Op de gang gonsde het: Jesse minister, Lilianne fractieleider, ‘Lo’ keert terug

Deze week: dromen van Klaver als vicepremier, de manoeuvres in GroenLinks en PvdA, de rol van Tjeenk Willink en Hamer, geheim overleg met een ontstemde Rutte. Ofwel: wie willen de putjesscheppers van deze formatie worden?

Het idee van een kabinetsformatie is dat de verkiezingsuitslag de basis voor de onderhandelingen is. Het probleem van deze kabinetsformatie is dat de uitslag van de volgende verkiezingen de basis voor de onderhandelingen is.

Partijen redeneren, zoals een CDA-prominent deze week uitlegde, dat „het tijdperk-Rutte voorbij is”.

De premier heeft het voorjaar overleefd, zei hij, knap van hem, maar het betekent dat hij aan zijn laatste termijn begint, en dan kan, na Rutte IV, „een miljoen VVD-kiezers op de markt komen’’.

In D66 denken adviseurs dat Sigrid Kaag dan premier kan worden. In het CDA hopen ze op een wederopstanding van Wopke Hoekstra.

En deze week kon je zien hoe PvdA en GroenLinks door meer samenwerking, mogelijk een fusie, denken dan opnieuw mee te doen aan de strijd om de grootste partij.

Het creëert in deze formatie een voortdurende fixatie op de eigen positionering. Behoedzaamheid boven alles.

Het contrast met het maatschappelijk leven is niet te missen. Het was de zomer dat Peter R. de Vries werd vermoord. De zomer van de Deltavariant, van het klimaatrapport van het IPCC, van Afghanistan. De zomer waarin de steun door Jort Kelder aan Baudets eerste FVD-campagne werd onthuld.

Grote en kleine feiten die vragen over internationale verhoudingen opriepen, over de rechtsstaat, journalistieke standaarden bij de openbare omroep, corona, het klimaat.

En als politici onder die omstandigheden meer gewicht aan de eigen loopbaan toekennen dan aan het landsbestuur, versterken zij het beeld van Bobos in paradise: een bovenlaag die meer waarde aan de eigen loopbaan hecht dan aan de samenleving die men claimt te dienen.

Nu bracht de week, hortend en stotend, wel enige beweging. Al voor de zomer zag je het aankomen. Informateur Mariëtte Hamer gaf de partijleiders Lilianne Ploumen (PvdA) en Jesse Klaver (GroenLinks) huiswerk mee: wilden zij in de vakantie nader nadenken over een structurele samenwerking van hun fracties?

Het speelde sinds het begin van de formatiegesprekken. D66 wilde meteen na de verkiezingen een coalitie met VVD, CDA, PvdA en GroenLinks, en toenmalig verkenner Kajsa Ollongren (ook D66) vroeg Rutte naar zo’n ‘kabinet van nationale eenheid’.

„Niet stabiel, valt uit elkaar”, zei de premier volgens het gespreksverslag. Hij wilde geen coalitiepartijen die getalsmatig overbodig zijn, en vreesde mooiweerspelers.

„Wordt een soep. Een partij kan dan weglopen zonder dat het kabinet valt.”

De maanden erna keerde het thema terug, eerst onder informateur Herman Tjeenk Willink, later onder Hamer. Toen al discussieerden PvdA en GroenLinks volgens een betrokkene binnenskamers „intensief” over de praktische betekenis van verdergaande samenwerking.

Het bracht Ploumen en Klaver tot het voorstel aan de informateur om één onderhandelingsdelegatie te vormen. Maar Rutte vond het onvoldoende: hij wilde ook de garantie dat hij na de formatie in Kamer én kabinet met één partij te maken kreeg.

Het punt bleef liggen – zodat Hamer er vlak voor de zomervakantie op terugkwam.

GroenLinks wijdde er hierna al in juli een vergadering aan. Ondanks scepsis bij sommigen – van het Kamerlid Lisa Westerveld is bekend dat zij zich meer verwant voelt met de SP – stond GroenLinks ervoor open één fractie met de PvdA te gaan vormen.

Na de vakantie, vanaf vorige week, kwam alles in een stroomversnelling. In informele contacten merkten PvdA en GroenLinks dat de favoriete coalitiepartner van VVD en CDA, de ChristenUnie, vrijwel is afgevallen.

