Hongkongers in Taiwan: van frontlinie tot vluchteling

Hongkongers in Taiwan Duizenden Hongkongers vertrokken de afgelopen paar jaar naar Taiwan vanwege de toenemende Chinese repressie. Ze zijn onzeker over hun toekomst. ‘We moeten onze survivor’s guilt omzetten in daden.’

Foto Billy H.C. Kwok

De eerste vluchteling uit Hongkong was een boekhandelaar. De man had jarenlang boeken verkocht die in de rest van China verboden waren. In Hongkong was hij lang onaantastbaar geweest, maar onder een nieuwe wet dreigde hij te worden uitgeleverd aan de Chinese overheid. Toen hij in 2019 naar Taiwan vluchtte, was hij nog een uitzonderlijk geval dat veel media-aandacht genereerde en zelfs de Taiwanese president op bezoek kreeg.

Sindsdien zijn bijna 20.000 Hongkongers hem gevolgd naar Taiwan. Velen van hen maakten deel uit van de prodemocratische protestbeweging. Ze vrezen in Hongkong vervolging onder de nationale veiligheidswet die in juni 2020 van kracht werd. Vorige maand bleek wederom hoezeer de vrijheid in Hongkong is ingeperkt: een man werd veroordeeld tot 6,5 jaar cel voor het tonen van een vlag met de tekst ‘Bevrijd Hongkong, de revolutie van onze tijd’. Daarmee zou de man opgeroepen hebben tot separatisme, wat de nieuwe wet verbiedt.

Taiwan is voor vluchtelingen uit Hongkong een logische bestemming. Er wordt Chinees gesproken en het eiland ligt relatief dichtbij. Hoewel Taiwan door China wordt gezien als een afvallige provincie, vormt het in feite een onafhankelijk bestuurde democratie. De sympathie voor de Hongkongse zaak is er groot, zeker onder jongere generaties. Ook de Taiwanese overheid zegt expliciet de Hongkongers te steunen.

Geen vluchtelingenwet

Maar tegelijkertijd brengt de komst van de Hongkongers Taiwan in een lastig parket. Taiwan heeft geen officiële vluchtelingenwet op grond waarvan mensen uit Hongkong of de rest van China asiel kan worden verleend. Met zo’n wet zou Taiwan zeer zeker de toorn van de Chinese overheid over zich afroepen, onder andere omdat een dergelijke wet zou impliceren dat China en Taiwan twee verschillende landen vormen.

„De overheid probeert kalm en low profile te blijven”, vertelt Freddy Lim, een Taiwanese parlementariër die zich veel heeft ingezet voor Hongkongse vluchtelingen. Hij erkent dat de Taiwanese overheid in feite op zoek is naar mazen in de eigen wetten – „het grijze gebied” zoals hij het noemt – om Hongkongers te helpen zonder tegelijkertijd China te provoceren. „De Taiwanese overheid doet er alles aan om acties te vermijden die door de Chinese overheid kunnen worden aangegrepen als reden om de militaire dreiging te verhogen.”

Hongkongers in Taiwan tonen veelal begrip voor de beperkte hulp die de Taiwanese overheid hen biedt. „Taiwan heeft een houding van ‘niet praten, maar doen’ en dat is voor de Hongkongers ook het beste,” meent William Chan, die andere Hongkongers in Taiwan van advies probeert te voorzien. Zelf heeft hij dankzij zijn huwelijk met een Taiwanese vrouw een vaste verblijfsvergunning verworven. „De Taiwanese overheid kan geen al te grote mond opzetten,” zegt Chan. Met een wrang lachje: „Dat hebben wij in Hongkong wel gedaan hè, en kijk wat daarvan gekomen is.”

Veruit de meeste Hongkongers vragen in Taiwan een studentenvisum aan. Dat is voor de veelal jonge Hongkongers een relatief eenvoudige, maar slechts tijdelijke oplossing. Politiek gevoelige gevallen, zoals vijf Hongkongers die Taiwan per speedboot bereikten, worden door Taiwan meestal met stille trom doorgesluisd naar de Verenigde Staten of het Verenigd Koninkrijk.

