school een studiedag over seksualiteit bijvoorbeeld.

Dat de school volgens de inspectie ook bepaalde kerndoelen niet behaalde, wijt de school aan corona en een tijdelijk vacatureprobleem. „Wat kan deze school in alle redelijkheid nog meer doen?”, zegt de advocaat. „De lat wordt andermaal te hoog gelegd.”

Bittere nasmaak

De school wist dat de drie leerlingen op meisjes vielen, maar volgens bestuurder Flikweert stond dit in de gesprekken met de ouders in 2016 „niet op de voorgrond”. Pas toen een van de drie in 2019 een procedure aankondigde tegen school om wat haar was overkomen, zou de school hebben bedacht dat dit een kwestie was.

De inspectie meent dat de school in ieder geval vanaf dan beleid had kunnen evalueren en maatregelen kunnen nemen. „Ik hoor ook nu nog geen concrete maatregelen”, zei de advocaat van de inspectie woensdag.

Een financieel inspecteur heeft naar de financiële regeling die de school in 2019 met de leerling trof, gekeken. De inspectie werpt in het rapport de vraag op of het ministerie het bedrag bij de school moet terugvorderen. Het zou betaald zijn uit middelen die bedoeld zijn voor onderwijs.

De rechter oordeelt op 7 september of de inspectie haar werk goed heeft gedaan. In dat geval wordt het rapport alsnog gepubliceerd en voegt de inspectie de zienswijze van de Gomarus als bijlage aan het rapport toe.

Dat een school een rechtszaak aanspant om publicatie van een inspectierapport te voorkomen, is niet uitzonderlijk. Volgens een woordvoerder brengt de inspectie jaarlijks enkele honderden rapporten uit en leidt dat „enkele keer per jaar” tot een kort geding.

Oud-leerling Marijn Baggerman woonde de rechtszaak bij. Hij zegt er een „bittere nasmaak” aan over te houden. Hij heeft niet het idee dat zijn voormalige middelbare school de ervaringen van hem en andere oud-leerlingen die zich uitspraken, nu wel serieus neemt.