Ze hoorden ook dat het CDA, verzwakt in de peilingen en beducht voor de terugkeer van Omtzigt, meeregeren als beste kans voor zichzelf ziet. En dat die partij bij haar inhoudelijke heroriëntatie in belangrijke mate leunt op staatsraad Richard van Zwol; een man die meent dat de CDA-taal van verbinden zich niet verhoudt tot het uitsluiten van redelijke partijen, zoals Hoekstra eerder deed met PvdA en GroenLinks.

Klaver besloot de GroenLinks-fractie maandag fysiek bijeen te roepen. Hij kreeg steun om samen te gaan met de PvdA-fractie. Lisa Westerveld luisterde op afstand mee, haar scepsis kwam volgens aanwezigen zwak door. Haar campagneleider bij de verkiezingen (Westerveld joeg op voorkeursstemmen), de Nijmeegse GroenLinkser Huub Bellemakers, vertelde me vrijdag dat de timing van de fractiefusie en de partnerkeuze hem niet bevallen: „GroenLinks past eerder bij SP en PvdD.”

Maar dat was maandag niet de sfeer in de fractie. Op de gang, typisch GroenLinks, gonsde het van de opgewonden geruchten: in de voorlopige taakverdeling zou Klaver vicepremier worden, Ploumen voorzitter van de gezamenlijke fractie, terwijl de PvdA Lodewijk Asscher terug wilde halen in het kabinet.

Daags erna vroeg Ploumen in een online overleg steun van haar fractie. Maar die was sceptisch. Er volgde nader beraad donderdag, waarbij bleek dat de PvdA-fractie akkoord is met een gezamenlijke formatiedelegatie maar niet nu al een fractiefusie wil.

„GroenLinks werkt met doelen, wij denken in stapjes”, zei een PvdA’er.

Een streep door de rekening van Rutte: zijn eis, dat hij aan het eind van de onderhandelingen niet alsnog met twee fracties kan worden opgescheept, wordt voorlopig niet gehonoreerd.

Het leidde donderdagmiddag bij de informateur tot geheim overleg van Rutte en Kaag met Ploumen en Klaver. Rutte bleef mild – maar was niet blij. ’s Avonds volgde nader contact. Vrijdag zochten de fractietoppen van GroenLinks en PvdA nog een uitweg, maar Ploumen had niet de ruimte nu al een fractiefusie toe te zeggen.

Zo eindigde ook deze formatieweek ongewis, al bleef het mogelijk dat er volgende week toch onderhandelingen van VVD, D66, CDA en PvdA/GroenLinks komen.

Daarbij staat meer op het spel dan alleen deze formatie: mocht een fractiefusie van PvdA/GroenLinks alsnog slagen, dan kan het meer fusies genereren. In veel partijen is de overtuiging dat de Kamer disfunctioneert door de versplintering, en veel partijen institutioneel te zwak zijn om de democratie nog te schragen.

En zoals de geslaagde fusie van het CDA (1980) de fusies van GroenLinks (1990) en de CU (2000) vereenvoudigde, zo kan een geslaagd samengaan van PvdA en GL eenzelfde effect hebben.

Maar voor PvdA en GroenLinks blijft dit sowieso een ongewis avontuur, in een coalitie met vermoedelijk weinig innerlijke coherentie die drie parlementaire enquêtes te verstouwen krijgt, dus het kan ook eindigen in een groot ongeluk: het einde van klassiek links.

En de meeste politici uit regeringspartijen ervaren al jaren, in contacten met de oppositie en op sociale media, dat hun werk voortdurend wordt afgebrand: elite, leugenaars, et cetera. De keerzijde én de verklaring van het beeld van Bobos in paradise.

Zo bezien hebben al die voorzichtige formatiemanoeuvres in de kleine ruimte ook iets logisch: wie aan regeren begint loopt elk moment het gevaar van een openbare afrekening.

„De politicus beoefent een nobel vak”, zei wijlen premier Lubbers in zijn memoires Haagse jaren (2020). Maar het vereist de houding van mensen „die soms de riolen moeten schoonmaken”. Het bekende vuile werk.

En hoe het ook afloopt: het had er deze week veel van dat Ploumen en Klaver uiteindelijk bereid zijn de putjesscheppers van deze formatie te worden.