Uit onzekerheid over hun toekomst in Taiwan wilden de geïnterviewde Hongkongers zonder vaste verblijfsvergunning niet herkenbaar op de foto, of met hun volle naam in de krant.

Lam (30) ‘Voor je het weet doe je iets illegaals’

Foto Billy H.C. Kwok

„Ik heb heel lang getwijfeld of ik echt naar Taiwan moest vluchten,” vertelt de 30-jarige Lam. „De eerste maanden heb ik zelfs overwogen om weer terug te gaan. Maar inmiddels prijs ik mezelf gelukkig. Een paar goede vrienden van me zitten nu in de gevangenis.” Lam lijkt zich onder zijn zwarte petje te verbergen, en spreekt op zachte, bijna fluisterende toon.

In Hongkong had hij een succesvol bedrijfje, maar in Taiwan ging Lam weer studeren. Het is wat de Taiwanese overheid iedereen aanraadt volgens Lam, zelfs als je overduidelijk een politiek vluchteling bent: „Een van mijn vrienden was in Hongkong opgepakt, maar kon later met hulp van een humanitaire organisatie hierheen vluchten. Ook hem adviseert de Taiwanese overheid: ga maar studeren.”

Op dit moment zijn de grenzen van Taiwan vanwege corona al een paar maanden gesloten. Als ze weer opengaan, hoopt Lam dat zijn vriendin naar Taiwan kan komen. Niet dat ze in Hongkong direct gevaar loopt: „Ze nam wel deel aan de protesten, maar minder dan ik, en altijd vreedzaam.” Maar zijn vriendin werkt in de creatieve industrie, en sinds juni is er in Hongkong een wet aangenomen die films verbiedt die geacht worden de nationale veiligheid te ondermijnen. Censuur dus. „Dat heeft een enorme invloed op de industrie. De bewegingsruimte wordt steeds kleiner, voor je het weet doe je iets illegaals.”

Wilson (18) ‘Ik vertrouw niemand meer’

Foto Billy H.C. Kwok

„Ik ben nu ruim een half jaar in Taiwan, maar ik heb nog geen vrienden gemaakt,” vertelt Wilson, die net 18 is geworden. Hij weet wel waarom: „Vroeger was ik een enorme kletskous, nu begin ik nooit meer zomaar een gesprek. Ik vertrouw niemand meer, ben erg op mezelf.” Hij laat een stilte vallen. „Daar hebben wel meer Hongkongers last van.”

Wilson maakte afgelopen jaar zijn middelbare school af in Taipei. „Dat riep natuurlijk heel veel vragen op bij mijn klasgenoten. Taiwanezen zijn erg nieuwsgierig, en vroegen waarom ik naar Taiwan was gekomen. Meestal zei ik dan iets vaags als ‘Taiwan is een plek met veel vrijheid, en je kan hier van alles studeren.’ Sommige mensen vroegen me bij wijze van spreken dan een week lang elke dag: ‘hoe zit dat nou?’ Maar ik zei dan verder niks. Dan hielden ze op een gegeven moment wel op.”

De eerste maanden in Taiwan waren voor Wilson het moeilijkst. In Hongkong had hij schijnbaar zonder angst aan de frontlinies van de protesten gestaan, en met molotovcocktails de traangasaanvallen van de politie gepareerd. Maar een paar weken na zijn vlucht naar Taiwan stortte hij in. „Ik ben zelfs even in een ziekenhuis opgenomen,” vertelt Wilson met enig ongemak. „De druk was te groot. Ik was mentaal een beetje de weg kwijt.”

Inmiddels gaat het beter. Vanaf september gaat Wilson een opleiding tot verpleger volgen. Dat sluit aan bij het vrijwilligerswerk als EHBO’er dat Wilson bij de protesten in Hongkong ook deed. Hij gaat verder vaak naar een kerk in Taipei die veel Hongkongers heeft helpen vluchten naar Taiwan. „Met de Hongkongers daar kan ik openlijk praten. Maar we praten alleen over ons leven hier. Liever niet over Hongkong, dat onderwerp vermijden we.”

