‘Ik zie de Paralympische Spelen als laatste stationnetje voor inclusie’

Marlou van Rhijn | Oud-atleet Twee maanden voor de start van de Paralympische Spelen stopte Marlou van Rhijn, die in Rio tweemaal goud won. „Het was gewoon genoeg.”

Marlou van Rhijn (rechts) deze zomer met koning Willem-Alexander tijdens het olympisch festival in Scheveningen.
Marlou van Rhijn (rechts) deze zomer met koning Willem-Alexander tijdens het olympisch festival in Scheveningen. Foto Remko de Waal/ANP

Ze is er niet bij als dinsdag de Paralympische Spelen beginnen. Na goud en zilver in Londen en twee keer goud in Rio de Janeiro, had Tokio 2020 het slotstuk van haar atletiekcarrière moeten worden. Maar in juni, 29 jaar oud, maakte Marlou van Rhijn bekend te stoppen. Pijntjes, het schrappen van ‘haar’ 200 meter, sterke Nederlandse concurrentie op de 100 meter en de nieuwe blades, die vanwege nieuwe regelgeving 5 centimeter korter zijn, leidden tot het besluit. Toch is het een vrijwillige keus, benadrukt ze. „Het was gewoon genoeg. Toen ik in de berichten las dat ik twee maanden voor Tokio afscheid nam, dacht ik: oh, was het nog maar twee maanden? Dat geeft wel aan dat ik niet meer helemaal in de wedstrijd zat.”

Deze Paralympische Spelen waren geen realistisch doel meer.

„Ho ho, onderschat mij niet. Die nieuwe blades had ik onder controle gekregen, ik wist hoe ik er hard op moest lopen. Maar het sleet er niet meer in. Toen dit jaar de toernooien begonnen, besloot ik om niet nog te gaan jagen om naar Tokio te gaan.”

Dat was vast een lastige beslissing.

„Het toewerken naar mijn pensioen was best wel pittig, maar toen ik de knoop had doorgehakt, kreeg ik van over de hele wereld zulke lieve, hartverwarmende reacties dat ik meteen zoiets had van: mijn taak zit erop. Ik ben blij hoe het allemaal is gegaan. Met de mensen om mij heen heb ik iets kunnen veranderen en kunnen bijdragen aan gelijkwaardigheid en inclusie in de maatschappij.”

Paralympische sport is niet meer weg te denken?

„Ik probeer zo positief mogelijk te blijven in interviews, maar ik blijf wel kritisch. Netjes gezegd: het gaat in golfbewegingen. In Londen waren de Spelen een supergroot toernooi met atleten van een hoog niveau, en veel publiek en media. Ook daarna was er een stijgende lijn, vooral in partnerships en media-aandacht. Er kwam ruimte voor sportverhalen in plaats van altijd weer die gehandicaptenverhalen. Na Londen liep ik bijvoorbeeld heel veel wedstrijden in de Diamond League [een prestigieus atletiekcircuit], voor volle stadions. Maar het zakte weer in, wat ook had te maken met aanwas; bij onze wedstrijden waren lang niet alle banen gevuld. Dan kun je nog zoveel media-aandacht hebben …”

Bij de Spelen van Rio 2016 was jouw finale live op televisie.

„Ja, maar na Londen was er een hype, na Rio kon ik vrij snel op vakantie. Daaraan zag je hoe wankel de paralympische sport is. Bij de EK atletiek, twee maanden geleden, liepen twee mensen op de 200 meter. Heel gênant. Het heeft alles te maken met programma’s wereldwijd: hoe kunnen we de professionaliteit van sporters en bonden doorzetten zodat het speelveld sterk blijft. En dan niet één keer in de vier jaar bij de Spelen.”

Marlou van Rhijn in 2016 in Rio de Janeiro met een van haar gouden paralympische medailles. Foto Henk Jan Dijks

Vaak wordt naar de media gewezen, die zouden te weinig aandacht besteden aan paralympische sport. Is dat terecht?

„We moeten stoppen met vitten op de media. Rond Londen moest ik nog de vraag beantwoorden of het topsport was wat ik deed. En er was discussie of het onder het kopje sport viel of onder maatschappij. Die discussie is volgens mij wel weg, en de media doen hun best.”

Toch gaat het nog vaak over de inspirerende rol van paralympische sporters in plaats van hun prestaties. In Engeland wordt dat ‘inspiration porn’ genoemd.

„Ik heb meegemaakt dat in de tagline van een campagne stond: ‘Ze heeft nooit kunnen lopen …’. Die zin moesten we dan laten schrappen, want ik heb altijd kunnen lopen. Jaren geleden hoorde ik op een evenement een triest verhaal aan van een sporter. Naast mij zei een man: ‘Dit kan toch niet meer, dit is toch niet hoe we paralympische sport beleven.’ En even verderop hoorde ik een vrouw zeggen: ‘Zo inspirerend, zo mooi.’ Ik hoop dat beide kanten naast elkaar kunnen bestaan, dat we niet weer doorslaan. Het verhaal van Sifan Hassan, die als meisje is gevlucht uit Ethiopië, is ook mooi, maar uiteindelijk vonden we het gewoon supervet dat ze opstond na die val en won.”

Je beoefende dezelfde sport als Sifan Hassan, een sport met veel aanzien. Er zijn ook paralympische sporten waarvan je je afvraagt: wat moeten we ermee?

„Dat geldt net zo goed voor de Olympische Spelen. Het is een misvatting over paralympische sport, en dat zit diep geworteld in de organisatie. Het IPC [Internationaal Paralympisch Comité] heeft in de statuten staan er voor iedereen te zijn, terwijl het IOC [Internationaal Olympisch Comité] spreekt over excellence, de beste van de besten. Daar zit al een enorm verschil. Ik ben ook heel vaak geïnterviewd met andere paralympiërs erbij. Leuk dat ze naar hetzelfde toernooi gaan, maar het gaat toch om míjn prestaties op de atletiekbaan. Als je het over sport wilt hebben, moet je ook de ballen hebben om keuzes maken.”

Zoals de Paralympische Spelen samenvoegen met de Olympische Spelen.

„Dat is de grootste droom. Op de EK van 2016 in Amsterdam kwamen Dafne Schippers, Churandy Martina, Kenny van Weeghel in de wheelersgroep en ik achter elkaar uit op de 200 meter. Dat was het perfecte evenement in mijn ogen. Ik heb er soms ook moeite mee dat ik boegbeeld van de Paralympische Spelen word genoemd, want ik sta niet 100 procent achter het evenement. Ik zie het als laatste stationnetje voor inclusie.”

En dan lopen straks atleten op twee blades tegen atleten met twee benen?

„Daar ben ik op tegen. Onderzoek heeft aangetoond dat blades voor- en nadelen hebben, dus het is niet gelijkwaardig. Dus op de 100 meter niet tegen elkaar, maar naast elkaar op hetzelfde toernooi. Dat begint bij de jeugd. Ik wil ook weer aan de slag met ‘Project Blade’, waarmee we blades beschikbaar willen maken voor ieder kind. Lopen is geen goodwill, maar een recht. Het gaat mij erom dat de toekomstige Churandytjes en Marloutjes samen kunnen sporten bij een vereniging, samen meedoen aan wedstrijdjes, NK’s en zo steeds hoger. Als we beginnen bij de kinderen, kan de topsport er op een gegeven moment niet omheen.”