Wie wordt waar besmet? Puzzel is lastiger te leggen

Covid-19 Het lukt de GGD steeds minder goed om te achterhalen waar besmettingen plaatsvinden. Hoe komt dat?

Nu de samenleving opener is weten mensen vaak niet wie ze allemaal gezien hebben op een dag, concludeert het RIVM.
Nu de samenleving opener is weten mensen vaak niet wie ze allemaal gezien hebben op een dag, concludeert het RIVM. Foto’s Remko de Waal, Rob Engelaar / ANP

Demissionair minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA) ziet het als de ‘dijkbewaking’ van de coronacrisis: het bron- en contactonderzoek van de GGD’s. Maar die bewaking kampt met problemen, zo blijkt uit cijfers die het RIVM de afgelopen weken rapporteerde. Het bron- en contactonderzoek lijkt minder effectief te worden. Steeds minder vaak wordt achterhaald waar iemand besmet is geraakt.

De GGD probeert een corona-uitbraak met het onderzoek op twee manieren te bestrijden. Als iemand een positieve testuitslag heeft gekregen, wordt ten eerste geprobeerd te achterhalen waar de besmetting precies is opgelopen. Op basis daarvan kan het kabinet maatregelen nemen, zoals het sluiten van de nachtclubs en discotheken.

Maar de afgelopen week werd bij minder dan één op de drie van de 16.500 besmettingen een mogelijke bron gevonden, blijkt uit cijfers van het RIVM. Ter vergelijking: begin juni waren er méér besmettingen (bijna 21.000) en achterhaalden de GGD’s in meer dan de helft van de gevallen mogelijke bronnen, bijna 11.500.

De GGD probeert daarnaast ook contacten van een besmet persoon op te sporen die mogelijk zijn aangestoken. Die personen kunnen dan worden geïsoleerd voordat zij weer anderen besmetten. „Brandjes uittrappen”, noemt De Jonge dat. Maar de GGD weet ook steeds minder besmette contacten op te sporen. Wat is er aan de hand?

Brononderzoek

Ook na de massale vaccinatiecampagne wordt bron- en contactonderzoek door de GGD, het OMT en het ministerie van Volksgezondheid nog gezien als een belangrijk middel om zicht te houden op het virus.

De informatie wordt op landelijk en regionaal niveau gebruikt: aan de hand van informatie van de GGD’s kunnen burgemeesters bijvoorbeeld problematische uitgaansgelegenheden sluiten. Toen het aantal besmettingen in de horeca na versoepelingen half juli een enorme vlucht nam, was een gerichte ingreep in het nachtleven ook weer voldoende om het aantal positieve tests fors te laten dalen.

Maar terwijl het aantal besmettingen in de weken na die grote uitbraak onder jongeren snel weer terugliep, wordt het bron- en contactonderzoek pas sinds vorige week in alle GGD-regio’s weer volledig uitgevoerd, meldde minister De Jonge vorige week in een Kamerbrief.

Juist nu het aantal positieve tests weer lager is, is het bron- en contactonderzoek van belang: het aantal onderzoeken is behapbaar, en er kan met gerichte maatregelen worden ingegrepen. Hoe het komt dat de GGD’s er toch niet in slagen om vaker de besmettingsbron te vinden, blijft onduidelijk. Een woordvoerder van de GGD wijst erop dat de resultaten van het bron- en contactonderzoek weer beter kunnen worden. Hoewel de GGD momenteel mensen zoekt voor het bron- en contactonderzoek en hinder ondervindt van de „oververhitte” arbeidsmarkt, is er wel voldoende personeel om de onderzoeken uit te voeren. De GGD zegt dat er geen verband is aan te wijzen tussen het percentage gevonden besmettingsbronnen en de eigen onderzoekscapaciteit.

Het RIVM ziet een andere mogelijke verklaring. Susan van den Hof, hoofd van het Centrum voor Epidemiologie en Surveillance van Infectieziekten van het RIVM, legt uit dat contactonderzoekers eigenlijk vragen naar bekende coronagevallen in de directe omgeving van iemand die besmet raakte. „We zien dat mensen steeds vaker zelf niet weten waar ze het coronavirus opgelopen hebben. Dat krijg je als je de maatschappij meer opent en je meer mensen tegenkomt die je niet goed kent – dan weet je ook niet of zij een positieve test hebben gehad.”

Informatie verloren

Als de GGD’s veel besmettingen moeten natrekken, moeten zij het bron- en contactonderzoek minder volledig uitvoeren om toch zoveel mogelijk mensen te bereiken. In het uiterste geval wordt een positief getest persoon niet meer gevraagd naar gerelateerde coronagevallen. Toen de GGD’s eind juli gemiddeld 10.000 coronabesmettingen per dag moesten traceren, ging die week van circa 27.500 besmettingen (bijna 40 procent) informatie verloren over de bron van de besmetting. „Dat percentage blijft ook nu nog hoog”, constateert Van den Hof. Hoe dat mogelijk is, weet ze niet. „Wij hebben er geen zicht op hoe dat kan en ik wil er niet over speculeren. We hebben dat op de agenda staan om met de GGD’s te bespreken.”

Naast zicht houden op het virus, is het doel ook nieuwe infecties te voorkomen. De GGD traceert daarom contacten die mogelijk aangestoken zijn, en spoort hen aan maatregelen te nemen, zoals thuis blijven en een test doen.

Het afwenden van nieuwe coronainfecties is van belang om besmettingen onder de circa 1,8 miljoen onbeschermde Nederlanders dit najaar tegen te gaan. Zeker op plekken met een lage vaccinatiegraad wordt rekening gehouden met uitbraken. Tussen de 2.200 en 3.400 coronapatiënten zullen nog op de IC belanden, voorspelde het OMT. Het bron- en contactonderzoek helpt om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan, om zo te voorkomen dat de ziekenhuizen overbelast raken.

Ook het aantal opgespoorde (mogelijk) besmette contacten is echter fors minder dan voor de golf in juli. Begin juni was het aantal positieve tests op een vergelijkbaar niveau als half augustus: ruim 15.000 per week. Maar toen kwam 40 procent van die besmettingen bovendrijven na contactonderzoek. Afgelopen week was dat nog maar 28 procent.

De oorzaak is lastig te achterhalen. Er zijn verschillende groepen die zich laten testen, naast contacten die via bron- en contactonderzoek worden gevonden ook mensen met klachten, mensen met een positieve zelftest en mensen die gebruikmaken van testen voor toegang of voor reizen. Die mix verandert – zo neemt het aantal mensen dat met een positieve zelftest naar de GGD komt, toe. Dat kan invloed hebben op het percentage besmettingen dat via bron- en contactonderzoek wordt gevonden. Een andere mogelijke oorzaak: begin juli verviel het testadvies voor gevaccineerde contacten.

Dat minder bronnen bekend zijn, hoeft volgens Van den Hof geen probleem te zijn. „Alleen als er één bepaalde setting vaker gemist zou worden zou dat een probleem zijn. Daar heb ik geen aanwijzingen voor.” Dat het contactonderzoek plaatsvindt noemt ze nog altijd belangrijk, „om mensen op tijd in quarantaine te plaatsen”.