Waarom er geen geld uit het Volkshuisvestingsfonds naar Zeeland, Oost-Groningen en Midden-Limburg gaat

Krimpgebieden Vanuit het Volkshuisvestingsfonds gaat er subsidie naar kwetsbare gebieden om de leefbaarheid op te krikken. Toch krijgen Zeeland, Oost-Groningen en Midden-Limburg niks. „Wat is dán nodig om het Rijk te laten zien wat er hier speelt?”

Terneuzen en het sluizencomplex in het Kanaal Gent-Terneuzen in Zeeuws-Vlaanderen, dat geen geld krijgt uit het Volkshuisvestingsfonds.
Terneuzen en het sluizencomplex in het Kanaal Gent-Terneuzen in Zeeuws-Vlaanderen, dat geen geld krijgt uit het Volkshuisvestingsfonds. Foto ANP

Frank van Hulle, wethouder van Terneuzen, wil niet zielig doen. Zo van: ‘Oh, ze zijn ons weer vergeten’. „Wij zijn niet zielig”, zegt hij beslist. „In deze regio liggen enorm veel kansen. Wij hebben hier een internationale haven, grote chemiebedrijven, we zitten in de buurt van Gent, Brugge en Antwerpen. Het woord ‘krimpgebied’ is veel te negatief.”

Maar dat het ministerie van Binnenlandse Zaken een pot geld beschikbaar stelt om de leefbaarheid in kwetsbare gebieden te vergroten, en dat daarvan geen euro naar Zeeland gaat – dat steekt tóch. „Je richt zo’n fonds in, dat specifiek bedoeld is voor krimp- en grensregio’s, en dan vallen we buiten de boot. Dat is heel frustrerend.”

Het Volkshuisvestingsfonds is een eenmalige subsidie van 450 miljoen euro van Binnenlandse Zaken om de leefbaarheid in buurten te verbeteren. Het geld is bedoeld om bestaande woningen te vervangen of verouderde woningen op te knappen en te verduurzamen. PvdA en GroenLinks dwongen het geld vorig jaar af na een motie van afkeuring tegen demissionair minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66), waardoor ze geen meerderheid in de Eerste Kamer dreigde te halen voor haar begroting. Gemeenten en corporaties konden dit voorjaar een aanvraag indienen, en deden dat massaal: het budget werd ruim twee keer overschreden. Half juli werd bekend hoe het geld wordt verdeeld.

Die verdeling legt de vinger op een al langer zeurende zere plek: het demissionaire kabinet heeft volgens critici weinig oog voor problemen in landelijk gebied.

Het is niet zo dat krimp- en grensregio’s niks krijgen uit het fonds: een kwart van het bedrag gaat ernaartoe, goed voor het opknappen van 5.600 woningen. Zo krijgt de Achterhoek ruim 5 miljoen euro om bijna 900 woningen te verbeteren. Parkstad Limburg krijgt bijna 37 miljoen euro voor een even groot aantal woningen.

De overige driekwart gaat naar zogenoemde stedelijke vernieuwingsgebieden. Amsterdam en Rotterdam bijvoorbeeld krijgen zo’n 40 miljoen euro voor het opknappen van woningen in de Bijlmer en Rotterdam-Zuid. Ook Zaanstad en Lelystad krijgen bedragen in die orde van grootte. Gemeenten moeten zelf 30 procent bijdragen.

‘Systeem bevoordeelt steden’

Maar Zeeuws-Vlaanderen, Oost-Groningen en Midden-Limburg krijgen niks – tot grote frustratie. „De stedelijke gebieden zijn altijd in het voordeel”, zegt Goziena Brongers, wethouder Ruimte en Wonen (CDA) van de Groningse gemeente Stadskanaal. „En dit fonds was juist bedoeld voor kwetsbare gebieden. Daarom is het zo moeilijk te verteren.” Ze wijst erop dat in het systeem waarmee de aanvragen beoordeeld zijn, stedelijke gebieden een hogere prioriteit kregen dan landelijke.

