‘Het Westen heeft de Taliban na 11 september heel groot gemaakt’

Pr-strategie In het begin van deze eeuw bedienden de Taliban zich nog van ‘nachtbrieven’ en gezongen poëzie. Met horten en stoten leerden ze modernere media te omarmen. Zo probeerde de beweging het beeld over zichzelf te beïnvloeden.

Taliban-woordvoerder Zabihullah Mujahid (in het midden) houdt de eerste persconferentie na de val van Kabul. Aan zijn linkerhand zit Abdul Qahar Balkhi, die van een relatief onbekende twitteraar uitgroeide tot spilfiguur van de vernieuwde Taliban.
Taliban-woordvoerder Zabihullah Mujahid (in het midden) houdt de eerste persconferentie na de val van Kabul. Aan zijn linkerhand zit Abdul Qahar Balkhi, die van een relatief onbekende twitteraar uitgroeide tot spilfiguur van de vernieuwde Taliban. Foto Stringer / ANP

Voor het eerst zag de wereld het gezicht van Abdul Qahar Balkhi, tijdens de eerste persconferentie na de val van Kabul. Voorheen was hij slechts een mondige twitteraar. Nu trad hij ineens naar buiten als één van de gezichten van de Taliban.

Ook sprak hij deze zondag met televisiezender Al Jazeera, die het naar aanleiding van dit interview al over de Taliban 2.0 had. De toon die Balkhi in het interview aanslaat valt op: hij wil anderen niet de les lezen, maar de Taliban zelf. Als Al Jazeera hem vraagt naar de misdragingen van sommige Talibancommandanten – die bijvoorbeeld bondgenoten van het Westen ombrachten - klinkt het: „Onze eerste prioriteit is discipline binnen onze gelederen en niet het opleggen van wetten aan anderen.”

Lees ook: Contouren van Talibanbewind: sharia, geen democratie

Dat was in 1996, bij de eerste verovering van Afghanistan, wel anders. Toen hadden de Taliban vooral een boodschap voor hun landgenoten, die moesten worden heropgevoed. Tv’s werden vernield, films verbrand en tape werd uit cassettebandjes gehaald. Afghanen mochten alleen nog luisteren naar de eigen zender Radio Shariat met de oproep tot gebed en religieuze voorschriften.

Westerse journalisten konden in alle vrijheid verslag doen van de contouren van een zeer fundamentalistisch regime, zo weten verslaggevers uit die tijd zich nog te herinneren. De Taliban waren simpelweg niet zo met journalisten bezig. Ze namen de status van pariastaat voor lief, omdat ze vooral met interne propaganda bezig waren.

Geavanceerder dan voorheen

Vijfentwintig jaar later doet de fundamentalistische beweging er vooral alles aan de internationale gemeenschap te overtuigen van haar goede intenties. „Niemand hoeft bang te zijn voor wraak”, bezwoer woordvoerder Zabihullah Mujahid op 17 augustus tijdens de eerste persconferentie na de inname van hoofdstad Kabul. Wat is er in de tussentijd veranderd?

„De Taliban zijn veel geavanceerder dan in de jaren negentig”, zegt Thomas H. Johnson, „toen kwamen ze met de Koran in de ene hand en een kalasjnikov in de andere en werden ze slechts door drie landen erkend.” Johnson is verbonden aan de onderzoeksuniversiteit van de Amerikaanse marine in Monterey, Californië, en publiceerde in 2018 het boek Taliban narratives.

Volgens de Afghanistan-deskundige is het Talibanregime veel minder hiërarchisch georganiseerd dan vaak wordt voorgesteld. „Lokale commandanten hadden destijds veel vrijheid om hun propaganda zelf vorm te geven en dat verliep via de radio, maar ook via traditionele communicatiemiddelen als gezongen poëzie en nachtbrieven, de zogenoemde shabnamah’.” De Taliban stuurden deze brieven naar districtshoofden en andere leiders met het bevel hen te gehoorzamen. Dat ging er vaak nogal dreigend aan toe.

Lees ook: ‘Het is aannemelijk dat mensen worden gearresteerd, gemarteld, zelfs vermoord’

Rond 2009 dringt het tot de Taliban door dat ze hun strijd ook online moeten voeren. „Oorlogen kunnen vandaag niet gewonnen worden zonder media”, zegt hoofdredacteur Abdual Sattar Maiwandi in 2011 in een interview op Al Emarah, de officiële vijftalige website van de Taliban. De beweging opent meerdere Twitteraccounts en plaatst op YouTube en Facebook professionele video’s over de militaire successen. Ook de internationale troepenmacht wordt uitgedaagd via sociale media.

En zo kon een relatief onbekende twitteraar uitgroeien tot spilfiguur van de vernieuwde Taliban. „Niemand neemt jullie serieus. Alles wat jullie schrijven is fout. Stop gewoon”, twitterde Abdulqahar Balhki assertief tegen de internationale troepenmacht op 25 februari 2012. In een interview met Al Jazeera in oktober van dat jaar zei hij: „Onze oudere leiders hadden het gebruik van internet verboden omdat ze niet begrepen hoe krachtig we de boodschap van de profeet via dat medium kunnen overbrengen.” Diezelfde Balkhi heeft nu, een kleine tien jaar later, plaatsgenomen op het podium naast woordvoerder Mujahid.

Kat-en-muisspel

Voor de internationale troepenmacht was de online opmars van de Taliban maar moeilijk te bestrijden, zegt Johnson. „Telkens als we een site blokkeerden openden ze een paar dagen later weer een nieuwe.” Ook nu doet zich een kat-en-muisspel voor. Ditmaal tussen de Taliban en de grote techplatforms, zoals Facebook.

In 2017 verandert niet alleen het medium, maar ook de boodschap van de Taliban. De beweging heeft in een aantal districten de macht veroverd en laat zich van haar pragmatische kant zien, vertelt Afghanistan-kenner Jorrit Kamminga. In die tijd werkte hij voor hulporganisatie Cordaid in het zuiden en oosten van Afghanistan. „De Taliban zeiden tegen de ngo’s: jullie zijn hier welkom. Jullie kunnen voedselhulp geven en werken aan ontwikkelingsprojecten. Dat was een signaal naar de internationale gemeenschap, maar vooral naar de eigen burgers dat de beweging zou zorgen voor goed bestuur en basisvoorzieningen die het Westen niet heeft gebracht’.”

Uiteindelijk heeft het Westen de beste pr-strategie gevoerd voor de Taliban, stelt de intussen aan instituut Clingendael verbonden expert. „Wij hebben ze na 11 september heel groot gemaakt: ze waren één met Al-Qaeda alsof ze ook een internationale jihadistische strategie hadden. Vervolgens spraken wij bij elk conflict over een x-aantal Talibandoden. Alsof al die strijders een lidmaatschapskaart hadden van de Taliban.”

Eenmaal groot gemaakt door het Westen en voorzien van een zelfbewuste mediastrategie waarmee de beweging haar ‘vernieuwde gezicht’ wil tonen, konden de Taliban ook aan de onderhandelingstafels hun slag slaan. Zo wisten de strijders ook tijdens vredesonderhandelingen in de Qatarese hoofdstad Doha het narratief te bepalen, zeggen beide experts. Kamminga: „Toen de Amerikanen overeenkwamen gevangenen vrij te laten waren het de Taliban die meteen in vijf talen tweets de wereld instuurden.”