Analyse

Wat betekent de Afghaanse afgang voor de VS?

Geopolitiek Terwijl het Westen nog druk bezig is met evacuaties uit Kabul, kijken de VS vooruit naar andere conflicten.

President Joe Biden hield vrijdag een toespraak over de evacuatie van Amerikanen en bondgenoten uit Afghanistan.
President Joe Biden hield vrijdag een toespraak over de evacuatie van Amerikanen en bondgenoten uit Afghanistan. Foto Manuel Balce Ceneta/AP

Wat is schadelijker voor het internationale aanzien van een supermacht? Een omstreden oorlog? Of een smadelijke aftocht?

Een week geleden viel Kabul in handen van de Taliban, nadat de Verenigde Staten en hun bondgenoten twintig jaar lang verschillende Afghaanse regeringen overeind hadden gehouden met geld, materieel en troepen. Het was meteen voer voor polemologen. Zou dit de doodklap zijn voor het Amerikaanse prestige? Of bezegelt deze nederlaag een terugkeer naar het Amerikaanse isolationisme van een eeuw geleden?

President Biden had de troepenterugtrekking, waar hij evenzeer naar verlangde als zijn twee voorgangers, juist willen gebruiken om prestige te verwerven. Amerika was de strijd allang zat. De oorlog in Afghanistan was van meet af aan in binnen- en buitenland omstreden. Alleen haviken op rechts dachten dat er nog wat te winnen viel, al was het maar respect voor de kracht van de VS. Biden, die zowel de aanval op Afghanistan in 2001 als de invasie in Irak in 2003 politiek steunde, hoopte een pijnlijk hoofdstuk af te sluiten en internationaal met schone lei verder te kunnen.

Het ongeïnspireerde akkoord dat president Trump in 2020 met de Taliban sloot (de Afghaanse regering, geen partij bij deze overeenkomst, moest 5.000 gevangen Talibanstrijders vrijlaten) probeerde Biden om te buigen naar een gloriemoment. Hij timede welbewust het vertrek van de Amerikaanse troepen vóór september 2021. Precies twintig jaar na de aanslagen op het World Trade Center in New York zou Amerika met opgeheven hoofd uit het strijdperk treden. De daders hadden geboet, zei Biden, Al-Qaida-leider Osama Bin Laden was door Amerikanen doodgeschoten. Het karwei zat erop.

De beelden van radeloze militairen tegenover reddeloze burgers op het vliegveld van Kabul tonen iets anders. Dit is niet de glorieuze afmars van een zegevierend leger, maar een afgang met de staart tussen de benen. Dat de Taliban de macht overnamen voordat de Amerikanen waren vertrokken, onderstreept de zinloosheid van de onderneming. Twintig jaaroorlog, tienduizenden doden, honderden miljarden dollars verder, en je tegenstander veert weer overeind.

Doodsklok

Het Chinese staatspersbureau hoorde deze week al „de doodsklok voor de Amerikaanse hegemonie” luiden. De VS werden „de grootste exporteur van onrust” genoemd en dat de val van Kabul markeert „de ineenstorting van het internationale imago en de geloofwaardigheid van de Verenigde Staten”. In antwoord op de vraag van een journalist zei president Biden vrijdag dat de bondgenoten de geloofwaardigheid van de VS niet in twijfel trekken. „Integendeel.”

James Goldgeier, hoogleraar internationale relaties aan de American University in Washington en fellow bij denktank Brookings Institution, ziet dat heel anders. „Volgens mij heeft dit op de lange termijn geen nadelige gevolgen voor de Amerikaanse geloofwaardigheid”, mailt hij. „De VS hadden al lang geleden duidelijk gemaakt te willen vertrekken.”

Datzelfde zegt Laurel Miller, tussen 2013 en halverwege 2017 (dus onder Obama én Trump) speciaal gezant voor Afghanistan en Pakistan bij Buitenlandse Zaken, in een interview met Amerikaanse publieke omroep PBS: „Als blijven doorvechten in Afghanistan nooit een overwinning op de Taliban had opgeleverd, hooguit een langzamere nederlaag, dan was dat ook niet goed geweest voor de Amerikaanse geloofwaardigheid.”

De Franse defensie-analist François Heisbourg werd geciteerd in The New York Times. Hij parafraseerde snerend de aankondiging van Biden bij diens eerste grote internationale optreden als president: „America’s back”, zei Biden in februari tijdens een virtuele veiligheidstop. Jaja, zei Heisbourg deze week: „Amerika is terug. Terug op het thuishonk.

Volgens Goldgeier is die conclusie te zwaar voor een onbeduidend conflict als in Afghanistan. „President Biden wil weg uit een land dat hij als marginaal beschouwt voor de Amerikaanse belangen, zodat hij zich kan concentreren op landen die belangrijker zijn voor de VS”, mailt Goldgeier. Tijdens zijn verkiezingscampagne maakte Biden in een interview met CBS duidelijk dat hij zich weinig aan de morele component van de oorlog in Afghanistan gelegen zou laten liggen. „Draag ik daar verantwoordelijkheid voor? Nul. De verantwoordelijkheid die ik heb is de bescherming van Amerika’s nationale belang, niet het in gevaar brengen van onze mannen en vrouwen in een poging elk probleem in de hele wereld met geweld op te lossen”, zei Biden.

Dat laat alle ruimte voor internationaal beleid en zelfs voor gewapend conflict – als de Amerikaanse belangen maar groot genoeg zijn. In 2020 schreef Jeffrey Mankoff, defensiespecialist bij het Center for Strategic & International Studies, dat de VS in hun Veiligheidsstrategie 2017 Bush’ War on terror achter zich hadden gelaten en waren teruggekeerd naar de ‘ouderwetse’ supermachtenrivaliteit uit de Koude Oorlog. Hij zag dat de neiging bestaat om zulke internationale competitie in ideologische termen te gieten. Reden: belastingbetalers dragen gewilliger bij aan een conflict dat ze als existentieel beschouwen.

Dat is de binnenlands-politieke realiteit waar Biden in beweegt. In zijn eerste toespraak na de val van Kabul, maandag, zei hij dat Amerika zijn energie en middelen nodig heeft voor „onze echte strategische rivalen, China en Rusland”. ‘Afghanistan’, begrepen we, is voor Biden al een litteken uit het verleden. Hij heeft de pleister van de wond getrokken. Nu moeten de Amerikanen helen en zich opmaken voor een nieuwe strijd.