Stadskanaal diende samen met omringende gemeenten als Pekela en Oldambt een plan in voor de aanpak van 900 particuliere woningen en 1.000 sociale huurwoningen. De gemeente trekt al tijden aan de bel bij het ministerie over de penibele financiële situatie waardoor voorzieningen afkalven.

„De opgave hier is zó groot, op alle beleidsterreinen, ik kan er een A4’tje mee vullen”, zegt Brongers. „Werkloosheid, infrastructuur, verloedering. Ik denk bijna: wat is er dán nodig om het Rijk te laten inzien wat hier speelt?”

Wethouder Van Hulle van Terneuzen (TOP/Gemeentenbelangen) spreekt ook van „een Randstedelijke bril. Een van de richtlijnen voor de aanvraag van geld uit het fonds was dat het om minimaal 200 woningen moest gaan of minstens 7,5 miljoen euro. „Nou, wij moeten daarvoor bij wijze van spreken heel Zeeuws-Vlaanderen bij elkaar schrapen.” Zijn Middelburgse collega noemde Zeeland eerder „een blinde vlek”.

Lees meer over het Volkshuisvestingsfonds: Kabinet maakt 450 miljoen euro vrij om armere wijken leefbaarder te maken

„Dit kabinet is een Randstad-kabinet gebleken”, beaamt Tweede Kamerlid Henk Nijboer (PvdA). „Dat zag je bij de herverdeling van het geld voor gemeenten, bij de subsidies voor de culturele sector, bij de investeringen in wegen.” Het is aan zijn partij en GroenLinks te danken dat de krimp- en grensregio’s überhaupt prioriteit kregen, zegt hij. „Daar staan gemiddeld gezien minder huizen – en je hebt wel een beetje volume nodig – maar er zijn óók grote problemen.”

Verpaupering woningvoorraad

In krimpgebieden dreigt verpaupering van de woonvoorraad, zegt Bettina Bock, hoogleraar plattelandsontwikkeling aan Wageningen University en de Rijksuniversiteit Groningen. „Hier is 80 procent van de woningvoorraad particulier. En deze eigenaren behoren vaak tot de groepen met de laagste inkomens, waardoor ze relatief weinig kunnen investeren in het instandhouden van woningen.” Het gaat vaak om goedkope woningen, die bijvoorbeeld tegen een lage prijs worden verhuurd aan arbeidsmigranten.

„Het is belangrijk dat de overheid dan ondersteunt, maar juist krimpgemeenten hebben daar geen geld voor. Zo komt de leefbaarheid in een neerwaartse spiraal terecht.”  Een verpauperde woonomgeving moedigt geen investeringen aan: als de huizen om je heen slecht zijn, ga je eerder verhuizen.

„Wil je uit die spiraal komen, dan moet je zowel immateriële als materiele investeringen doen”, zegt Bock. „Dus zowel investeren in sociale samenhang als in woningbouw.”

In de stad spelen die problemen óók. „Maar dat wil niet zeggen dat de problematiek in krimpgebieden minder belangrijk is”, zegt Bock. „Zeker omdat de bewoners daar sowieso al te maken hebben met verdwijnende voorzieningen.”

Een probleem van het volkshuisvestingsfonds is dan ook dat het incidenteel geld is, vindt Nijboer. „Forse verbtering van wijken is in heel Nederland nodig. En elke gemeente hangt financieel in de touwen. Eenmalig kun je die problemen niet oplossen.”

SP-Kamerlid Sandra Beckerman maakte zich „behoorlijk kwaad” toen ze het „ronkende persbericht” las dat Binnenlandse Zaken verstuurde over de verdeling van het geld uit het Volkshuisvestingsfonds. „Het is een druppel op een gloeiende plaat. Er wordt met groot gejuich gepresenteerd dat gemeenten en corporaties geld krijgen om zaken als schimmel in woningen aan te pakken, terwijl we weten dat anderhalf miljoen huizen in Nederland schimmel hebben. Dat vinden we dan blijkbaar normaal.”

Het ministerie zegt in een reactie dat een groot aantal aanvragen uit niet-stedelijk gebied is toegekend. Zo’n 120 miljoen euro gaat naar kleinere gemeenten.