Meer extreme regen in West-Europa door klimaatverandering

Extreem weer Klimaatverandering verhoogt het risico op overstromingen door zware regenval zoals die half juli optraden. Dat concludeert de World Weather Attribution in een rapport.

Overstroming van de Geul in het Limburgse Valkenburg, na extreem zware zomerse regenbuien.
Overstroming van de Geul in het Limburgse Valkenburg, na extreem zware zomerse regenbuien. Foto ANP

Klimaatverandering heeft extreme regenval zoals die zich half juli in Zuid-Limburg en delen van Duitsland en België voordeed, waarschijnlijker gemaakt. In het gebied tussen Nederland en het noorden van de Alpen zal zo’n gebeurtenis zich, op een gegeven locatie en in het huidige klimaat, eens in de vierhonderd jaar voordoen. Over het hele gebied zal het vaker zijn. Dat is de uitkomst van een eerste snelle analyse door World Weather Attribution, een organisatie die extreme weersgebeurtenissen en de rol van klimaatverandering daarin onderzoekt. De organisatie wordt mede geleid door Geert Jan van Oldenborgh van het KNMI.

Op 13 en 14 juli vielen ongekende hoeveelheden regen in een gebied van Zuidoost-België tot Midden-Duitsland. Het leidde tot overstromingen, tenminste 222 doden, en grote schade aan huizen, wegen, bruggen en andere infrastructuur. De Duitse Bond van Verzekeraars heeft de schade voor Duitsland op 4,5 tot 5,5 miljard euro geschat.

Oorzaak van de neerslag was een lagedrukgebied dat vanuit Frankrijk was opgetrokken naar Centraal-Duitsland, en daar opvallend lang op z’n plek bleef. Vanuit het mediterrane gebied was er warme, erg vochtige lucht meegevoerd, dat om het lagedrukgebied cirkelde, tegen de klok in. In bergachtige regio’s als de Ardennen, Sauerland en de Eifel, steeg de lucht op, koelde af, vormde wolken en regende vervolgens uit.

Kansberekening

De risico-analyse van World Weather Attribution richtte zich voor nu alleen op de meteorologie, en de invloed van klimaatverandering. Omdat de neerslag erg variabel is, heb je voor een goede kansberekening vele decennia aan gegevens nodig van eerdere zware regenbuien. Die waren er te weinig voor de zwaarst getroffen gebieden – in Duitsland de valleien van de rivieren Ahr en Erft, en in België en Zuid-Limburg sommige Maas-valleien. Daarom is voor een groter gebied gekozen, dat van het noorden van de Alpen tot Nederland loopt.

Maar ook voor dat grotere gebied zijn de observaties beperkt, zei Frank Kreienkamp van de Duitse Meteorologische Dienst in Potsdam tijdens de video-persconferentie. „Voor Duitsland gaan ze maar 90 jaar terug.” Daarom is de herhaalkans van zulke extreem zware neerslag, en de invloed van klimaatverandering, ook onderzocht met een „veelvoud aan klimaatmodellen”. De verscheidenheid aan modellen en de voor neerslag beperkte aantallen model-jaren, hebben ertoe geleid dat er „een grote bandbreedte in de uitkomsten” is, aldus Kreienkamp.

Meer waterdamp

Een weersgebeurtenis zoals die van half juli is in het huidige klimaat, dat wereldwijd gemiddeld 1,2 °C warmer is vergeleken met het pre-industriële tijdperk, 1,2 tot 9 keer waarschijnlijker geworden. En doordat warmere lucht meer waterdamp kan bevatten, is de maximale hoeveelheid regen die op één dag tijdens de zomer kan vallen ook toegenomen: met 3 tot 19 procent, aldus de studie.

Als de wereld gemiddeld 2 °C is opgewarmd, zal de kans op zo’n extreem zware neerslag nog eens met een factor 1,2 tot 1,4 zijn toegenomen ten opzichte van nu. En de hoeveelheid regen die op één dag tijdens de zomer valt ligt dan nog eens 0,8 tot 6 procent hoger. Als de mens de uitstoot van broeikasgassen niet snel vermindert, zal die opwarming van 2 °C naar verwachting halverwege deze eeuw worden bereikt.