Personeel op achterstandsscholen krijgt tijdelijke loonsverhoging

Onderwijs Zo’n 15 procent van de Nederlandse scholen komt in aanmerking voor een toelage. Daarmee moeten ze personeel makkelijker kunnen vasthouden, hoopt het kabinet.
In de coronacrisis werd thuisonderwijs de norm.
In de coronacrisis werd thuisonderwijs de norm. Foto Sander Koning/ANP/ Hollandse Hoogte

Het personeel op scholen met veel achterstandsleerlingen krijgt een tijdelijke salarisverhoging van gemiddeld 8 procent. Dat maakt demissionair minister Arie Slob (Basis- en Voortgezet Onderwijs, ChristenUnie) dinsdagochtend bekend. Het geld is bedoeld voor scholen die werknemers dreigen kwijt te raken. Een tijdelijke salarisverhoging moet hen ertoe verleiden langer op deze scholen te blijven werken. Zo kunnen ze de achterstanden uit de coronacrisis lenigen, is de gedachte van het ministerie.

Het extra geld gaat naar scholen in het primair, voortgezet en speciaal onderwijs waar een groter risico heerst op leerachterstanden. Dat behelst zo’n 15 procent van alle Nederlandse scholen. Volgens Slob is het inhalen van de leerachterstanden uit de coronacrisis „extra ingewikkeld” in klassen „met veel uitdagende leerlingen”. Op deze plekken lijdt het onderwijs het zwaarst onder het lerarentekort, redeneert de minister: docenten vertrekken sneller en bovendien blijven vacatures langer open.

Lees ook: Ministeries hebben scherpe kritiek op miljardenplan onderwijs

Docenten, directeuren, onderwijsassistenten en ander personeel kunnen de tijdelijke salarisverhoging tegemoetzien. Een basisschoolleraar op de geselecteerde scholen gaat er volgens het ministerie maandelijks gemiddeld 350 euro op vooruit, voor een docent in het middelbaar docent is dit zo’n 430 euro extra. Het geld komt uit het nationale onderwijsprogramma van 8,5 miljard dat het demissionaire kabinet heeft aangewend om de gevolgen van de coronacrisis op te vangen.

Plan

In februari presenteerden ministers Slob en Ingrid van Engelshoven (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, D66) het miljardenplan voor het onderwijs. Het grootste deel van de 8,5 miljard is bestemd voor het basisonderwijs, middelbare scholen en speciaal onderwijs. Zij mogen de helft daarvan zelf besteden. Ook scholen met gemiddeld veel kwetsbare leerlingen kregen meer geld, omdat de sociale en psychische gevolgen van het thuisonderwijs voor hen extra groot kunnen zijn. Daarnaast ontvingen alle studenten dit schooljaar 50 procent korting op hun college- of lesgeld.

Lees ook: Geen ‘quick fix’ voor leerachterstand: ‘Het niveau van kansenongelijkheid is onaanvaardbaar hoog’

Het kabinet en de Tweede Kamer maakten zich gedurende de pandemie zorgen over de leerachterstanden door de schoolsluitingen. Een in het parlement veel genoemd euvel was dat de coronacrisis de kansenongelijkheid in het onderwijs uitvergroot: kinderen van hoogopgeleide ouders kunnen de schade makkelijker inhalen met extra bijles, al dan niet bij dure instellingen. Maar leerlingen uit kwetsbare gezinnen die het voor de pandemie al moeilijk hadden, raakten verder meer uit het zicht van de school. De Onderwijsinspectie constateerde eerder dat de verschillen tussen leerlingen tijdens de coronacrisis zijn toegenomen.