Dingchun (37) ‘Ik heb geen tijd voor PTSD’

Foto Billy H.C. Kwok

„Ik ben niet het type dat snel last krijgt van PTSD,” vertelt Dingchun met zijn zware stem. „Maar als ik plotseling een harde knal hoor, dan schiet mijn hartslag omhoog, spontaan.” Jarenlang heeft Dingchun deel uitgemaakt van wat de ‘frontlinie’ van Hongkongse protestbeweging wordt genoemd. Hij herinnert zich de universiteitsprotesten in november 2019 als de heftigste. Met een verkeersbord als schild beschermde hij de demonstranten achter zich tegen de rubberen kogels waarmee de politie ze bestookte. „De tijd leek stil te staan, en ik hoorde kogels tegen het schild ketsen. Iemand naast me raakte gewond, en moest worden weggesleept.” Gelukkig gaat het de laatste maanden wel al beter, vertelt hij. „Ik heb ook geen tijd voor PTSD. Ik heb genoeg om me zorgen over te maken.”

Voor Dingchun is het geen optie om in Taiwan te blijven op een studentenvisum. Hij is 37, heeft een vrouw en kinderen, en werkte in Hongkong als voorman in de bouw. Het grootste probleem is dat zijn vrouw kort na aankomst in Taiwan beviel van hun tweede zoon. Voor dit kind bestaat er schijnbaar geen weg naar een Taiwanees burgerschap. Sterker nog, Dingchun kon de geboorte van zijn zoon nergens laten registreren. Officieel bestaat zijn zoontje niet.

Dingchun hoopt met zijn gezin op den duur naar een ander land te kunnen vluchten. „Maar ik neem Taiwan niks kwalijk,” benadrukt hij. „Toen iedereen zich radeloos en hopeloos voelde over de toekomst, heeft Taiwan de Hongkongers opgevangen. Taiwan is ons niks verschuldigd, ze zijn niet verantwoordelijk voor ons. We moeten allemaal onze eigen problemen onder ogen zien.”

Wong Yik-mo (35) ‘Onwerkelijk dat ik niet terug kan’

Foto Billy H.C. Kwok

„Ik kwam naar Taiwan om mijn zus te bezoeken, ze stond op het punt te bevallen. Ik zou een paar maanden blijven om haar met de baby te helpen, tot mei 2020.” Wong Yik-mo herinnert zich dat hij al een ticket terug had gekocht. „Maar de dag voor ik terug zou vliegen naar Hongkong werd de nationale veiligheidswet aangekondigd.” Wong spreekt uitstekend Engels, en reisde de afgelopen jaren de hele wereld over om namens de prodemocratische protestbeweging te spreken. „Omdat ik zoveel vloog, voelde het lange tijd onwerkelijk dat ik niet meer terug kon, dat het voorbij was.”

Wong woonde als kind een paar jaar in Taiwan, waardoor hij een Taiwanees paspoort kon bemachtigen. Hij kampt met schuldgevoelens dat hij wél wist te ontsnappen, en zoveel anderen niet: „Soms is het weg, maar dan is het ineens weer terug. Het komt in golven.” Vanuit Taiwan probeert hij zijn werk voor de Hongkongse zaak voort te zetten: „We moeten onze survivor’s guilt omzetten in daden.”

Wong denkt vaak aan de Hongkongers die in de gevangenis zitten. In Hongkong, of waarschijnlijk erger, in gevangenissen elders in China. Hij begint hardop te malen: „We weten ook dat mensen per boot proberen te vluchten. We hebben van vrienden gehoord, over mensen met wie ze contact hebben verloren. Waar zijn die? In Taiwan, in de Filipijnen? Waarom hebben ze dan geen contact meer opgenomen? Zijn ze opgepakt, naar China gebracht, of drijven ze ergens op zee?” Hij heeft gehoord dat er in Hongkong lijken zijn aangespoeld. Dit zijn slechts geruchten, erkent Wong. Hij weet niets zeker. „Maar ook al is er maar één zo’n geval, dat zou al vreselijk zijn.”