Al die besluiten als demissionair kabinet, mag dat zomaar?

Regeren Het kabinet nam in demissionaire staat al enkele verregaande besluiten. Toch wijkt Rutte III helemaal niet zo af van zijn voorgangers.

Demissionair ministers Tom de Bruijn (Buitenlandse Handel, D66) en Sigrid Kaag (Buitenlandse Zaken, D66) op het Binnenhof. De Bruijn werd op 10 augustus benoemd als minister in het al demissionaire kabinet.
Demissionair ministers Tom de Bruijn (Buitenlandse Handel, D66) en Sigrid Kaag (Buitenlandse Zaken, D66) op het Binnenhof. De Bruijn werd op 10 augustus benoemd als minister in het al demissionaire kabinet. Foto Bart Maat/ANP

Als een wisselspeler die in de blessuretijd van een al gelopen wedstrijd nog mag invallen werd Tom de Bruijn op 10 augustus geïnstalleerd als demissionair minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Een paar maanden, hoogstens, zal de D66’er in het kabinet-Rutte III het ambt dragen.

Toch had hij nog wel ambities, twitterde De Bruijn trots: „Perspectief bieden aan de meest kwetsbare mensen, de internationale economische positie van Nederland versterken en verduurzamen, en inzetten op thema’s zoals onderwijs & klimaat.”

Het toont wellicht de twee gedachten waarop het demissionaire kabinet hinkt: terughoudend zijn want immers demissionair, maar toch ook de noodzaak voelen om bij gebrek aan een nieuw kabinet door te regeren. Vijf maanden na de Tweede Kamerverkiezingen en acht maanden nadat het kabinet-Rutte III viel is er nog geen zicht op een nieuwe regeringscoalitie, maar draait de wereld door, dringen politieke dossiers zich op en gaat het parlementaire werk verder.

Het kabinet bevindt zich als het ware in een staatsrechtelijk schemergebied waarin de actualiteit tot handelen dwingt, zoals afgelopen week met de evacuaties van Afghanen en de Kamerdebatten daarover, waarin grote dossiers op politiek handelen wachten, zoals de Urgenda-uitspraak, en waarin de normale parlementaire cyclus weer op gang komt. Vorige week woensdag sneden de drie door elkaar: op één dag begonnen ministers met de begrotingsonderhandelingen voor het nieuwe jaar, werd er onderhandeld over een nieuw kabinet én was er een debat over de situatie in Afghanistan.

Ondertussen laten demissionair ministers zich nog aankondigen zonder de toevoeging die hun takenpakket in de praktijk beperkt, alsof het kabinet nooit is gevallen. Deze zomer werden ook nog eens drie nieuwe demissionair staatssecretarissen benoemd.

Niet zo anders dan normaal

Maar hoewel het soms anders lijkt, wijkt dit demissionaire kabinet niet zo af van voorgangers, zegt parlementair historicus Bert van den Braak. „Qua wetgeving ligt het vrijwel helemaal stil. En elk demissionair kabinet doet in de praktijk wel méér dan alleen de lopende zaken afhandelen.” Hij memoreert het demissionaire kabinet-Balkenende II, dat in het najaar van 2002 nog met een hele berg aan nieuw beleid kwam. „Daarover kwam een interpellatie in de Eerste Kamer, waarin Balkenende zei: ons is door de Koningin gevraagd te doen wat wij in het landsbelang vinden, en deze maatregelen vinden wij in dat belang.”

Lees ook: Gewisseld, uitgevallen of vertrokken: steeds weer stoelendans bij Rutte III

Want dat is het voornaamste mandaat van een demissionair kabinet: doen wat het nodig vindt in het belang van het koninkrijk. Die boodschap geeft de Koning de premier mee als die het ontslag van zijn ministers komt aanbieden. Dat een demissionair kabinet zich terughoudend opstelt is meer uit beleefdheid dan staatsrechtelijke noodzaak: nergens staan regels voor zo’n kabinet beschreven. In de praktijk komt die terughoudendheid vaak voort uit dat het demissionaire kabinet na de verkiezingen geen meerderheid meer heeft en daardoor op zoek moet naar steun in de Kamer.

Demissionair minister Hoekstra reserveerde al 5,7 miljard euro voor operatie ‘Herstel Toeslagen’

Maar dat is dit jaar anders: de oude regeringscoalitie heeft ook in de nieuwe Tweede Kamer een meerderheid. Bovendien zijn alle vier de regeringspartijen nog betrokken bij de formatie van een nieuw kabinet. Ze hebben er daarom minder belang bij het elkaar moeilijk te maken. Dat was vier jaar geleden anders: de coalitie VVD-PvdA had na de verkiezingen nog maar 42 zetels én de PvdA onderhandelde niet mee over een nieuw kabinet. Demissionair vicepremier en PvdA-leider Lodewijk Asscher dreigde bovendien tijdens de begrotingsonderhandelingen zijn partij uit het kabinet terug te trekken als de lerarensalarissen niet verhoogd werden.

De begroting openhouden

De begrotingsonderhandelingen lijken dit jaar rustiger te verlopen. De verwachting in Den Haag is dat het oude kabinet in de begroting die het op Prinsjesdag zal presenteren veel zal openhouden dat in de maanden daarna, als het nieuwe kabinet wellicht is aangetreden, alsnog ingevuld kan worden tijdens de parlementaire begrotingsbehandelingen. De Tweede Kamer kan met amendementen altijd extra geld uittrekken voor nieuwe politieke wensen.

Wel nam het demissionaire kabinet dit jaar al verregaande besluiten die over haar eigen ambtstermijn heen reiken. Grote en kostbare „besluitvorming die niet kan wachten op een nieuw kabinet”, schreef demissionair minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) eind mei in de zogeheten Voorjaarsnota. Zo reserveerde hij al 5,7 miljard euro voor operatie ‘Herstel Toeslagen’, het puinhoopdossier waarop het kabinet was gevallen. Dit gaat niet alleen om herstelbetalingen voor gedupeerde ouders, maar ook om een structurele investering van ruim 800 miljoen per jaar voor de verbetering van de dienstverlening door de Rijksoverheid.

Lees ook de Haagse Invloeden van Tom-Jan Meeus over de formatie: Op de gang gonsde het: Jesse minister, Lilianne fractieleider, ‘Lo’ keert terug

Voor een ander bestuurlijk drama dat een grote groep burgers in problemen bracht, het Groningse Gasdossier, trok Hoekstra voor de komende zes jaar 8,7 miljard euro uit. Dat gaat vooral naar het betalen van schadevergoeding en het versterken van woningen. Deze uitgaven lopen door tot en met 2027 – dus zelfs voorbij de regeerperiode van het komende kabinet.

Een ander dossier dat niet kan wachten tot een nieuw kabinet: de Urgenda-uitspraak, die het huidige kabinet dwingt de CO2-uitstoot verder te beperken. Haagse bronnen verwachten dat het kabinet al op korte termijn grote maatregelen zal nemen om aan het vonnis te voldoen, waarmee het demissionaire kabinet nog tijdens de formatie een schaduw werpt over de volgende regeringsploeg.