Opinie

Gevolg van te weinig leraren en agenten nu pijnlijk zichtbaar

Personeelstekort

Commentaar

Het probleem is niet nieuw: personeelstekorten in de (semi) publieke sector. Scholen, ziekenhuizen en politiebonden waarschuwen er al jaren voor. Er gaan dit decennium te veel leraren, verpleegkundigen en politiemensen tegelijk met pensioen, er worden te weinig nieuwe opgeleid én er verlaten er teveel voortijdig hun vak.

Maar nu worden met de dag de gevolgen van dit probleem zichtbaarder: 500 zedenzaken liggen er in één politiedistrict op de plank, bleek vorige week. Te weinig mensen. Toenemend grof geweld onder een groeiende groep jongeren aanpakken? Te weinig personeel, zei de Rotterdamse korpschef Fred Westerbeke in deze krant, ook vorige week. Ongeveer eenderde van de schoolbesturen heeft geen idee waar ze leraren vandaan moeten halen om de leerachterstanden in te lopen die tijdens de pandemie zijn ontstaan. Te weinig leraren. Om nog maar te zwijgen van het chronische tekort aan intensive care-, spoedeisende hulp en kinderverpleegkundigen. In een verslag schrijft Doekle Terpstra, die de tekorten onderzoekt: „De kwaliteit van de zorg begint eronder te lijden”.

De grote vraag in de marktsector – er zijn te weinig obers, koks, bouwvakkers, maar ook bijvoorbeeld goeie supermarkt-managers – versterkt ook weer het tekort aan doktersassistentes en brandweerlieden.

Structurele loonsverhoging voor die beroepen lijkt een goed idee om ze aantrekkelijker te maken maar kost veel publiek geld door de enorme aantallen mensen die werken in de zorg en het onderwijs. Het is de vraag of de maatschappij daarvoor zou kiezen. Bij de politie zijn de aantallen overzichtelijker: 63.000 voltijdse banen.

En salaris is niet de hoofdreden waarom bijvoorbeeld verpleegkundigen stoppen met hun baan, blijkt telkens uit onderzoek. Gebrek aan loopbaanperspectief en verantwoordelijkheid, werkdruk en onregelmatige diensten geven de doorslag.

De huizenmarkt werkt ook sterk in het nadeel van de publieke sector in de grotere steden. Betaalbare woningen zijn voor politiemensen, leraren en verpleegkundigen momenteel eenvoudig niet te krijgen. Ze verhuizen bij gezinsuitbreiding dus naar randgemeenten en vinden daar, dóór de schaarste, snel een baan.

Er is meer aan de hand: een haast structurele onderwaardering voor mensen die de publieke zaak dienen. Sterker, juist de lijst ‘cruciale beroepen’ die het kabinet in maart 2020 publiceerde, aan het begin van de coronacrisis, bevat behoorlijk veel matig betaalde beroepen. Verpleegkundigen wezen er telkens op dat ze in maart 2020 wel applaus kregen maar daarna lang moesten zeuren om een kleine, eenmalige bonus te krijgen.

Bovendien zijn het zware beroepen: veel contact met mondige burgers, veel bureaucratie – zowat elke handeling moet schriftelijk worden vastgelegd – en veel eisen waaraan moet worden voldaan.

Gelukkig zijn er mensen die tóch graag in de klas, de politiewagen of in de wijkverpleging werken maar of dat er genoeg zijn?

Buiten de ongrijpbare ‘maatschappelijke waardering’ die groter zou moeten zijn, zijn er concrete oplossingen die het volgende kabinet kan realiseren: beloon het uitbreiden van de werkweek van ervaren leerkrachten en zorgmedewerkers, van twee of drie dagen naar vier of zelfs vijf. Geef hen voorrang bij betaalbare woningen én parkeerplekken. Geef hen gratis kinderopvang. Doe iets.